Vreugdenhil Bulbs & Plants winnaar van De Glazen Tulp Award 2015

FloraHolland Glazen Tulp awards

vreugdenhil_bulbs&plants_003FloraHolland stelt de Glazen Tulp award jaarlijks beschikbaar voor de meest geslaagde marktintroductie in de categorieën snijbloemen, kamerplanten, tuinplanten en concepten. Elk jaar worden honderden noviteiten en concepten geïntroduceerd bij FloraHolland. Productvernieuwing is een belangrijke kracht van de Nederlandse sierteeltsector.Televisiepresentator en juryvoorzitter Rob Verlinden maakte de winnaars bekend van van de Glazen Tulp Award 2015. De prijsuitreiking vond plaats onder grote belangstelling tijdens een feestelijke bijeenkomst in De Broodfabriek in Rijswijk.

Vreugdenhil Bulbs & Plants uit ’s Gravenzande nam met No water flowers ® Amaryllis Waxz ® en Velvet touchz ® de Glazen Tulp in de categorie concepten mee naar huis. Dit concept heeft zich al bewezen, consumenten zijn er enthousiast over en het concept kent vele verkoopmogelijkheden. Ook post-order bedrijven kunnen aan de slag met dit concept. Gemakkelijk in onderhoud en prima om als geschenk te geven.

Bakkerij Vreugdenhil heeft geen meel

bakkerij_vreugdenhil_003’S-GRAVENZANDE – “Eén voor twaalf zijn we op ons bek gegaan”. Dat is de eerste reactie van Chris Vreugdenhil van de gelijknamige bakker uit Maasdijk. Bij de korenmolen aan de Naaldwijkseweg stond een ton spelt van hem klaar om vrijdagochtend weggemalen te worden. Maar donderdagavond sloeg het noodlot toe.

Een ‘donderend’ geluid. Dat hoorden molenaars Rob van Zijl en Luc Ruijgt die avond rond tien uur. Zij waren aan het proefdraaien. Op het moment dat zij van plan waren om de wieken stil te zetten, ging het vreselijk mis. Er was een luid gekraak, de as brak af en de wieken kwamen naar beneden. Met als gevolg een complete ravage.“De jongens zijn super professionals”, weet Chris Vreugdenhil. “Het volste vertrouwen heb ik in de vakbekwaamheid van deze mannen. Het zijn echte vakidioten. Hun droom om de molen productie te laten maken, is bruut in duigen gevallen. Het moest hun mooiste dag van het jaar worden. Om het cru te zeggen is hun kindje vermoord. Zelf denk ik aan een technisch mankement. Het lijkt een kwestie van domme pech.”

De bakker uit Maasdijk baalt desalniettemin als een stekker. “Het is op de eerste plaats een drama voor de molenaars en Stichting de ‘s-Gravenzandse Korenmolen”, zegt Vreugdenhil, die opgelucht is dat er geen gewonden zijn gevallen. “Vorig jaar heb ik een speltveld neergezet. In september is het spelt van het land gehaald, gedroogd en vervolgens opgeslagen. We hebben gezaaid en geoogst in het Westland. Met het malen in ’s-Gravenzande zou de cirkel rondkomen.”

Noodgedwongen moet Vreugdenhil nu uitwijken naar de molen in Maasland. “Maasland is een goede broer van het Westland. Het regioverhaal blijft dus gewoon overeind staan.”

Triest
De molen, een zogenoemde 8-kante stellingmolen, is eigendom van de Stichting de ‘s-Gravenzandse Korenmolen. Hij dateert uit 1908. Vorig jaar kreeg de molen nog een opknapbeurt. “Het is triest”, verklaart bestuurslid Post. “Een expertisebureau, dat is ingeschakeld door de verzekering, gaat onderzoek doen naar de oorzaak. Ik heb persoonlijk geen idee hoe dit heeft kunnen gebeuren.”

