Ds. Vreugdenhil (GKV) wordt pionier bij PKN

Ds. Tim Vreugdenhil
Ds. Tim Vreugdenhil

Ds. T. Vreugdenhil (N XI f.1), vrijgemaakt gereformeerd predikant te Amstelveen, wordt na de zomer pionier in Amsterdam. Daarvoor maakt hij de overstap naar de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Ds. Vreugdenhil kiest niet voor de PKN uit onvrede met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Hij heeft vastgesteld dat zijn idealen de meeste kans van slagen hebben als hij kiest voor de Protestantse Kerk van Amsterdam. „Die kerk is in de stad op veel meer lagen aanwezig en heeft een veel groter netwerk dan mijn eigen kerkverband.”

Ds. Vreugdenhil neemt op 31 mei 2015 afscheid van de vrijgemaakt gereformeerde kerk te Amstelveen.

Theo Vreugdenhil vertrok naar Irak en leefde een week met vluchtelingen

theo_vreugdenhil_003
Theo Vreugdenhil (met duim omhoog) en Albert Groothedde (tweede van rechts)

Vanuit het veilige Nederland geld doneren en bidden voor de 1,8 miljoen voor IS gevluchtte mensen, dat deden Theo Vreugdenhil (23) en zijn zwager Albert Groothedde (32) al een tijd. Maar het verlangen om meer te doen werd sterker. Na weken nadenken en research ging de kogel door de kerk: de twee vertrokken met 150 kilo kleding naar het vliegveld. Bestemming: Irak. Na een week keerden ze tot grote opluchting van familie terug, voldaan over wat er bereikt is, maar moedeloos over de situatie.

“Over Irak hoor je in Nederland alleen: moeten we nou straaljagers sturen of niet? Maar ondertussen zijn er honderdduizenden vluchtelingen in een uitzichtloze situatie beland”, begint Vreugdenhil, naar eigen zeggen door de indrukken nog met veel chaos in zijn hoofd, aan HP/De Tijd zijn verhaal. “Bij mijn zwager groeide het verlangen om iets te doen en bij mij speelde het ook. We dachten: je kunt veel mooie woorden hebben, maar het is veel belangrijker om ook daadwerkelijk van betekenis te zijn.” Op een gegeven moment werd er dan ook contact opgenomen met kerken in Irak. Die toenadering werd met veel enthousiasme ontvangen. “Ze zeiden gelijk: ‘kom alsjeblieft, we zijn moedeloos.’ Die mensen zijn natuurlijk al weken zeer intensief aan het zorgen voor vluchtelingen. We voelden dat we echt nodig waren en besloten om te gaan.”

De beslissing leidde tot de nodige ongerustheid in Vreugdenhil’s nabije omgeving. “Vrienden zeiden: je bent écht gek. Ze vonden het mooi dat ik iets wilde doen, maar dit vonden ze een stap te ver. Mijn vrouw begreep het wel, en we voelden vertrouwen van God. We hadden het bovendien goed georganiseerd en konden verblijven bij de christelijke gemeenschappen waar we contact mee hadden. Maar inderdaad: het is uiteindelijk onveiliger dan in Nederland blijven.”

Wat volgde was een week lang overnachten in ondergrondse geheime kerken om te bidden, eten en vooral te praten met vluchtelingen. “Je ziet een hele hoop ellende, wat natuurlijk heel erg veel indruk maakte. Het voordeel was: we konden gelijk aan de slag om er iets aan te doen, omdat we mee konden draaien met een team vrijwilligers.”

Vreugdenhil en Groothedde hadden een veel babykleding meegenomen en gingen ermee naar een plek ‘waar het echt vreselijk was’. “We dachten dat we het zelf wel een beetje konden coördineren, maar het liep volledig uit de hand. Eenmaal daar werden bestormd door schreeuwende mensen en ze raakten aan het vechten met elkaar. We zijn in een kamertje gaan zitten en hebben de deur op slot gedaan, om ze vervolgens één voor één binnen te laten”, aldus Vreugdenhil. Dan klinkt een diepe zucht. “De mensen zagen er zo ontzettend hopeloos uit. Met één setje kleren zijn ze gevlucht. Naar de auto rennen en gaan. Een paspoort, bankgegevens of computer hebben ze niet meer. Eerst keken ze dagelijks televisie op hun flatscreen tv, nu leven ze naast hun vluchtauto.”

theo_vreugdenhil_001

Een westerling die er niet meteen weer vandoor ging is een zeldzaamheid in Erbil en omgeving. “Ze vonden het heel bijzonder om Europeanen te ontmoeten die echt tijd voor ze nemen. Ze zien wel eens westerlingen die geld uitdelen en vervolgens gelijk weggaan, of journalisten die hun ellende aanhoren om er iets over te schrijven, maar niet iemand die ze ziet als een broer of zus, een gelijke. Pas na een kwartier hadden ze door: deze mensen willen bij ons zijn en met ons hun leven delen. Dat vonden ze heel apart, maar ook bemoedigend.”

