Jochem Vreugdenhil “Maassluis op de kaart”

jochem_vreugdenhil_002
Jochem Vreugdenhil ontvangt Gertjan van de Velden (rechts) samen met de eerste bezoeker Jan Anderson (links)

Afgelopen zaterdag is de landkaarten tentoonstelling: “Maassluis op de kaart” geopend door Gertjan van de Velden. De hele zaterdag en zondag was er veel belangstelling voor de expositie. Aankomend weekend is de expositie weer geopend van 13.00 uur tot 17.00 uur in het Douanehuisje in Maassluis.

Zaterdag 8 maart is er naast de vaste expositie landkaarten een aantal documenten en afbeeldingen te zien over baggerwerkzaamheden door de eeuwen heen van Jochem Vreugdenhil. Het oudste stuk is uit 1595.

Op zondag 9 maart is er naast de vaste expositie een tiental kaarten te zien van de luchtoorlog 1940 – 1945. Dit zijn uiterst zeldzame kaarten van de Royal Air Force en Luftwaffe uit de collectie van www.stafkaart.net  Vanaf 13.00 uur, zal om het uur een korte lezing gegeven worden over deze kaarten.

Onderstaand een foto van een aantal kaarten van RAF en Luftwaffe: er zitten “vuile” kaarten tussen met aantekeningen die ook echt in de cockpit gebruikt zijn.

jochem_vreugdenhil_003

Jochem Vreugdenhil “Hoe ouder hoe mooier”

jochem_vreugdenhil_007
Jochem Vreugdenhil (C XI ae)

Op een  prachtige dag met de temperatuur tegen de 20° C. rijd ik langs de Maasdijk in de gemeente Westland richting Hoek van Holland. Links en rechts het vele glas van de tuinbouwkassen, vanaf de dijk heb je daarop een prachtig zicht en als je er van houdt, gaat je hart open!

Mijn doel is Jochem Vreugdenhil (C XI ae), hij woont met zijn vrouw Riet in de gemeente ’s‑Gravenzande. Hier was hij jarenlang tuinder en teelde aanvankelijk groente en later bloemen.

De vier kinderen die ze samen hebben, zijn inmiddels uitgevlogen en er zijn vijf kleinkinderen in de leeftijd van 4 tot 19 jaar.

Jochem zal me iets te vertellen over zijn hobby. Nu waren er in vroeger jaren niet veel  tuinders die naast het bedrijf nog tijd hadden  (of namen) voor andere activiteiten. Nou ja: in kerk of politiek, en als je een beetje muzikaal was de muziekvereniging of het mannenkoor, dat kon nog net!

Ik ben dus wel benieuwd hoe Jochem  -naast zijn bedrijf- tot deze bijzondere hobby gekomen is.

 Jochem vertelt
“Mijn vader was een actief en ondernemend iemand en ging  zijn kinderen voor in de Westlandse mentaliteit van hard werken en jong beginnen.  Als zesjarig jongetje leerde ik  al de handen uit de mouwen te steken, bijvoorbeeld koeien melken en andere klusjes die voorhanden waren in het bedrijf.”

Er was genoeg te doen,  dus tijd aan andere ‘nutteloze’ zaken besteden, vond vader Vreugdenhil niet nodig: “Water is voor de vissen: kinderen zwemmen niet!” Echter, als het water bevroren was, werd een uitzondering gemaakt: dan mocht er wel geschaatst worden!

Al met al heb ik de indruk dat Jochem terugkijkt op een plezierige jeugd.

Maar zo kon het dus gebeuren dat hij als kersverse echtgenoot in de jaren zestig weinig of geen interesses naast zijn bedrijf had. Vond zijn vrouw Riet het een benauwende gedachte dat zij zijn enige liefhebberij was? Zij was het in ieder geval die de aanzet gegeven heeft tot een grote hobby van Jochem: een boeiende verzameling oude landkaarten, hoofdzakelijk van het Westland. Op zijn verjaardag gaf zij hem namelijk als cadeau een reproductie van een plattegrond van het Westland , uitgegeven door de  in de 18e eeuw bekende uitgever/boekhandelaar Isaak Tirion (1705-1765).

Dat wekte zijn interesse en Jochem ging vanaf die tijd verzamelen. Langzaamaan breidde de collectie zich uit en omvat nu veel interessante stukken: de oudste kaart in zijn bezit dateert van 1584!

