Piet Vreugdenhil ziet veel creativiteit in het Westland

Piet Vreugdenhil
Piet Vreugdenhil

‘We zit­ten met ons col­lege van bestuur op de tweede verdieping van het Hooghe Land­huys in Naald­wijk. Als ik uit het raam van mijn werkkamer kijk zie ik scholen, kan­toren, kerken, zor­gin­stellin­gen, huizen en de veil­ing. Daar hebben wij als school alle­maal mee te maken. Net als met kunst, cul­tuur en erf­goed, die overal mee ver­bon­den zijn.’

Dicht­bij en herken­baar
‘Er is veel cre­ativiteit in West­land, die moeten we bin­nen de school halen. Daar­voor zoeken we samen­werk­ing met part­ners; dicht­bij en herken­baar. Juist voor onze leer­lin­gen. Daar ligt meteen een wed­erz­i­jds belang. Diezelfde kinderen gaan in hun vrije tijd ook naar the­ater­les, ze zin­gen, dansen of leren een instru­ment bespe­len. Maar ze zijn later miss­chien ook weer de docen­ten of lei­d­inggeven­den van de West­landse cultuuraanbieders.’

West­landse Canon
‘Het min­is­terie van OCW kiest de komende jaren voor ver­sterk­ing van cul­tu­ure­d­u­catie op school: Cul­tu­ure­d­u­catie met kwaliteit. Daar­bij moeten we vooral heel prag­ma­tisch aan het werk gaan. Met een klein groepje mensen, dat snapt dat het om samen­werken gaat en begri­jpt dat het kind cen­traal staat, een pro­gramma maken waarin het aan­bod voor kinderen van groep 1 tot en met groep 8 en ook naar het voort­gezet onder­wijs aan elkaar zijn ges­meed. Ik zie daar­bij een West­landse Canon als waarde­volle kap­stok. Met elkaar benoe­men welke schilder­i­jen, muziek­stukken, boeken, toneel­stukken, gebouwen en beelden die kinderen moeten ken­nen. Ook ervaren wat het is om bijvoor­beeld te dansen, ritmes te maken of te schilderen hoort hier natu­urlijk bij. Door daarin onder­w­er­pen uit West­land op te nemen maak je het herken­baar en breng je het dichter bij de leer­lin­gen. We moeten daar­voor een meth­ode ontwikke­len en er met elkaar in investeren. Scholen, kun­stin­stellin­gen en ook de gemeente.’

Cul­tu­ur­coach
‘De ervarin­gen die we met de cul­tu­ur­coach hebben opgedaan zijn hier­bij heel bruik­baar. Om te begin­nen is de com­bi­natiefunc­tionaris Nancy Daniëls een herken­baar per­soon voor de leer­lin­gen. Ze kun­nen haar gewoon op straat tegenkomen. De cul­tu­ur­coach is ook een vanzelf­sprek­ende verbind­ing naar cul­tu­u­raan­bod in de vrije tijd. Daar­naast is de cul­tu­ur­coach een voor­beeld en inspi­ra­tor voor onze leerkrachten. Ze raken ent­hou­si­ast voor kunst en gaan vra­gen: “hoe doe je dat? Kan ik daar zelf meer mee doen in mijn klas?” Helaas con­sta­teer ik dat de leerkrachten die nu van de PABO komen weinig cul­turele bagage in hun oplei­d­ing hebben meegekre­gen. Dat zou gewoon weer terug moeten komen. Zolang dat er nog niet is moeten we de samen­werk­ing en uitwissel­ing van ken­nis met de kun­stin­stellin­gen in onze omgev­ing benut­ten. Laten we elkaar opzoeken in geza­men­lijke ambitie en gedreven­heid en aan de slag gaan!’

Cul­tu­ure­d­u­catie met kwaliteit
‘Kunst en cul­tuur zijn belan­grijke thema’s bin­nen onze scholen. Gek genoeg heeft de nota Cul­tu­ure­d­u­catie met kwaliteit niet direct onze eerste pri­or­iteit. Er wordt op zo veel onder­wi­jster­reinen kwaliteit van ons gevraagd: de vakken, passend onder­wijs, aan­dacht voor leer– en opvoed­ing­sprob­le­men, burg­er­schap en ook kunst en cul­tuur. Ter­wijl de bud­get­ten min­der wor­den. Dit maakt dat we als scholen in een lastige con­text werken en keuzes moeten maken. Een belan­grijke kans voor ons is dat we in onze omgev­ing sterke en ini­ti­atiefrijke cul­tu­u­raan­bieders zien zoals Muziekschool West­land, Dario Fo, onderne­mers in de kunst en the­ater­school Kop­eren Kees, maar zeker ook de muziekv­erenigin­gen. Daar kun­nen we ver­sterk­ing zoeken door samen te werken. We hebben dit expli­ciet opgenomen in ons belei­d­splan. We moeten als scholen en kun­stin­stellin­gen elkaar weten te vin­den. In die samen­werk­ing kunnen we dan ook in West­land de ambities van Cul­tu­ure­d­u­catie met kwaliteit oppakken.’