Kort na het bizarre incident werd in overleg met de brandweer al een molenbouwbedrijf ter plaatse gevraagd. Aangezien er voor de brandweer geen noodzaak meer heerste en het incident gestabiliseerd was, werd het incident volledig overgedragen aan dit bedrijf. Ook kraanverhuurbedrijf Boekestijn uit Maasland werd gebeld. Jan van Dijk van Boekestijn nam het telefoontje aan. “Wij krijgen wel gekkere belletjes”, zegt Van Dijk. “Over deze meldingen wil ik niet verder uitwijden hoor, want dan staat dat morgen overal in de krant”, zegt hij lachend. Boekestijn was om assistentie gevraagd bij het wegtakelen van een dwarsbalk, die tussen de molenstelling en grond bungelde. “De klus hadden we zo geklaard”, weet Van Dijk. “In no time hadden een kraan naast de molen opgesteld en konden we de loshangende onderdelen ophalen.” Het kraanverhuurbedrijf biedt een calamiteitenservice. “Inspringen bij spoedklussen als deze is voor ons geen enkel probleem. Boekestijn is continu bereikbaar, 24 uur per dag.”

Harde knal
De uitvoering van de werkzaamheden gebeurde onder grote publieke belangstelling. Geschrokken buurtbewoners waren op het lawaai afgekomen. “In mijn huis stond ik”, vertelt een verbijsterde buurman. “Opeens was er die harde knal. Zoiets heb ik werkelijk nog nooit gehoord.”

Mevrouw Boers is ook bijzonder aangedaan. “Ik vind het zo erg. Zestig jaar geleden is er ook een stuk van de molen afgebroken. Dat kwam toen bij ons op de werf terecht. Ik was toen drie jaar. Dat weet ik uit de verhalen van mijn moeder.”

Zoals het een betrokken burgervader betaamt, kwam burgemeester Van der Tak donderdagavond pols hoogte nemen. Hij sprak met omwonenden. Ook wijkagent Cor Stolk was ter plaatse. “Ik heb een hoop meegemaakt, alleen nog nooit de wieken van een molen zien vallen”, meldt de politieman via Twitter.

Jochem Vreugdenhil “Hoe ouder hoe mooier”

jochem_vreugdenhil_007
Jochem Vreugdenhil (C XI ae)

Op een  prachtige dag met de temperatuur tegen de 20° C. rijd ik langs de Maasdijk in de gemeente Westland richting Hoek van Holland. Links en rechts het vele glas van de tuinbouwkassen, vanaf de dijk heb je daarop een prachtig zicht en als je er van houdt, gaat je hart open!

Mijn doel is Jochem Vreugdenhil (C XI ae), hij woont met zijn vrouw Riet in de gemeente ’s‑Gravenzande. Hier was hij jarenlang tuinder en teelde aanvankelijk groente en later bloemen.

De vier kinderen die ze samen hebben, zijn inmiddels uitgevlogen en er zijn vijf kleinkinderen in de leeftijd van 4 tot 19 jaar.

Jochem zal me iets te vertellen over zijn hobby. Nu waren er in vroeger jaren niet veel  tuinders die naast het bedrijf nog tijd hadden  (of namen) voor andere activiteiten. Nou ja: in kerk of politiek, en als je een beetje muzikaal was de muziekvereniging of het mannenkoor, dat kon nog net!

Ik ben dus wel benieuwd hoe Jochem  -naast zijn bedrijf- tot deze bijzondere hobby gekomen is.

 Jochem vertelt
“Mijn vader was een actief en ondernemend iemand en ging  zijn kinderen voor in de Westlandse mentaliteit van hard werken en jong beginnen.  Als zesjarig jongetje leerde ik  al de handen uit de mouwen te steken, bijvoorbeeld koeien melken en andere klusjes die voorhanden waren in het bedrijf.”

Er was genoeg te doen,  dus tijd aan andere ‘nutteloze’ zaken besteden, vond vader Vreugdenhil niet nodig: “Water is voor de vissen: kinderen zwemmen niet!” Echter, als het water bevroren was, werd een uitzondering gemaakt: dan mocht er wel geschaatst worden!