Veel journalisten kwamen de twee niet tegen. “Niet één. Maar wel een aantal welzijnswerkers.” Ook de wereld van de vluchtelingen en de bewoners van Erbil zijn totaal verschillend, terwijl ze momenteel in dezelfde stad verblijven. “De inwoners zie je echt niet tussen de vluchtelingen. Als je er rondloopt zie je aan de ene kant twintig Ford Mustangs rijden van mensen uit de olie-industrie of die bij de ambassade werken, maar als je over het muurtje kijkt zie je een park dat vol staat met tenten. Het leven gaat aan de ene kant in Erbil verder met huwelijken en feestjes, maar aan de andere kant is er grote ellende. Het is heel bizar om het grote verschil te zien.”

Behalve Erbil werd ook Duhok, een stad met veelal moslims als bevolking aangedaan. “Dat hebben we nogal onderschat. “Tijdens de eerste nacht gingen we naar een heel goedkoop hotelletje van 10 dollar per nacht. We waren net ingecheckt en appten naar onze vrouwen, toen er ineens paar jongemannen met ons kwamen praten. Ze oogden heel geïnteresseerd, maar toch vertrouwden we het gaandeweg het gesprek niet helemaal. We besloten om niet te vertellen dat we christenen waren uit Nederland. Even later begonnen ze te bellen en druk te overleggen, in het Arabisch. We hoorden de woorden ‘Hollanders’ en ‘IS’ zeggen. Dan slaan je gedachten wel even op hol, er staat natuurlijk een hoop geld op onze hoofden en zij kunnen daar goed aan verdienen.” Of de angst terecht was, zal Theo nooit weten. “Het voelde gewoon niet goed, dus we belden een nummer van een ondergrondse kerk in de buurt om te vragen of we daar mochten slapen. Toen we vertrokken namen we een straatje links en een straatje rechts, bang om achtervolgd te worden. Tja, misschien zijn we wel ontkomen aan een kidnap, maar misschien ook niet.”

In de kerk ontmoeten ze een jongen die gevlucht is uit het Sinjar gebergte. “Dat was zeer bijzonder. Hij had dagenlang geleefd op voedselpakketten van Amerikanen en 8 dagen gelopen. Hij vertelde dat hij al heel zijn leven opgejaagd werd vanwege zijn geloof, maar dat hij er ondanks dat, alles voor over heeft. Als bekeerde christen had hij het ook bij zijn eigen Yezidi-familie verbruid. Toch houdt hij hoop, hij wil theologie studeren. Dat maakte heel veel indruk. We dachten: wat zijn wij voor mietjes. Wij voelden ons deze avond dan wel bang, maar deze jongen wordt zijn hele leven al verjaagd.”

In de zalen van de opvangcentra, die door de kerken gerund worden, zitten 250 mensen in een open ruimte. Hoewel de vluchtelingen inmiddels geen honger meer lijden, is het ontzettend zwaar. “Ze hebben twee dozen met spullen, een matrasje en een deken. Er zijn ontzettend veel jonge kinderen bij en iedere nacht hoor je die huilen. Jongens en meisjes zijn niet gewend bij elkaar te zijn en veel meisjes raken ineens zwanger. Het is een chaos.” De uitzichtloze situatie maakt Theo vooral moedeloos. “Het gaat nu al jaren zo. Iedereen is bang dat er over drie jaar weer een radicale groep is die ze wegjaagd. Daarom wil iedereen nu weg uit Irak, maar 1,8 miljoen mensen weg laten gaan is ook geen optie. Wat het voor deze mensen extra pijnlijk maakt: de meesten van ze hadden het goed. Ik hoorde verhalen van families met driehonderd schapen, mooie auto’s, een mooie business. En dan wordt alles kapotgemaakt en heb je weer niets. Voor de zoveelste keer in korte tijd.”

De moedeloosheid overheerst, toch noemt Theo de reis voor herhaling vatbaar. “Het zijn de kleine tekenen van liefde die het verschil maken. Toch denk ik nu ik terug ben: voorlopig maar even niet, want zo’n reis doet echt veel met je. Ik heb er echt door in de put gezeten. Maar ik zou het desondanks goed vinden als ook andere mensen dit gaan doen. We hebben in korte tijd heel veel gezinnen kunnen helpen, zowel praktisch als met spellen en gezelschap.”