Stefan Vreugdenhil Nederlands kampioen mountainbike

stefan_vreugdenhil_001
Stefan Vreugdenhil Nederlands Kampioen op de mountainbike

Vorig jaar zomer, om precies te zijn op 5 juni 2004, is Stefan Vreugdenhil (zoon van C XI aa) uit Naaldwijk Nederlands Kampioen op de mountainbike geworden bij de 14-jarigen. De wedstrijd werd gehouden bij de wielervereniging “Westland Wil Vooruit” in Honselersdijk. Stefan is ook lid van deze vereniging en heeft dus een heel goede thuiswedstrijd gereden. Aan de kampioenswedstrijd in deze klasse reden circa 30 deelnemers mee uit heel Nederland.

We hebben Stefan gevraagd hoe hij zich voorbereid op het nieuwe seizoen. In de winter traint hij een paar keer per week op de mountainbike, daarnaast traint hij extra in de sportschool. Zodra het topseizoen begint, traint hij 5 tot 6 keer per week om in topconditie te blijven. Stefan vertelt dat hij op 10-jarige leeftijd is begonnen met de mountainbikesport.

Voor het komende seizoen gaat Stefan zijn best doen weer zo hoog mogelijk te eindigen op het Nederlands kampioenschap. Maar hij geeft wel aan dat er in deze hogere klasse (15-/16-jarigen) meer concurrentie is, dus het zal voor hem niet makkelijk worden.

Verder willen we hem alle succes toegewenst voor de komende kampioenschappen, want dan is hij zeker weer van de partij.

Pieter-Jan Vreugdenhil “Vele handen maak licht werk”

Pieter-Jan Vreugdenhil samen met 65 mensen

Naaldwijk -‘Vele handen maken licht werk’, moet orchideeën kweker Pieter-Jan Vreugdenhil hebben gedacht. Het doek van zijn waterbassin was aan vervanging toe. Dus trommelde hij 65 mensen op voor de klus. Het nieuwe doek werd met vereende krachten gelegd. Dat was geen kleine klus. Het bassin meet ongeveer 64 bij 54 meter en is 3,5 meter diep. Met een totale afmeting van 3700 vierkante meter en een gewicht van 2500 kilo is een doek vervangen dus niet een handeling die een tuinder zelf even kan doen. Naaldwijker Vreugdenhil schakelde dus allerlei mensen in om het zware werk te vergemakkelijken. Geen gemakkelijke opgave, want het is immers vakantietijd en veel mensen verblijven nu elders. Vreugdenhil slaagde er desondanks in genoeg mensen op de been te krijgen, zodat de klus in een uur was geklaard. Hij was na afloop opgelucht dat het plaatsen van het doek zo voorspoedig was verlopen. “Ik ben blij dat we met werknemers, vrienden, kennissen, buren en familie dit voor elkaar hebben gekregen. Anders was het echt niet gelukt.” Het bassindoek was overigens nodig aan vervanging toe, zegt Vreugdenhil. “In het bassin vangen we regenwater op dat we gebruiken om de orchideeën water te geven. Het doek was achttien jaar oud en verweerd. Dan gaat het lekken.”

Hendrika Vreugdenhil dankzij de karatesport de hele wereld over

Hendrika Vreugdenhil

De zomerstop is een mooi moment om een blik te werpen in de toekomst en dat is wat Hendrika Vreugdenhil (19) en Hilke Batist (23)dan ook doen. Ze zijn nog maar enkele weken terug van het WK in Sint Petersburg, maar nu al kijken ze vooruit naar de grote toernooien die de komende twee jaar op het programma staan. De derde plaats die de twee Westlandse dames samen met Rita Soutendijk behaalden, smaakt naar meer.