Al met al heb ik de indruk dat Jochem terugkijkt op een plezierige jeugd.

Maar zo kon het dus gebeuren dat hij als kersverse echtgenoot in de jaren zestig weinig of geen interesses naast zijn bedrijf had. Vond zijn vrouw Riet het een benauwende gedachte dat zij zijn enige liefhebberij was? Zij was het in ieder geval die de aanzet gegeven heeft tot een grote hobby van Jochem: een boeiende verzameling oude landkaarten, hoofdzakelijk van het Westland. Op zijn verjaardag gaf zij hem namelijk als cadeau een reproductie van een plattegrond van het Westland , uitgegeven door de  in de 18e eeuw bekende uitgever/boekhandelaar Isaak Tirion (1705-1765).

Dat wekte zijn interesse en Jochem ging vanaf die tijd verzamelen. Langzaamaan breidde de collectie zich uit en omvat nu veel interessante stukken: de oudste kaart in zijn bezit dateert van 1584!

We kunnen wel stellen dat hij in de loop der jaren steeds fanatieker geworden is: hij bezoekt beurzen in Nederland (Jochem noemt bv. de Pieterskerk en Hooglandse kerk in Leiden) en soms zelfs in het buitenland.

Exposeren
Inmiddels is de collectie dermate interessant dat er in ruimere kring aandacht voor is.

Zo exposeerde hij eind jaren ’70 al in de Rabobank in ’s-Gravenzande en enkele keren  tijdens de Nationale Monumentendag  (’s-Gravenzande en gemeentehuis Naaldwijk).

Een hoogtepunt was tijdens de Vreugdenhillenreünie in ’s-Gravenzande (7 oktober 2000). Aan alle Vreugdenhillen is toen namelijk als herinnering aan die dag een kopie van  een gedeelte van een kaart uit 1712 van Hoogheemraadschap Delfland uitgereikt. Op dit gedeelte wordt het ‘Vreugdenhilse laantje’ genoemd. Dit stuk  uit de verzameling van Jochem is door hem tijdens de reünie bij opbod verkocht: een Vreugdenhil had er  ƒ 1.025,– voor over.

Meer recent is een ander hoogtepunt: van 29 mei tot 20 juli 2010 waren zijn kaarten onderdeel van  een tijdelijke expositie in de Yangtzezaal van Futureland op de Tweede Maasvlakte. Deze tentoonstelling droeg de naam ‘Nederland groeit’.

Het ging daar professioneel aan toe, de kaarten van Jochem werden allemaal uniform ingelijst en de officiële opening werd gedaan door een  kleinzoon van Jochem. Er waren genodigden en natuurlijk ging het gepaard met een  hapje en drankje. Ook RTV Rijnmond besteedde aandacht aan het gebeuren.

De tentoonstelling ‘Nederland groeit´ is inmiddels weer vervangen door een andere, maar voor geïnteresseerden: Futureland, het tentoonstellingsgebouw op de Tweede Maasvlakte, is nog steeds (gratis) te bezoeken. De uitbreiding van het Havengebied van Rotterdam en activiteiten die daarmee samenhangen, worden hier uitgebreid belicht. Informatie is te vinden op: http://www.maasvlakte2.com/nl/futureland

Wat in de jaren zestig als een verjaarscadeautje begon, is redelijk uit de hand gelopen en heeft Jochems blik behoorlijk verruimd: inmiddels is zijn interesse verbreed naar oude documenten betreffende de land- en tuinbouw. Het heeft hem ontmoetingen en contacten gebracht met interessante personen en hij maakte in dit verband zelfs reizen naar beurzen in o.a. Parijs, Bristol, York, etc.

Zoon Pleun is ook besmet met het virus en aan het verzamelen geslagen, en ook een kleinzoon heeft al interesse in die richting!