Rob Vreugdenhil groeide toe naar het ambt van predikant.

rob_vreugdenhil_002
Van links naar recht staand: Rob Vreugdenhil, Anne Vreugdenhil, Wilbert van den Born, Elja van den Born-Vreugdenhil, Arjan Vreugdenhil en zittend Jenny Vreugdenhil-Vermeer, Inge Vreugdenhil op haar knie ??? en Renée Lieffijn.

Laatst vroeg een jongere aan me wat destijds mijn motivatie was om theologie te gaan studeren. Of ik één of andere roeping had gevoeld? Ik moest hem teleurstellen. Toen ik 18 was, had ik niet een heel sterk roepingsbesef. Ik maakte nuchter de afweging dat ik er wel wat in zag om die studie te doen. En zo groeide ik toe naar het ambt van predikant.

rob_vreugdenhil_003
Ds.Rob Vreugdenhil, sinds 24 april 2005 predikant van Leleystad. Daarvoor was hij predikant in Langeslag (9 januari 1994) en IJmuiden (4 juni 2000).

Nu, 11 jaar later, weet ik het veel stelliger: de Heer heeft me een aantal gaven gegeven die ik mag gebruiken in zijn dienst. Mijn liefde voor Hem is gegroeid. Ik heb Hem beter leren kennen, door al het lezen in de bijbel. Maar ook door wat ik mee heb mogen maken, in m’n eigen leven, in ons gezin en in het leven van veel mensen bij wie ik betrokken ben geweest. Ik ben onder de indruk gekomen van het geduld en de liefde van onze God. Hij is niet vooral de strenge God, maar de Vader van Jezus Christus, vol genade. Die genade mag ik doorgeven in preken en gesprekken. En ik ben er van overtuigd dat die genade je leven verandert.

Het predikantswerk is heel gevarieerd. Het belangrijkste is voor mij tegelijk het mooiste: preken. Of liever: voorgaan in de eredienst. Want het is heel die eredienst waarvan we mogen geloven dat de Heer dan op een bijzondere manier bij ons is. Ik vind het heerlijk om daarin voor te gaan. Als mensen na een dienst reageren met ‘mooie preek, dominee’, kan ik vaak vanuit m’n hart zeggen ‘mooi evangelie – en ik ben blij dat ik het mag doorgeven’.

Boeiend in het werk is ook de omgang met mensen. Vooral de verborgen problemen van mensen raken me vaak. Achter mooie buitenkanten zit soms heel wat pijn en moeite. Het zijn bijzondere ervaringen als gemeenteleden me een eerlijke blik in hun binnenkant gunnen. Graag help ik dan, hoewel dat vaak niet makkelijk is.

Het belangrijkste in alle contacten is dat ik mensen mag helpen om dicht bij Christus te leven. Ik merk daarbij dat ik mezelf ook steeds weer moet aanpakken. Gelukkig mag ik veel lezen in de bijbel. En steeds weer is het m’n ervaring: die bijbel, Gods woord, is een eindeloze rijkdom. Als je tijd neemt om daarin rond te dwalen, leer je God steeds meer kennen. En Hij is oneindig goed!

Ds. G.C. Vreugdenhil doet intrede in hervormd Gouda

g_c_vreugdenhil_005
Ds.G.C. Vreugdenhil

Ds.G.C. Vreugdenhil is zondagmorgen bevestigd als predikant van de hervormde wijkgemeente Sint-Janskerk wijk B te Gouda.

De bevestigingsdienst werd geleid door ds. M. C. Batenburg. De tekst voor de prediking was Jes. 50:4, met als thema: ”Permanente educatie – horen om te spreken”. In de intrededienst preekte ds. Vreugdenhil over 1 Korinthe 2:2.

Ds. Vreugdenhil werd toegesproken door wethouder H. Niezen namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda, door een vertegenwoordiger van de zustergemeente in Arad (Roemenië), door ds. L. G. Bos namens het Goudse ministerie van predikanten en namens de classis Gouda en omstreken, door de voorzitter van de kerkenraad, ouderling A. G. Schalk, namens kerkenraad en wijkgemeente.

Ds. G.C. Vreugdenhil neemt afscheid van hervormd Woerden

ds. Gerrit C. Vreugdenhil
ds. Gerrit C. Vreugdenhil

Ds. G. C. Vreugdenhil heeft zondag afscheid genomen van wijkgemeente Oost van de hervormde gemeente te Woerden. Hij diende de gemeente zeven jaar. De scheidende predikant bediende het Woord uit 1 Filippensen 1:1-11. Het thema was: ”De toekomst is zeker, want God maakt Zijn werk af”.