Kracht
De Heulse Batist en haar streekgenote Vreugdenhil uit Maasdijk beoefenen de karatesport respectievelijk al zo’n achtenhalf en zeven jaar en hebben in die periode al het een en ander van de wereld gezien. Batist ging in de afgelopen twee seizoenen onder meer naar Oostenrijk (EK) en Schotland (WK), terwijl Vreugdenhil vorig jaar twee gouden medailles veroverde tijdens het junioren WK in het Joegoslavische Novi Sad. Voor de 19-jarige Maasdijkse was het vorige maand haar eerste senioren WK.
De beide Westlandsen beoefenen het onderdeel kata, dat op zich ook weer is onder te verdelen in allerlei verschillende vormen. Het is een schijngevecht met een denkbeeldige tegenstander. Op de training doen ze ook wel aan semi-contact, maar tijdens wedstrijden ‘lopen’ ze kata. “Ik kan mijn ei helemaal kwijt in kata”, vertelt Vreugdenhil, die zeven jaar geleden via haar moeder in contact kwam met karate. “Ik deed eerst aan jiu jitsu, maar daar kon mijn rug niet tegen. Was veel te fysiek. Kata is me veel meer op het lijf geschreven. Ik moet het vooral hebben van mijn souplesse.”
Dit in tegenstelling tot Hilke Batist, die een stijl heeft die vooral gebaseerd is op kracht. “Kata is voor mij beter geschikt dan semi- of full-contact, want ik heb niet van die sterke enkels. Ik gebruik veel kracht in mijn stoten en doe het minder op souplesse.” In Sint Petersburg namen ze zowel individueel als met een team deel aan het WK. Rita Soutendijk, die samen met haar man Mark Neijssel de scepter zwaait over Tomo no Kai (groep van vrienden), maakte het trio compleet. De sensei uit Zoetermeer – de karatevereniging heeft vestigingen in Naaldwijk en Zoetermeer – pakte ook individueel een bronzen medaille.

Een druk jaar
De beide Westlandsen slaagden er op eigen houtje niet in de finale te bereiken. “Het voelde wel een beetje als een steek onder water dat ik nu de finale niet haalde, terwijl ik bij de junioren een wereldtitel had gepakt”, zegt Vreugdenhil. “Maar niettemin heb ik voor mezelf een goede kata gelopen en kan ik met een tevreden gevoel terugkijken. Ik heb het gevoel dat ik nog veel meer uit mezelf kan halen de komende jaren.”
Als team valt het drietal, dat een jaar samen actief is geweest, nu uit elkaar. Soutendijk stopt ermee en de twee Westlandsen moeten een nieuwe medestander vinden. “Die hebben we al gevonden, hoor”, verklapt Batist lachend. “Ze weet het alleen zelf nog niet.” “We hopen dan voor langere tijd bij elkaar te zijn”, vult Vreugdenhil aan. “Dan kun je echt aan iets gaan bouwen. Het is de bedoeling om voor langere tijd samen te gaan trainen.”Een kata onder de knie krijgen gaat nou eenmaal niet zomaar, weet Batist. “Dat kost wel een paar jaar. En je bent ook nooit uitgeleerd. Als je examen doet, moet je ook de dingen van eerdere kata’s onthouden, dus het pakket wordt steeds groter.” Beide dames zijn in het bezit van de bruine band en gaan nu vol overgave voor de zwarte. De komende tijd kunnen ze even genieten van de zomerstop. Volgend jaar juni is het EK in Belfast en een jaar later is het WK in Brazilië. “Geweldig als we daar naartoe kunnen”, mijmert Vreugdenhil. Zo weten ze in elk geval waarvoor ze straks weer gaan trainen.

Waar lag Vreugdenhil?

Bron: inoudeansichten.nl

In Naaldwijk komen verschillende (veld)namen voor die een oude historie hebben, zoals het boerderijtje Bon Fut oftewel Bonaventura (Goede verwachting, verklaring van Jan Emmens). Het was gelegen op de hoek van het Galgepad / ‘s-Gravenzandseweg, waarvan het bijbehorende land ook Bon Fut heette. Dit land liep ongeveer tot het huis van timmerman Brugmans(*) aan de ‘s-Gravenzandseweg. Een andere veldnaam waar we wat uitgebreider bij stil zullen staan is Vreugdenhil. Vreugdenhil, ook gelegen aan de ‘s-Gra­venzandseweg, wordt al genoemd in het midden van de 16e eeuw. Het was een stuk land gelegen aan beide zijden van de ‘s-Gravenzandseweg.  Aan de noordkant van de weg grensde het aan een kleine boomgaard, die in 1495 Patijnenburg wordt genoemd en aan het Vreugden­hilslaantje, nu de Willem van Hooffstraat. Aan de zuidkant van de weg lag Vreugdenhil tussen het Zuideinde en het Shell tankstation Van de Ende.