Na afloop van het gesprek kreeg ik een bos bloemen en een tasje tomaten mee, met de mededeling: “Dan kan je weer thuiskomen!”

En thuis werd  ik natuurlijk met open armen ontvangen met die echte Westlandse producten.

Leni
Redactie.

Firma L.G. Vreugdenhil heeft de eerste waterbergingskelder

l_g_vreugdenhil_001Waterberging Westland officieel open
De eerste waterbergingskelder voor de glastuinbouw is dinsdag 16 juni 2009 in ’s Gravenzande geopend. Dit is een primeur voor Nederland.

De kelder is tot stand gekomen door samenwerking van de gemeente Westland met het Hoogheemraadschap Delfland en samenwerkende tuinders.

l_g_vreugdenhil_002De kelder die onder de kas van de firma Vreugdenhil ligt, verenigt een aantal functies: waterberging, het vasthouden van water en het duurzaam hergebruik van drainage en bedrijfswater. Hiermee loopt deze waterberging voor op de eisen die de komende jaren gesteld zullen worden aan de glastuinbouwsector.

Even voorstellen Pieter Jan Vreugdenhil van Tak X

pieter_jan_vreugdenhil_001
Pieter Jan Vreugdenhil (X I) met zijn vrouw Cornelia Bouhuizen.

In de jubileumuitgave van de Vreugdeschakel ontbrak een aandeel van tak X. Evert Vreugdenhil (X II a) heeft alsnog het initiatief genomen om een foto van zijn ouders en stamhouder van deze tak toe te sturen.

Op bijgaande foto ziet u Pieter Jan Vreugdenhil
(X I) met zijn vrouw Cornelia Bouhuizen. Zij hebben altijd in ’s-Gravenzande gewoond.

 

Daniel Vreugdenhil bij de Reddingsbrigade

daniel_vreugdenhil_001
Daniël Vreugdenhil is vrijwilliger bij de Reddingsbrigade

De Reddingsbrigade
‘Werken bij de Reddingsbrigade is vrijwilligerswerk. Ik heb er veel diploma’s voor moeten halen: zes zwemdiploma’s en de diploma’s jeugdstrandwacht, strandwacht A en binnenwater A. De diploma’s strandwacht B en binnenwater B kan ik binnenkort halen. Deze laatste diploma’s maken het mogelijk reddingsacties te Managen: je bent dan verantwoordelijk voor het verloop daarvan en ook ben jij degene, die zo’n actie leidt. Het is niet gemakkelijk zo’n diploma te halen, want er wordt heel scherp op gelet of je steeds de juiste beslissingen neemt’. Dat zegt een enthousiaste Daniël Vreugdenhil, pratend in zijn eigen kamer in het ouderlijk huis in ‘sGravenzande over zijn hobby: de Reddingsbrigade. Waarbij je niet aan Baywatchverhalen moet denken, want die komen in zijn relaas niet voor.

Een geheugen dat steeds toegankelijker wordt..
Iedere Nederlander weet wel ongeveer wat zo’n reddingsbrigade aan de kust doet. Maar het werk houdt meer in dan het redden van mensen die op zee in moeilijkheden zijn gekomen. Zelf heeft Daniël nooit iemand gered. ‘We werken erg preventief’, legt hij uit. ‘Mensen worden gewaarschuwd als ze te ver of met drijfmiddelen in zee gaan.Tegenwoordig zijn in verband met de stroom zelfs zwembandjes verboden. Dat is helaas nodig, omdat de mensen zich niet realiseren dat de zee gewoon gevaarlijk is. Als we mensen wat dat betreft waarschuwen geloven ze dat niet en slaan ze onze Waarschuwingen in de wind. Komt de politie erbij en vertelt die hetzelfde verhaal, dan wordt dat doorgaans wel geaccepteerd. De strandgasten hebben natuurlijk in de gaten dat wij in oranje en de politie in grijze boten vaart. Op de aanwijzingen uit een oranje boot wordt dus minder gereageerd. ‘Maar’ voegt Daniël er lachend aan toe, ‘wij hebben inmiddels dus ook een grijze boot en het is opvallend hoe veel heter de reacties daarbij) zijn’.