Aan het einde van de dienst werd het predikantsgezin toegesproken door de voorzitter van wijkkerkenraad Oost, ouderling L. Rijkmans. Ds. G. Schouten en ds. J. A. Berkheij spraken de scheidend predikant toe namens de algemene kerkenraad van de hervormde gemeente, het ministerie van predikanten, de werkgemeenschap van predikanten en de classis Woerden. De dienst vond plaats in de Petruskerk te Woerden.

Ds. Vreugdenhil vertrekt naar de hervormde wijkgemeente Sint-Janskerk (wijk B) te Gouda.

Tim Vreugdenhil ‘Evangelie bevat harde woorden’

Ds. Tim Vreugdenhil, predikant Stadshartkerk in Amstelveen
Ds. Tim Vreugdenhil, predikant Stadshartkerk in Amstelveen

Kerken moeten zich wat minder op seks en relaties focussen. Dat zegt de predikant van de Stadshartkerk in Amstelveen, ds. Tim Vreugdenhil in het Nederlands Dagblad. Hij reageert op een discussie in die krant over ‘samenlevingsvraagstukken’ (zoals homorelaties, ongehuwd samenwonen, seks voor het huwelijk, singles enzovoort). ‘Ik heb er op leren vertrouwen dat, als je begint met het evangelie, je verder komt dan in een moralistisch (er mag van alles niet) of liberaal (alles kan) denkpatroon. Ieder mens is door God geschapen, voor ieder mens is Jezus Christus gestorven en opgestaan, ieder mens is mijn broeder of zuster. Alleen op die basis kan er iets ontstaan dat christelijke ethiek heet’, schrijft Vreugdenhil. ‘Een kerk is een plek waar niemand wordt veroordeeld, niemand wordt afgewezen, een plaats waar mensen elkaar bij God brengen.’

Intussen horen bij het evangelie ook ‘harde woorden’, geeft hij toe, maar individuele christenen doen er goed aan die primair op zichzelf en niet vooral op anderen toe te passen. ‘Bij het evangelie hoort een pittige ethiek. Ook dat geldt voor iedereen, al is hier de uitwerking verschillend.’ Het gaat volgens de dominee om een totaalpakket: het zelfbeeld en hoe men naar anderen kijkt. ‘Het gaat over geld en werk. Het gaat ook over relaties en seks (…). Jezus’ hoge huwelijksmoraal shockeert zijn discipelen. Ik moet de dominee nog tegen komen die zo kan preken (ikzelf in el geval niet).’

De christelijke kerk moet een plek zijn waar iedereen welkom is, maar dat botst nogal met het culturele principe van zelfregulering en de kerkelijke praktijk: dat er van homo’s meer wordt gevraagd dan van hetero’s, van singles meer dan van getrouwden. ‘Daar moeten we ons echt van bekeren. Maar dan niet doorslaan naar de andere kant, alsof alles kan wat vrieger niet mocht (…). Het bestaat niet dat het evangelie je rijkdom of armoede, je seksualiteit en relaties niet diepgaand zou beïnvloeden. Genade transformeert alles.’

Een dieale christelijke gemeenschap bestaat in het Nederland van nu volgens hem uit homo’s, hetero’s, mensen die nog geen partner hebben gevonden en mensen die er al een verloren enzovoort. Mensen die van elkaar leren door aan elkaar te vertellen en van elkaar te horen wat het evangelie is. Dat maakt, zegt hij, het verschil met kerken waar alles in regels vastligt óf alles kan en niemand ergens naar vraagt. De bijeenkomsten van de Stadshartkerk beginnen op zondag om 10.30 uur in gebouw De Schakel, Keizer Karelweg 94b (ingang via Essenlaan).

Ds. Kees Vreugdenhil “Zijn pastorie is in de fik gestoken”

kees_vreugdenhil_001
Ds. Kees Vreugdenhil (Gereformeerde Gemeenten): ‘Ik heb nog een paar jaar en mag dan eeuwig met emeritaat. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar God.’ |beeld Dick Vos

De Gereformeerde Gemeenten verrechtsen. Er is weinig ruimte voor verschillen, merkt ds. Kees Vreugdenhil. Hij pleit voor acceptatie. Zelf kreeg hij bezwaren aan zijn broek en zijn pastorie werd in brand gestoken.

Ds. Kees Vreugdenhil (68) valt binnen de Gereformeerde Gemeenten een beetje uit de toon. Zijn preken zijn anders dan gemiddeld. Hij is gunnender, zo heet dat. Geen voorwaarden om tot geloof te komen. ‘Waarom zou je met kinderen over de uitverkiezing moeten praten? Spreek over Jezus die wil dat kinderen naar Hem komen en die kinderen zegent.’ Die woordkeuze typeert Vreugdenhil.