We kunnen wel stellen dat hij in de loop der jaren steeds fanatieker geworden is: hij bezoekt beurzen in Nederland (Jochem noemt bv. de Pieterskerk en Hooglandse kerk in Leiden) en soms zelfs in het buitenland.

Exposeren
Inmiddels is de collectie dermate interessant dat er in ruimere kring aandacht voor is.

Zo exposeerde hij eind jaren ’70 al in de Rabobank in ’s-Gravenzande en enkele keren  tijdens de Nationale Monumentendag  (’s-Gravenzande en gemeentehuis Naaldwijk).

Een hoogtepunt was tijdens de Vreugdenhillenreünie in ’s-Gravenzande (7 oktober 2000). Aan alle Vreugdenhillen is toen namelijk als herinnering aan die dag een kopie van  een gedeelte van een kaart uit 1712 van Hoogheemraadschap Delfland uitgereikt. Op dit gedeelte wordt het ‘Vreugdenhilse laantje’ genoemd. Dit stuk  uit de verzameling van Jochem is door hem tijdens de reünie bij opbod verkocht: een Vreugdenhil had er  ƒ 1.025,– voor over.

Meer recent is een ander hoogtepunt: van 29 mei tot 20 juli 2010 waren zijn kaarten onderdeel van  een tijdelijke expositie in de Yangtzezaal van Futureland op de Tweede Maasvlakte. Deze tentoonstelling droeg de naam ‘Nederland groeit’.

Het ging daar professioneel aan toe, de kaarten van Jochem werden allemaal uniform ingelijst en de officiële opening werd gedaan door een  kleinzoon van Jochem. Er waren genodigden en natuurlijk ging het gepaard met een  hapje en drankje. Ook RTV Rijnmond besteedde aandacht aan het gebeuren.

De tentoonstelling ‘Nederland groeit´ is inmiddels weer vervangen door een andere, maar voor geïnteresseerden: Futureland, het tentoonstellingsgebouw op de Tweede Maasvlakte, is nog steeds (gratis) te bezoeken. De uitbreiding van het Havengebied van Rotterdam en activiteiten die daarmee samenhangen, worden hier uitgebreid belicht. Informatie is te vinden op: http://www.maasvlakte2.com/nl/futureland

Wat in de jaren zestig als een verjaarscadeautje begon, is redelijk uit de hand gelopen en heeft Jochems blik behoorlijk verruimd: inmiddels is zijn interesse verbreed naar oude documenten betreffende de land- en tuinbouw. Het heeft hem ontmoetingen en contacten gebracht met interessante personen en hij maakte in dit verband zelfs reizen naar beurzen in o.a. Parijs, Bristol, York, etc.

Zoon Pleun is ook besmet met het virus en aan het verzamelen geslagen, en ook een kleinzoon heeft al interesse in die richting!

Na afloop van het gesprek kreeg ik een bos bloemen en een tasje tomaten mee, met de mededeling: “Dan kan je weer thuiskomen!”

En thuis werd  ik natuurlijk met open armen ontvangen met die echte Westlandse producten.

Leni
Redactie.

Drie Vreugdenhillen op het Varend Corso Westland 2013

Varend Corso Westland 2014 3 augustus DelflanddagIn 1998 werd in het Westland het eerste Varend Corso georganiseerd. Ter gelegenheid van het 800-jarige bestaan van de Poeldijk was besloten om het rijdende corso van de gemeente Naaldwijk en de Lierse Gondelvaart samen te voegen tot één Westlands evenement.

Historie
In de beginjaren deden aan het Varend Corso Westland voornamelijk bedrijven mee; vandaag de dag vaart ook een groot aantal niet-commerciële boten mee, bemand door bijvoorbeeld verenigingen en dorpskernen.

Hoewel de opzet en doelstelling sinds 1998 niet veranderd zijn, is het aanzien van het Varend Corso Westland in de loop der jaren enorm toegenomen. De eerste edities trokken vrijwel alleen bezoekers uit het Westland. De laatste jaren is het bezoekersaantal gegroeid tot rond de 450.000 belangstellenden vanuit het hele land en soms zelfs daarbuiten. De toegenomen populariteit is ongetwijfeld te danken aan de professionalisering van de organisatie. Waar het eerste corso met een bestuur van vijf man het levenslicht zag, zijn nu verschillende werkgroepen en honderden vrijwilligers bij het evenement betrokken.