Oefenen
‘We houden ons als Reddingsbrigade uiteraard uitgebreid bezig met kleinere ongemakken zoals pleisters plakken, andere EHBO – karweitjes en natuurlijk ook met de opvang van weggelopen kinderen. Meestal dankbaar werk om te doen’. Deze zomer -met te geloven na zo’n slecht seizoen met zo weinig zon moesten er toch nog twee gevallen van zonnesteek worden behandeld. Een ander facet van het vrijwilligerswerk is het oefenen met de landelijke reddingsorganisatie KNRMN, die tot taak heeft de reddingsacties op zee buiten de drie mijlszone vanuit de kust uit te voeren. ‘Dat gaat heel professioneel’, aldus Daniël, ‘ze beschikken over boten die wel 80 km/u halen, helikopters e.d. Het is erg leuk om eens met zo’n oefening mee te doen. Overigens verlenen deze mensen nogal eens bijstand bij ongelukken op het dek van schepen buiten de drie -mijlszone’.

Onderhoud
Uit Daniëls toelichting blijkt dat het niet alleen gaat om aanwezigheid en preventief toezicht op het strand. Er gebeurt veel meer. Daniël hierover: ‘Onderhoud van het clubgebouw, van de auto en van de boten, het bijwonen van vergaderingen en het volgen van cursussen. Dat zijn allemaal taken die bij het werk horen, maar die eigenlijk niemand ziet’. De gemeente verstrekt subsidie. Waarbij dan moet worden opgemerkt dat Hoek van Holland over een reddingsbrigade met betaalde krachten beschikt en ’s Gravenzande dus niet.

Wedstrijden
Het volgende punt dat Daniël aansnijdt is dat van de wedstrijden met vletten: roeiboten voor vier roeiers en een stuurman. Ze werden vroeger ook gebruikt bij reddingsoperaties. Maar tegenwoordig worden daar speedboten bij ingezet, wat zo’n operatie natuurlijk aanmerkelijk versnelt. ‘Die wedstrijden worden georganiseerd door diverse reddingsbrigades en twaalf keer per jaar gehouden: vijf maal op zee en zeven maal op binnenwater. Zo’n wedstrijdvlet is gemaakt van kunststof en is dus lichter dan de houten vlet van vroeger. De jeugd roeit vier km en de heren acht. Hoe lang vier km. roeien duurt? ‘Nou, wij doen er in totaal ongeveer vier uur over. Erg belangrijk is de plaats bij de start. Ook moet je zorgen dat je als een van de eersten weg bent, zodat je snel om de eerste boei heen kunt draaien. Meestal spreken we de tactiek goed door en proberen we op een gegeven moment achter een koploper aan te roeien om die dan tegen het einde in te halen en zo als eerste te finishen. In 1995, 1996, en 1997 is de ‘sGravenzandse Reddingsbrigade Nederlands kampioen geworden. Dat we het in 1998 niet hebben gehaald komt omdat er verschuivingen plaatsvonden van de jeugd naar de heren en iedereen weer op elkaar ingespeeld moest zien te raken. Maar let op, in 1999 hopen we weer kampioen te worden’.
Een keer kon Daniël niet mee roeien. ‘Ik had in mijn hand gesneden en het ging dus niet. Ik stond op het strand te kijken en dan zie je op zee een klein stipje en dat is dan zo’n vlet. Je krijgt er echt een kick van om zover op zee op een vlet te zitten’. Op de bijgaande foto ziet u Daniël met zo’n vlet in actie, samen met zijn collega’s. Daniël zit voor in de boot aan stuurboord. Hij acht het van het allergrootste belang dat de onderlinge band tussen de leden van de reddingsbrigade goed is. ‘Ik vind het een gezellige club. Mijn zus Mirjam is nu ook lid geworden en ze heeft er haar vriend leren kennen, met wie zij nu samenwoont’.