De predikant uit Houten staat niet op de barricades om misstanden aan de kaak te stellen. Maar met zijn nieuwe boek De lofzang van Dordt (Uitg. Groen, Heerenveen), dat donderdagavond in Dordrecht is gepresenteerd, probeert hij wel de karikatuur die volgens hem in zijn kerkverband leeft over de uitverkiezing te corrigeren.

Hoe ziet die karikatuur eruit?
‘Verkiezing en verwerping zijn daarin de kernwoorden. Het beeld is dat slechts een select groepje mensen naar de hemel gaat en God mensen uitzoekt om naar de hel te sturen. Dit denken verlamt mensen en stimuleert onverschilligheid. “Het heeft toch weinig zin om naar de kerk te gaan, dominee”, hoor ik dan. Of: “U kunt praten wat u wilt, maar die binnen zijn, zijn binnen. En die buiten staan, staan buiten”. Kortom, je kunt op je kop gaan staan, maar er is niets meer aan te doen. Alles staat al vast.’

Hoe zit het wel?
‘De verkiezing is een troost. De zonde kan trekken, maar dan weet je: “Mijn zaligheid ligt gelukkig vast in Gods hand”. Als je Christus liefhebt, als je wilt strijden tegen de zonde, dan is dat een bewijs dat God je heeft verkoren.’

In de Gereformeerde Gemeenten is de uitverkiezing vaak een belemmering om tot geloof te komen. Waardoor is die ontstaan?
‘Van de verkiezing is te veel een systeem gemaakt. De verkiezing gaat heersen over de preek, zou je kunnen zeggen. De verkiezing wordt vooraf gebruikt en niet achteraf. Dan ontstaat spanning en sla je mensen lam. Praat er niet te veel over. Als je er dan toch iets over wilt zeggen, doe het voorzichtig en als troost. Ik preek dat God de mens wil redden. Dat wil Hij echt. Wie zich niet overgeeft aan Hem, wordt door eigen schuld niet gered.’

Die uitleg komt u op kritiek vanuit de Gereformeerde Gemeenten te staan. De manier waarop u het evangelie brengt, zou te ruim, te gemakkelijk zijn.
‘Ja, er zijn binnen de kerk klachten tegen mij ingediend. Toen ik tien jaar geleden voor de tweede keer naar Vlissingen ging, is de pastorie in de fik gestoken. Ik kreeg briefjes dat ik een dienstknecht van de duivel was. Dat doet ontzettend pijn. Ik was er wel op voorbereid. In geen van de gemeenten waar ik predikant ben geweest, heb ik tegenstand ervaren. Alleen in Vlissingen waar een klein groepje mijn preken niet wilde. Toen ik het beroep aannam, wist ik dat er gegarandeerd kritiek zou komen. God heeft mij tot twee keer toe sterk getroost door Filippenzen 1: En dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een duidelijk teken van verderf, maar voor u van zaligheid, en dat van God uit. Uit het land krijg ik af en toe kritische reacties. Als je niets zegt, hoor je niks. Als je een boek schrijft of een interview geeft, komen er brieven. Dat is nu eenmaal zo.’

Voelt u zich gesteund door collega’s, door het kerkverband?
‘Ik sta nu in Houten en proef op de classis een goede sfeer. Er zijn predikanten met wie ik als vriend omga. Ik sta niet helemaal alleen. Dat merk ik ook uit reacties vanuit het hele land. Er is een hele groep mensen die mij laat weten dat ze achter mij staan. Anders had ik met ziekteverlof kunnen gaan om uit te rusten. Maar ik weet dat ik deze mensen help door trouw te blijven aan de Gereformeerde Gemeenten en zo goed mogelijk mijn bijdrage te leveren.’

Met collega-predikanten als Kattenberg, Van der Net en Harinck vormt u toch een aparte groep binnen het totale predikantencorps van de Gereformeerde Gemeenten?
‘Ja, dat is wel zo. Maar wat geeft dat? Laten we meningsverschillen accepteren en als broeders met elkaar omgaan. We hoeven niet allemaal precies hetzelfde te denken, als het past binnen de bandbreedte van de Bijbel en de gereformeerde belijdenis. In de kerk mag er ruimte voor verschillen zijn. Ik vind dat niet zo moeilijk, maar van de andere kant wordt dat moeilijker geaccepteerd. Ik probeer me dit niet te veel aan te trekken. Ik heb nog een paar jaar en mag dan eeuwig met emeritaat. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar God.’