De naam Vreugdenhil laat zich mogelijk als volgt verklaren: in de kuststrook van West-Nederland met zijn duinen, komt de naam hil regelmatig voor, zoals in de plaatsnaam Hillegom, Hilna­re bij Den Delp in Wassenaar en Vreugdenhil in Naaldwijk. Hil(l) heeft hier de betekenis van natuurlijk gevormde heuvel, zoals de Engelsen ook deze betekenis nu nog kennen. De (Vreug­den)hil of heuvel op de “Geest van Naaldwijk” past in de natuurlijke gesteldheid van vroeger. Het Staelduinsebos kan men zich hierbij voor de geest halen. Geografisch gezien is het aannemelijk, dat Vreugdenhil een geheel gevormd heeft met Patijnenburg. In een transport uit 1561 vinden we dan ook: “de kleynen boemgaert genaempt Patynenburch mit die huysinghe daer in­ne staende”, die in het kaartboek van Naaldwijk uit 1632 nog staan getekend. In transpor­takten uit de 16e eeuw wordt Vreugdenhil ook apart genoemd, zoals in 1577 in de omschrij­ving van “een gemene laen toe up Vroichdehill” M. De gemeenschappelijke laan is het Vreug­denhilslaantje, de latere Willem van Hooffstraat. Een eigenaar en/ of bewoner van de “hil” met de naam Vreugde kan de naamgever van dit stukje Naaldwijk zijn geweest en de veldnaam Vreugdenhil is daarmee geboren. Of de naamgeving historisch juist is, is daarmee niet voor 100% aangetoond. Aannemelijk is wel, dat op genoemde plaats nog voor 1600 de oudst bekende Vreugdenhil, Jacob Jacobszn getrouwd met Heiltje Willems, woonde. Hun zoon noemde zich Ary Jacobsz (van) Vreugdenhil.

We gaan nu een stukje verder in de tijd. Jan Vreugdenhil, wonend op de ‘s-Gravenzandseweg op Vreugdenhil(!), vertelt u anno 1998 een mooi verhaal over zijn familie en verrassend ook over een stukje Naaldwijk namelijk Vreugdenhil. “Mijn overgrootvader Jan Vreugdenhil, woonde midden vorige eeuw in de Oranjepolder in het al eeuwen bestaande Oude Posthuis, op de hoek van de Pettendijk. Daarom werd hij in familiekring ook altijd opa (en oma) van ’t Hoekie genoemd. Hij bezat daar een klein boerderijtje. Zodoende ging hij regelmatig met paard en wagen naar de veemarkt in Delft. Al gauw werd hem gevraagd als hij toch naar Delft ging om wat spullen mee te brengen. Dat was eigenlijk het begin van de bodedienst Vreugdenhil. Zijn zoon, mijn opa Jan Vreugdenhil, volgde hem op en deze vestigde zich na zijn trouwen in 1900 aan de ‘s-Gravenzandseweg. Opa Jan woonde eerst in de huisjes aan de noordkant van de weg op de plaats van de latere Raiffeisenbank. De geschiedenis herhaalt zich dus. De zuidkant van de ‘s­Gravenzandseweg was nog niet bebouwd. Op de hoek van ‘s-Gravenzandseweg en Zuideinde lag de tuin van Jan Valstar. Bouwbedrijf Nowee wilde daar de eerste huizen bouwen en opa Jan hoorde dat. Hij ging erop of en vroeg Nowee, de grootvader van de laatste eigenaar Wil No-wee, of deze er geen woonhuis met garage kon zetten.

Voor het bedrag van f 1500,- werd het gebouwd en op I april 1906 werd het pand ‘s-Gravenzandseweg 9 betrokken. De koopakte vermeldde overigens dat de bewoners verplicht waren om hun beerput (riolering bestond niet) te legen op de tuin van Jan Valstar. Hiervoor zat speciaal een deur in de achtermuur van de tuin. Dit heeft tot 1909 geduurd. Daarna is het tuinland verkocht en is de voormalige oude veiling van Naaldwijk hierop gebouwd. Opa Jan reed net als zijn vader 4 keer per week met paard en wagen naar Delft heen en weer. De dinsdag en vrijdag werden gebruikt om pakjes per fiets op smalle tuinderspaadjes weg te brengen. Omdat hij het steeds drukker kreeg moesten de kinderen, zoals toen gebruikelijk, al gauw meehelpen. Zodoende zat mijn vader Piet Vreugdenhil al vroeg op de bode(paarden)wagen. Na schooltijd ging hij `s-middags mijn opa lopend tegemoet, meestal tot Honselersdijk of Kwintsheul. Na het verlaten van de lagere school kwam hij voorgoed op de bodewagen. Was mijn opa een paardenliefhebber, mijn vader was dat veel minder. Vaak genoeg heeft hij tegen zijn zus Jannetje gezegd: “Jannetje als jij nou de paarden naar de wei brengt dan ga ik wel de afwas doen”. Vader Piet heeft bij mijn opa dan ook zijn kop gek gezeurd om over te schakelen op een vrachtauto. En ja boor in 1928 werd dan de eerste vrachtauto gekocht. Mijn vader is zijn hele leven in hart en nieren bode gebleven. Zelfs toen het bodebedrijf beëindigd werd in januari 1986, bleef hij nog vele ritjes maken richting Delft.

Vader Piet heeft tot 1988 aan de ‘s-Gravenzandseweg gewoond en is in 1989 overleden”.

Jan Vreugdenhil en Harry Groenewegen