Heden
In augustus 2013 trekt voor de 16e keer het Varend Corso door de wateren van het Westland en omstreken. Thema: ‘Durf te dromen’.  De meer dan 450.000 bezoekers die het corso jaarlijks bezoeken, kunnen zich op 2, 3 en 4 augustus laten verrassen door de bonte stoet van versierde schuiten, sloepen en zeilende westlanders. Drie van die versierde boten worden bestuurd door een Vreugdenhil.

Joop Vreugdenhil heeft historische plaatjes uit Vinkeveen

 

joop_vreugdenhil_002
Joop Vreugdenhil (E X g), zijn vrouw Johanna Maria Uil en twee dochters, Sandra en Sharon en een zoon Lars.

Joop Vreugdenhil (E X g) uit Vinkeveen is voor de Vreugdeschakel in de familiealbums gedoken en heeft een aantal mooie oude foto’s opgestuurd. Tegenwoordig zijn Joop en zijn vrouw Johanna Maria Uil de ouders van een gezin met twee dochters, Sandra en Sharon en een zoon Lars.
De foto is genomen achter het huis van Joop en zijn vrouw tijdens de trouwdag van de jongste dochter in 1993, waarbij Joop trots vermeldt dat Sharon inmiddels moeder is van drie kinderen.

jochem_vreugdenhil_004
Jochem Vreugdenhil

Als eerste van zijn opa, Jogchem Vreugdenhil (E VIII g) die statig poseert in het donkere pak met hoed.


jochem_vreugdenhil_006
Jochem Vreugdenhil

Ook zijn vader, Jogchem Adrianus (E IX e), poseert voor de lens als soldaat rond 1921.


Rond 1940 is de foto (onder) van het hele gezin gemaakt. U ziet staand zus Cor (rechts) en zus Martha. Tussen vader en moeder zitten zus Jos en Joop zelf, toen nog zes jaar oud.

jochem_vreugdenhil_005

Familie Vreugdenhil geeft nieuwsjaarreceptie

jochem_vreugdenhil_001Ieder jaar op nieuwjaarsdag viert de familie Vreugdenhil van Pothoven (oude boerderij langs de Maasdijk in ‘s-Gravenzande) het nieuwe jaar in de vorm van een receptie.

De kinderen en verdere nazaten van Jochem Vreugdenhil (C VIII f) en Cornelia Arina Boon bezetten sinds begin jaren ‘70 op die dag het restaurant De Bosrand aan de rand van het Staelduinse Bos. Lange tijd werd een broodmaaltijd georganiseerd waar de kleinkinderen van Jochem (C X U) en Abraham (C X v) zich vooral bezighielden met het zo hoog mogelijk stapelen van soepkommen.

Inmiddels zijn er veel achterkleinkinderen bij gekomen en beperkt het festijn zich tot een kopje koffie en een drankje met lekkere hapjes. De organisatie ligt tegenwoordig bij Dirk (C XI ae.3), Pleun (C XI ae.4) en Bram (C XI ag.3) Vreugdenhil. In december worden alle familieleden per e-mail uitgenodigd en de meesten geven gehoor aan de uitnodiging. De foto is gemaakt op 1 januari 2005.

 

Jochem, Evert en Jaco Vreugdenhil “Varend corso Westland”

jochem_vreugdenhil_001
Boot van Jochem Vreugdenhil (C XI ae) als schipper

Toevallige reünie
Op 5, 6 en 7 augustus 2005 werd het Varend Corso Westland gehouden. Het thema van de 8e editie van dit Varende Corso was ‘Kleurrijk Koninkrijk’. De, dit jaar 80 kilometer lange route, liep door de gemeenten Vlaardingen, Maassluis, Rijswijk, Den Haag, Delft en alle kernen van de gemeenten Westland en Midden-Delfland. Er voeren dit jaar ruim 60 vaartuigen mee in de kleurrijke, bonte stoet, die circa 160.000 bezoekers trok. Geheel onverwacht was dit varend corso aanleiding tot een merkwaardige en heel toevallige ‘reünie’.