De Gereformeerde Gemeenten kennen een hoge uitstroom van kerkleden. In een interview zei uw collega ds. Rinus Golverdingen dat mensen die vertrekken juist daardoor het behoudende karakter van de Gereformeerde Gemeenten versterken.
‘Daar heeft hij gelijk in. Ik ben nu veertig jaar predikant en zie verrechtsing. Toen ik begon waren er milde predikanten zoals Van Stuijvenberg, Hakkenberg en Van Vliet. De laatste twintig jaar treedt een jongere generatie predikanten aan die een fanatieker instelling heeft. De sfeer in de kerk verandert daardoor. Er is een gebrek aan acceptatie en daar heb ik moeite mee. De neuzen moeten allemaal dezelfde kant op staan, maar dat is helemaal niet nodig. Juist met een verschillende benadering kun je elkaar voor eenzijdigheid behoeden.’

U hebt veel contact met jongeren uit uw kerkverband. Hoe staan zij in de kerk?
‘Een deel voelt zich niet begrepen en niet aangesproken. Zij stappen weloverwogen over naar een andere kerk. Een ander deel verlaat de kerk definitief. Anderen zijn overtuigd gelovig. Deze jongeren moeten we een taak in de gemeente geven. Voor hen heb ik diep respect. Ze zijn de kerk van de toekomst.’

Begrijpt u dat elk jaar duizenden kerkleden het niet volhouden in de Gereformeerde Gemeenten en vertrekken?
‘Je bent geplaatst binnen een bepaalde traditie. Het is mooi als je daar trouw kunt blijven, maar dat moet dan wel kunnen. In sommige gevallen, als de prediking benauwd en eenzijdig is, kan ik een overgang wel begrijpen.’
geplaatst

auteur: Daniël Gillissen

Cornelie Vreugdenhil-Mijnarends is ouderenpastor

Drs. Cornelie Vreugdenhil
Drs. Cornelie Vreugdenhil

Cornelie Vreugdenhil-Mijnarends is sinds 1 maart voor 50% van haar tijd verbonden als ouderenpastor aan de Gereformeerde Kerk. Zij werd op 16 september 1988 geboren in Rhenen. Mevr. Vreugdenhil volgde van 2006 tot 2013 haar theologiestudie aan de Universiteit Utrecht en de Protestantse Theologische Universiteit. Ze studeerde af in de masterrichtingen Gemeente predikant en Predikant/ Geestelijk Verzorger. Sinds mei 2011 is zij regelmatig gastvoorganger in kerkdiensten in diverse PKN gemeenten en verschillende zorginstellingen. Sinds 12 januari 2014 is mevr. Vreugdenhil werkzaam in de Gereformeerde Kerk Katwijk. Vanaf 1 september 2014 is zij in dienst als predikant in wijk 1 van de Gereformeerde Kerk Katwijk. De Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee is haar eerste gemeente.

Loopbaan

vanaf 1 september 2014
in dienst als predikant in wijk 1
van de Gereformeerde Kerk Katwijk.

vanaf 1 maart 2014
Ouderenpastor
Gereformeerde Kerk Rijnsburg

jan 2014 – heden
Pastoraal medewerker (tijdelijke vervanging predikant)
Gereformeerde Kerk Katwijk

jan – mei 2013
Predikant in opleiding
Protestantse Gemeente Zevenhuizen

dec 2012 – feb 2014
Kerkelijk medewerker
Hervormde Gemeente Waddinxveen

Arjen Vreugdenhil winnaar prijsvraag over Schriftberijmingen

Winnaars van de RD-prijsvraag Schriftberijmingen. V.l.n.r. Petra Hooglander-Bijvank, Pieter van Gent, Christine Dirkse-Vreugdenhil (namens Arjen Vreugdenhil) en Arie Maasland. Beeld Dick Vos
Winnaars van de RD-prijsvraag Schriftberijmingen. V.l.n.r. Petra Hooglander-Bijvank, Pieter van Gent, Christine Dirkse-Vreugdenhil (namens Arjen Vreugdenhil) en Arie Maasland. Beeld Dick Vos

De drie beste inzendingen voor de RD-prijsvraag over Schriftberijmingen zijn van Arie Maasland, Arjen Vreugdenhil en Pieter van Gent. Hun werk kenmerkt zich door hoge kwaliteit, zoals blijkt uit het hierbij afgedrukte juryrapport.