Toekomst
Tenslotte de onvermijdelijke vraag: ‘Wat wil je later gaan doen?’ Dan blijkt dat Daniël niet zo’n zin heeft in school. Momenteel volgt hij in Den Haag een VBO-opleiding tot bakker. Een wat minder prettig verlopen stageperiode heeft zijn motivatie verder verminderd. ‘Maar’, licht hij toe, ‘mijn diploma wil ik wel halen want anders heb ik niets. Daarna ga ik naar Rotterdam om er een opleiding te volgen voor de binnenvaart. Ik heb al een sollicitatiegesprek gevoerd en kon meteen aan de slag, maar dus eerst dat VBO-diploma. De opleiding die ik voor de binnenvaart krijg vindt plaats in het kader van het Leerlingstelsel en dat betekent dat er veel moet worden gewerkt. En uiteindelijk wil ik via de binnenvaart graag naar de zeevaart. De zee trekt me enorm. Mijn doel is dus de grote vaart en dat wil ik bereiken via allerlei cursussen’.

Weet u: Daniël komt er wel.
Als je zoveel vrije tijd belangeloos in dienst stelt van het reddingswezen moet de rest ook lukken.
Daniël, veel succes!

Abraham Vreugdenhil “Het tweede leven van de aardappelklok”

‘S-GRAVENZANDE – Abraham Vreugdenhil
De steigers zijn afgebroken, op de gerestaureerde koepel schittert weer de gouden engel. De gerenoveerde toren van de Dorpskerk in ‘s-Gravenzande kan weer jaren mee. De opgefriste toren laat ook weer van zich horen: de luidklok, de zogenoemde ‘aardappelklok’ van ‘s-Gravenzande, hangt weer stevig in zijn klokkenstoel en het luid mechanisme is vernieuwd. Het is het zoveelste luid-mechanisme. “Maar de klok is dezelfde, de gebeurtenissen 1952 niet meegeteld”, zegt Abraham Vreugdenhil terwijl hij op het stevige eikenhout van de klokkenstoel klopt.

Hij is vanuit de Kerkenraad betrokken bij de restauratie van het bijna twee eeuwen oude monument aan de Langestraat. Na het dak zijn nu de muren en de ramen aan de beurt voor restauratie. Ook het interieur krijgt een opfrisbeurt. “Als we het geld bij een krijgen”, zegt Vreugdenhil. Op een A4’tje in zijn hand staat de eeuwenoude geschiedenis van de aardappelklok opgesomd, opgeschreven door kerkarchivaris Jan Boogaards.

Het leven van de aardappelklok begint in november 1634 als de Haagse klokkengieter Willem Wegewaert ruim vijfhonderd kilo kokend brons in een mal giet. Natuurlijk liet hij zijn naam achter in het brons: ‘Willem Wegewaert me fecit Hagae ten behoove der stede sgravesandt anno 1634 den 3 november’, staat er op een band halverwege de klok te lezen.

Het bronzen gevaarte werd in een kleine toren van de voormalige kerk aan de Langestraat gehangen, en niet bij twee oudere grotere klokken die in de hoge toren hingen: een uit 1457 en een uit 1553. Bij het instorten van de grote kerk zijn ze kapot gevallen.
De klok van Wegewaert overleefde de instorting en kreeg in 1816 een plek in de nieuwe kerk aan de Langestraat. Het koepeltje op de Dorpskerk bleek een veilige plek, tot 1944. In heel Europa waren de nazi’s op zoek naar metalen voor hun oorlogsindustrie. De Duitsers haalden ook de ‘s-Gravenzandse luidklok naar beneden. De klok bereikte nooit de smelterijen omdat de boot waarmee de klok werd vervoerd zonk op het IJsselmeer. Na de oorlog is de klok weer teruggehangen in de toren van de Dorpskerk, staat op het A4’tje.