Boot 30 met Evert Vreugdenhil
Boot 30 met Evert Vreugdenhil

Zeilende Westlander
De eerste dag ging de route vanuit Naaldwijk, via Honselersdijk in de richting van Schipluiden om uiteindelijk te eindigen in Maasland. Hierbij moest de stoet onder de nodige bruggen door. Een hele klus overigens voor met name de zeilende Westlanders die telkens hun hoge mast moesten strijken. Om op het geplande tijdschema te blijven moest de stoet op sommige plaatsen harder of zachter gaan varen. Aanwijzingen hiervoor werden gegeven door de bemanning van de voor de stoet varende politieboot.

Op een bepaald moment moest de stoet wat sneller gaan varen en daarom bleef de politieboot even aan de kant liggen om de schippers van de aankomende corsoboten hierop te attenderen. Dat ‘bepaalde moment’ was toevallig vlak voor de brug van de Oostbuurtseweg in De Lier. De politieboot bleef liggen tot corsoboot nummer 32 er was. Corsoboot 32 was een prachtig gerestaureerde ‘Zeilende ‘Westlander’ met de naam “Vaerdigheit” en werd bemand door de eigenaar ervan, Evert Vreugdenhil (K XII g) en zijn neef Jaap Vreugdenhil (K XII j). De schipper van de politieboot was… Jaco Vreugdenhil (K XII 0). In een klein huisje aan diezelfde Oostbuurtseweg, niet ver van die brug, woonde lang geleden hun opa, Jacob Vreugdenhil (K X m) en hier waren ook de vaders van de drie neefs geboren. Een wel heel toevallige ‘reünie!!

Politieboot van Jaco Vreugdenhil
Politieboot van Jaco Vreugdenhil (K XII O) uit Poeldijk

Bindersprijs
‘De Gouden Koets’, een corsoboot in een arrangement van Florifère Palet, won overigens de ere- en eerste prijs van het Varend Corso Westland 2005. Leuk was in dit verband, dat de Bindersprijs voor die ‘Gouden Koets’ naar Remko Vreugdenhil (K XII v.2) ging. En, op boot 30 “Oranje Boven” voer Jochem Vreugdenhil (C XI ae) als schipper.

Jochem Vreugdenhil heeft zijn klassiekers brevet

Jochem Jacobus Vreugdenhil (E XI a)

Vier klassiekers in een week. Jochem Vreugdenhil draait er zijn hand niet voor om. Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-­Luik, Parijs-Roubaix, de 49-jarige Zoetermeerder heeft ze allemaal op zijn racefiets afgelegd. Nee, Vreugdenhil is geen professioneel wielrenner. Hij behoort tot het steeds groter wordende peloton van toerfietsers.

Gelet op de bezieling en perfectie in materiaal kan echter haast van semi-professionalisme worden gesproken. Hoog op zijn verlanglijst staat voor Vreugdenhil het halen van zijn ‘klassiekers brevet’. Wat inhoudt dat hij dertien klassiekers moet hebben gereden: Ronde van Lombardije (210 km), Kampioenschap van Zurich (205 km), Waalse Pijl (216 km), Luik­-Bastenaken-Luik (231 km), Amstel Goldrace (243 km), Rund um den Henninger Turm (230 km), Ronde van’ Vlaanderen (200 km), Milaan-­San. Remo (285 km), Grote Herfst prijs- (213 km), Parijs-Brussel (282 km), Omloop het Volk (220 km), Parijs-Roubaix (245 km) en Gent-We­velgem (217 km).

Hier heeft Raas ook gereden
„Allemaal magische klanken en je moet ze eens hebben gereden”, weet Vreugdenhil. „Als jij van je sport houdt, dan moet dat je wat doen. Je rijdt op hetzelfde parcours als al die grote renners. Dan kun je zeggen: hier heeft Jan Raas ook gereden. Het geeft je wel degelijk een kick als je bij voorbeeld de wielerbaan van Rou­baix opdraait, aan het slot van Parijs-­Roubaix”. Van de Zaandamse toer club Le Champion heeft Vreugdenhil een fraai massief bord waarop na elke, gereden klassieker een plaatje wordt bevestigd. „Ik heb er nu elf gereden. De twee ontbrekende, Parijs-Brussel en de Grote Herfstprijs, komen er volgend jaar zeker bij”, verzekert Vreugdenhil, die in september in een tijdsbestek van een week liefst vier klassiekers reed.