Wie een Schriftberijming maakt, staat in een grote traditie. Marnix, Revius, Lodenstein, Da Costa, Beets, Barnard, Den Besten, allemaal hebben ze zich met het genre beziggehouden – en er zijn nog talrijke andere namen te noemen, binnen en buiten de gereformeerde traditie. Door een prijsvraag uit te schrijven, wil het Reformatorisch Dagblad aandacht vragen voor deze mooie en moeilijke manier van dichten: zorgvuldig luisteren naar de Bijbeltekst en de inhoud daarvan vervolgens zo mooi en goed mogelijk in eigen woorden weergeven.

Als jury van de RD-Schriftberijmingenprijsvraag waren we blij verrast door de hoeveelheid inzendingen (bijna negentig), maar ook door het hoge niveau ervan. Natuurlijk was er kaf onder het koren: er waren inzendingen vol taalfouten, verzen die niet goed te zingen waren op de gekozen melodieën, teksten die te weinig met de oorspronkelijke Bijbeltekst te maken hadden of anderszins beneden de maat waren. Maar zulke kritiek gold niet voor een substantieel gedeelte van de inzenders, onder wie zich heel wat dichters, schrijvers, predikanten, docenten en musici bevonden. De resultaten van hun inspanningen mochten er zijn: uit hun teksten sprak betrokkenheid, inspanning, liefde, en ze wekten de indruk dat ze veel tijd en aandacht aan hun werk hadden besteed. Het was dus niet eenvoudig om uit de grote stapel psalm- en Schriftberijmingen de tien beste inzendingen te kiezen.

De opdracht voor elke dichter was om zowel een psalm- als een Schriftberijming te maken, waarbij er steeds keuze was uit drie mogelijkheden. Opvallend was dat bijna de helft van de inzenders koos voor Psalm 4: kennelijk een psalm die in het bijzonder tot het hart van dichters spreekt. Psalm 56 was (met 27 inzenders) ook redelijk populair; slechts zeventien inzenders kozen voor Psalm 32. Bij de overige Schriftgedeelten was Jesaja 40 het best vertegenwoordigd (met ruim vijftig inzenders), gevolgd door Klaagliederen 5 en Exodus 15 met respectievelijk achttien en zeventien inzenders. De enkele dichters die zich niet aan de opdracht hielden en een eigen keus maakten, vielen overigens meteen af.

Van alle inzendingen is eerst door het RD-secretariaat de naam van de dichter vervangen door een nummer. Pas daarna zijn de teksten voorgelegd aan ons als juryleden; we hebben vervolgens elk voor onszelf de –in onze ogen– tien beste inzendingen geselecteerd. Dat leidde tot vijf lijstjes met tien nummers, die meteen al veel overlap bleken te vertonen. In theorie had de discussie kunnen gaan over vijftig (vijfmaal tien) verschillende inzendingen, in de praktijk bleek dat er in totaal slechts achttien verschillende inzendingen op onze gezamenlijke lijstjes voorkwamen. Na herlezing en uitvoerige bespreking van deze achttien inzendingen hebben we uiteindelijk de tien genomineerden vastgesteld.

Onze indruk is dat mensen in het algemeen minder moeite hadden met de psalmen dan met de overige liedteksten, misschien omdat het stramien en de melodie vertrouwder zijn. Zeker degenen die bij het ‘vrije’ lied kozen voor de melodie van ”Lof zij de Heer” maakten het zichzelf niet gemakkelijk. Maar soms leidde zo’n extra moeilijke melodie juist ook tot verrassende resultaten, net als de extra moeilijke rijmschema’s van Psalm 4 en Psalm 56: in de beperking toont zich de meester.

We beschouwen het als opmerkelijk dat de kwaliteit van de tien genomineerde inzendingen gemiddeld hoger ligt dan die van menige gepubliceerde bundel. Kennelijk is er veel meer verborgen talent dan we hadden gedacht: de ‘bekende’ hedendaagse dichters van gepubliceerde psalm- en Schriftberijmingen hoeven dus niet vanzelfsprekend de beste te zijn. Wat overigens niet betekent dat er niets op de inzendingen aan te merken viel, want eigenlijk was geen enkele berijming helemaal volmaakt en gaaf te noemen. Net als de meeste andere psalm- en liedteksten die in christelijke kringen gezongen worden, vertonen zelfs de beste inzendingen hier en daar wel een zwakke plek: een regel die ritmisch niet goed loopt, een minder gelukkig gekozen woord, een al te vrije invulling, een stijlbreuk of een stoplap. Niettemin zijn zulke zwakke plekken in het werk van de tien genomineerden relatief zeldzaam, en overheersen de mooi gekozen woorden en beelden.