Toch is dit niet meer de originele klok, zegt Vreugdenhil. “In 1950 ontdekt de firma Eijsbouts dat de klok niet zo mooi meer klinkt. De kerk gaat akkoord met het bij stemmen. Tijdens dat karwei in de klokkengieterij in Asten gaat er iets verkeerd. Smelten en opnieuw gieten is de enige oplossing. Wat de Duitsers niet is gelukt, gebeurt begin jaren vijftig alsnog. In augustus 1952 wordt de hergoten klok opgehangen.”

Kim Vreugdenhil “Beginnersgeluk”

Kim Vreugdenhil

De 22-jarige pabo-studente Kim Vreugdenhil uit ‘s-Gravenzande is de winnares van de tweede prijs in de kerstquiz. Zij krijgt vandaag het woord in de Westlandsche Courant als onderdeel van haar prijs. ‘Het Westland mist een school voor zeer moeilijk lerende kinderen.’ Beginnersgeluk. Nooit doet Kim Vreugdenhil uit ‘s-Gravenzande mee aan puzzels en quizzen, maar afgelopen Kerstmis werd ze door kennissen en haar ouders uitgedaagd om met de kerstquiz mee te doen.

zeer moeilijk lerende kinderen
Ze nam de uitdaging aan, stuurde haar oplossing in en won de tweede prijs. “Het begon dus als een grapje. ‘Jij snapt dat toch nooit’, zeiden ze tegen me. Ik heb toen toch alles ingevuld, sterker nog: ik heb alle puzzels in de krant dit jaar gedaan.”
Hoewel de ‘s-Gravenzandse de krant dagelijks bijna spelt, vielen de vragen soms toch tegen. “Ik heb best veel aan anderen overgelaten. Op het laatst had ik van de laatste twee woorden elk twee letters niet. Die heb ik gegokt. Het kon gewoon niet anders dan de goede oplossing zijn. Ik denk wel dat ik de puzzel dit jaar gewoon weer aan mij moeder overlaat. Ik heb er wegens mijn studie te weinig tijd voor.”
Haar studie aan de pabo brengt haar op het onderwerp dat ze vandaag graag in de Courant behandeld wil zien: de behoefte aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk) in het Westland. “Zelf heb ik anderhalf jaar geleden gewerkt op een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmlk) in Delft. Ik denk dat wel veertig procent van de leerlingen uit het Westland komt, bijvoorbeeld van het Westerhonk”, zegt de ‘s-Gravenzandse.

een lans voor de komst van een Westlandse school
Ze vindt het vreselijk dat die kinderen maar weinig kans hebben om met vriendjes en vriendinnetjes te spelen. “De school gaat om 15.15 uit, soms zijn ze pas om 16.30 uur thuis. Daar wacht het eten weer op ze: er is geen tijd meer over om te spelen met klasgenootjes. Terwijl dat wel heel belangrijk voor ze is.”
Daarnaast wijst ze er op dat juist voor zmlk-kinderen de dagelijkse busreizen van en naar school een beproeving zijn. “Zmlk-kinderen zijn kinderen die het syndroom van Down hebben, autistisch zijn of ADHD hebben. Een ADHD-kind is hyperactief, impulsief of heeft aandachtsproblemen. Stel dat je als ADHD-kind een uur lang rustig moet blijven zitten in een busje. Dat kan toch niet. Van Delft naar Hoek van Holland of Monster is een flink stuk rijden”, zegt Vreugdenhil. “Die kinderen moeten juist na schooltijd met klasgenootjes kunnen spelen.”
Ze breekt een lans voor de komst van een school voor voortgezet speciaal onderwijs, zodat de Westlandse kinderen dichterbij naar een zmlk-school kunnen. “Ik weet dat de Delftse Herman Broerenschool, waar ik een jaar heb gewerkt, plannen had om in Honselersdijk een Westlandse locatie te openen. Hoe die plannen er nu voorstaan, weet ik niet. Het Westland heeft een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor Zmkl-leerlingen hard nodig.