Gek
Toerfietsen is voor Vreugdenhil al lang uitgegroeid tot meer dan een hobby. ;,Ja, hoewel ik niet precies kan uitleggen wat dat nu precies is. Je moet er in ieder geval een beetje gek voor zijn”, meent de Zoetermeerder, die over drie fietsen beschikt. Net als voor de professionals begint het seizoen voor de toerfietser ongeveer in maart. „En pas in de herfst is het afgelopen. Ik vind het altijd jammer, want het seizoen kan voor mij niet lang genoeg duren”. Met de bacil van het toerfietsen raakte Vreugdenhil pas echt vanaf 1979 besmet. „Ik kocht een fiets. Even later een wat betere en vervolgens een nog mooiere. Dat gaat automatisch. Je gaat het allemaal steeds professioneler benaderen. Dat moet wel vind ik, vooral als je al die buitenlandse ritten gaat rijden. In 1979 ben ik eerst met een kennis wat ritjes bij toerver­eniging Zoetermeer’77 gaan rijden. De eerste tocht was 90 kilometer. Die herinner ik mij nog goed. Ik had behoorlijk last van zadelpijn. Een beetje hard hé”.

„Je moet gek van fietsen zijn om aan die buitenlandse klassiekers te beginnen. Dat gaat toch even wat verder dan een tochtje naar de duinen. Je hebt dan ook binnen het toerfietsen verschillende groepen. Mensen die op gympies rijden op gewone fietsen tot de serieuze toerfietsers, met uitstekende racefietsen en goed materiaal. Ik reken mijzelf toch tot de laatste groep. Ik probeer binnen mijn mogelijkheden ook zo professioneel mogelijk bezig te zijn”.

„Ja, hoe begin je zoiets. Ik wist van tevoren al dat ik geen kleine ritjes wilde rijden. Grote toertochten, het serieuze werk dus. Eigenlijk is het vanzelf gegaan. Doordat ik naar mijn werk in Scheveningen altijd op de fiets ga, is dat al een goede training. Elke dag veertig kilometer, dat tikt toch aan. Zomer en winter ga ik op de fiets naar Scheveningen, behalve als het glad is. En kom ik onderweg een brommertje tegen, dan hang ik er achter. Al moet je niet te ver gaan natuurlijk. Buiten de stad gaat dat prima, maar in het centrum wordt het gevaarlijk. Al zie je inderdaad dagelijks toerfietsers de gevaarlijkste stunts uithalen om die brommer maar bij te houden”.

„Ik ben vrij snel naar het buitenland gegaan. Eerst maak je er grapjes over. Meedoen aan Luik­-Bastenaken-Luik. Je hebt de profkoers televisie gezien. En voordat je het weet, zit je midden in je eerste klassieker. Van die eerste keer herinner ik mij dat het heel erg koud was en behoorlijk zwaar. Al heel zag je groepen renners terugkeren, omdat ze het te koud vonden. De sneeuw lag langs de kant van de weg. Opeens reed ik lek. Krijg ik niet eens die band eraf, zo koud was het. Je weet ook niet wat je te wachten staat bij zo’n eerste klassieker. Het is allemaal nieuw”.

„Je voeding is natuurlijk erg belang­rijk. Ik had veel krentenbrood bij me. Dat eet ’s morgens nogal makkelijk weg. Daarna niet meer. Dan krijg je het niet meer door je keel heen. Nee, dan krijg ik alleen wat mueslirepen en chocolade naar binnen. Wat ook lekker is, zijn kippenpoten. Veel toer­fietsers halen het einde dankzij kip­penpoten. Je moet gewoon op tijd eten. Als je honger begint te krijgen, is het eigenlijk al te last. Voor je zo’n punt bereikt, moet je al naar de etenszak hebben gegrepen. Anders zou je he­lemaal in elkaar kunnen klappen. Dan kun je een enorme inzinking krijgen”.

„Luik-Bastenaken-Luik is best moeilijk hoor. Tot Bastogne niet zo, maar daarna wel. Neem de La Re­doute, een hele moeilijke berg met een stijgingspercentage van 18 tot 20 percent. Dan vraag je je zeker een paar keer af waar het eind is. En denk niet dat je altijd in een groepje rijdt. Nee, bij moeilijke stukken en lange koersen kom je vaak alleen te zitten. De een klimt nu eenmaal beter dan de ander. En dat is niet altijd even prettig”.