We hebben als jury de inzendingen beoordeeld volgens een aantal maatstaven: de aansluiting bij de Bijbeltekst, de interpretatie en verwerking daarvan in eigen woorden, de creativiteit en muzikaliteit die zichtbaar worden in het resultaat. Uitbreiden en samenvatten was toegestaan, net als (in beperkte mate) het toevoegen van eigen woorden en beelden – zolang het resultaat maar in overeenstemming was met de strekking van de Bijbeltekst. Er moest sprake zijn van een duidelijk stijlregister, van natuurlijkheid in het taalgebruik en gevoel voor ritme.

Bij berijmingen van Bijbelteksten blijft er altijd sprake van een spanningsveld: in hoeverre houd je als dichter vast aan de letterlijke tekst, in hoeverre sla je je eigen vleugels uit? Te weinig aansluiten bij de bron blijkt te leiden tot gedichten die zich hebben losgezongen van de Bijbeltekst. Het te letterlijk en krampachtig verwerken van elk woordje uit de oorspronkelijke tekst (soms zelfs gecombineerd met lange exegetische beschouwingen in voetnoten) blijkt te leiden tot wat mechanische resultaten. De beste inzenders onderscheiden zich door het evenwicht dat ze weten te bewaren tussen vorm en inhoud: ze proberen recht te doen aan de oorspronkelijke Bijbeltekst, en tegelijkertijd een eigen dichterlijke stem te laten horen.

Van de tien genomineerden kunnen er intussen maar drie de besten zijn – waarbij de verschillen tussen die drie uiterst klein zijn. De winnaar van de derde prijs heeft volgens de jury een mooie berijming van Jesaja 40 gemaakt, waarin evenwel sommige woorden wat gezocht overkomen, niet passend in het gekozen register. Zijn berijming van Psalm 4 is krachtiger, met hier en daar onvergetelijke regels die precies de emotie van deze psalm op de hedendaagse lezer weten over te brengen: „De wereld schijnt voor hen geschapen, maar ik ben in de hemel thuis. U bent mijn gids, mijn licht, mijn wapen; bij U kan ik gerust gaan slapen, bij U Heer, in het Vaderhuis!” Deze berijming is van Pieter van Gent.

De winnaar van de tweede prijs koos ook voor Psalm 4, en schreef een minstens zo mooie berijming, hoewel hij in de eerste strofe wat verder afwijkt van de Bijbeltekst. In zijn berijming van Klaagliederen 5 weet hij dat niveau te handhaven, met slechts een enkel al te populair woordje, maar vooral veel prachtige regels, zoals: „Een slaaf regeert als was hij koning, maar niemand durft hem te weerstaan. Wij hebben de woestijn als woning, als straf voor zonde eens begaan.” En: „Ons hart is zwak om onze zonde, om het verwoeste tempelhuis. Daar doen de vossen nu de ronde; al onze godsdienst ligt in gruis.” De schrijver van deze verzen is Arjen Vreugdenhil.

De eerste prijs gaat naar een dichter die in zijn berijming van zowel Psalm 4 als Jesaja 40 dicht bij de Bijbeltekst blijft en tegelijk heel compact en met grote zeggingskracht die tekst in hedendaagse woorden weet te vertalen. Ook bij hem valt soms een enkel woordje wat uit de toon, maar in het algemeen handhaaft hij een stabiel niveau. Alle overbodige woorden zijn weggesneden, de lezer krijgt nergens het gevoel dat rijm of ritme deze dichter dwingen tot woorden die hij niet zelf zou hebben gekozen. Zijn berijming van Psalm 4 eindigt zo: „Zij zoeken vreugde van beneden in brood en wijn, in hier en nu. De mijne overstijgt het heden: U laat mij slapen in Uw vrede, voor altijd veilig dicht bij U.” De winnaar van deze Schriftberijmingenprijsvraag is Arie Maasland.

Theo en Wiljanne Vreugdenhil in Papua

Theo & Wiljanne Vreugdenhil in Papua
Theo & Wiljanne Vreugdenhil in Papua

Van 11 november 2013 tot eind juni 2014 wonen wij in Papua, Indonesië. Daar werken wij voor ‘Lentera Papua’, een organisatie die Papua’s opleidt tot piloot, bijbelonderwijs geeft en lokaal basisonderwijs opzet en verbetert. Theo ontwikkelt een discipelschapsprogramma voor de piloten in opleiding en Wiljanne traint leerkrachten op een nieuwe, internationale basisschool.

Onze visie van Lentera Papua is een Papoea-generatie, die is klaar en in staat om God te professioneel te dienen.

Onze missie is om een ​​christelijke organisatie te zijn, die traint en de discipelen van de jonge generatie van Papua professionals te zijn in het dienen van God en hun medemens in de luchtvaart, onderwijs, geneeskunde en de Sociale Dienst.