Nooit meer
Na Luik-Bastenaken-Luik zei Vreugdenhil dan ook tegen zichzelf: dit nooit meer. Nog geen vijf weken later reed hij de klassieker de Waalse Pijl. Het toerfietsen liet Vreugdenhil niet meer los. Zijn materiaal werd steeds beter en de tijd, die hij er aan besteedde ook. Zijn fiets moest uiter­aard piekfijn in orde zijn. „Als ik een rit door de regen heb gereden, dan is die fiets een dag later weer schoon. Dat moet je bijhouden. Goed materi­aal verdient een goede verzorging. Toerfietsen is een hobby die tijd kost. En het is duur ook”.

„Wat materiaal betreft ten minste, want je moet de ontwikkelingen bij­ houden. Qua training kost het niet zoveel. Een goede training is hardlo­pen, al gebruik je daar andere spie­ren voor dan fietsen. Ik heb al eens aan een kwarttriatlon meegedaan. Het is erg bevorderlijk voor je uit­houdingsvermogen op de fiets. Als ik ’s avonds heb gelopen, dan merk ik dat de volgende dag. Je hebt meer macht. Je fietst beter. Als je net terugkomt van een paar klassiekers, voel je je ijzersterk. Normaal rij ik in de stad op een versnelling van 52/18, maar dan kan ik ook op de ’14’ weg­trekken”, vertelt Vreugdenhil geest­driftig.

Het gesprek komt dan op het fanatis­me en het streven naar perfectie van de betere toerfietser. Ook Vreugden­hil meent dat het steeds professione­ler wordt. „Natuurlijk, maar dat is toch niet erg. Je moet op goed materi­aal rijden en goede kleding hebben. Ik reed in het begin al met een aero­dynamisch pak aan. Streven naar perfectie is goed, bereiken doe je het natuurlijk nooit”.

Tijdens toertochten valt de verbeten­heid van veel toerfietsers ook af te meten aan de (soms levensgevaarlij­ke) capriolen die ze uithalen. Wie heeft ze niet een keer voorbij zien schieten. Met veertig kilometer per uur, het lichaam diep gebogen over het stuur, het petje met de plaatselij­ke sponsor erop bijna op het wiel hangend en roepend: opzij, opzij, op­zij. Vreugdenhil knikt bevestigend. „Er worden soms gevaarlijke stunts uitgehaald. Maar het overgrote me­rendeel rijdt heel veilig hoor. Het is toch ook logisch dat je je een beetje meet met je maats. De serieuze toer­fietser is echt met een klassieker sei­zoen bezig, net als bij de profs. Vergis je daar niet in hoor. De concurrentie­strijd kan heftig zijn. Heb jij die al gereden, ben je daar al geweest? El­kaar proberen te overbluffen”.

Milieu
In het ‘keiharde’ milieu van de toer­fietsers is de collegialiteit echter ook groot. „Je helpt elkaar. Als je iemand tegenkomt die helemaal stuk zit, dan help je hem. Je zet hem wat uit de wind, je duwt hem. En als er een maat een lekke band krijgt, dan rij je zachtjes door. Het gaat er niet om dat je eerste wordt. Gezonde, onderlinge rivaliteit is goed, maar het moet niet te gek worden”, meent Vreugdenhil, die tussen neus en lippen zijn vrouw Rina zijn grootste sponsor noemt. „Zonder haar lukt het niet”.

Van alle klassiekers noemt Vreug­denhil de Ronde van Vlaanderen wel de zwaarste. „Ik vind hem zwaarder dan Parijs-Roubaix. Neem de Koppenberg. Daar struikelt iede­re toerfietser. De Amstel Goldrace is ook moeilijk. Ik had nog nooit van de Koning van Spanje gehoord, maar hij bestaat toch echt. Een hele lastige bult”.

Milaan-San Remo is vooral in de eerste 150 kilometer een zenuwentoestand. Met ruim 4.000 deelne­mers en allemaal gekke Italianen. Die willen allemaal van voren zitten. Dat peloton schuift elke keer als een harmonica in elkaar als je door een dorpje komt. De Waalse Pijl is niet zo lang, maar wel heel zwaar”, vertelt Vreugdenhil, die Luik-Bastenaken-Luik inmiddels drie keer heeft gere­den, net als de Amstel Goldrace. Voor de nog ontbrekende twee klas­siekers op zijn brevet is Vreugdenhil niet bang. Die worden volgend jaar gereden. „Dat is pas in september. Met de Grote Herfstprijs overnacht je in het hotel van Joop Zoetemelk. Dat is toch gaaf? Dan weet je zeker dat je goed te eten krijgt”.