Ds. G.C. Vreugdenhil neemt afscheid van hervormd Woerden

ds. Gerrit C. Vreugdenhil
ds. Gerrit C. Vreugdenhil

Ds. G. C. Vreugdenhil heeft zondag afscheid genomen van wijkgemeente Oost van de hervormde gemeente te Woerden. Hij diende de gemeente zeven jaar. De scheidende predikant bediende het Woord uit 1 Filippensen 1:1-11. Het thema was: ”De toekomst is zeker, want God maakt Zijn werk af”.

Aan het einde van de dienst werd het predikantsgezin toegesproken door de voorzitter van wijkkerkenraad Oost, ouderling L. Rijkmans. Ds. G. Schouten en ds. J. A. Berkheij spraken de scheidend predikant toe namens de algemene kerkenraad van de hervormde gemeente, het ministerie van predikanten, de werkgemeenschap van predikanten en de classis Woerden. De dienst vond plaats in de Petruskerk te Woerden.

Ds. Vreugdenhil vertrekt naar de hervormde wijkgemeente Sint-Janskerk (wijk B) te Gouda.

Ds. Kees Vreugdenhil “Zijn pastorie is in de fik gestoken”

kees_vreugdenhil_001
Ds. Kees Vreugdenhil (Gereformeerde Gemeenten): ‘Ik heb nog een paar jaar en mag dan eeuwig met emeritaat. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar God.’ |beeld Dick Vos

De Gereformeerde Gemeenten verrechtsen. Er is weinig ruimte voor verschillen, merkt ds. Kees Vreugdenhil. Hij pleit voor acceptatie. Zelf kreeg hij bezwaren aan zijn broek en zijn pastorie werd in brand gestoken.

Ds. Kees Vreugdenhil (68) valt binnen de Gereformeerde Gemeenten een beetje uit de toon. Zijn preken zijn anders dan gemiddeld. Hij is gunnender, zo heet dat. Geen voorwaarden om tot geloof te komen. ‘Waarom zou je met kinderen over de uitverkiezing moeten praten? Spreek over Jezus die wil dat kinderen naar Hem komen en die kinderen zegent.’ Die woordkeuze typeert Vreugdenhil.

De predikant uit Houten staat niet op de barricades om misstanden aan de kaak te stellen. Maar met zijn nieuwe boek De lofzang van Dordt (Uitg. Groen, Heerenveen), dat donderdagavond in Dordrecht is gepresenteerd, probeert hij wel de karikatuur die volgens hem in zijn kerkverband leeft over de uitverkiezing te corrigeren.

Hoe ziet die karikatuur eruit?
‘Verkiezing en verwerping zijn daarin de kernwoorden. Het beeld is dat slechts een select groepje mensen naar de hemel gaat en God mensen uitzoekt om naar de hel te sturen. Dit denken verlamt mensen en stimuleert onverschilligheid. “Het heeft toch weinig zin om naar de kerk te gaan, dominee”, hoor ik dan. Of: “U kunt praten wat u wilt, maar die binnen zijn, zijn binnen. En die buiten staan, staan buiten”. Kortom, je kunt op je kop gaan staan, maar er is niets meer aan te doen. Alles staat al vast.’

Hoe zit het wel?
‘De verkiezing is een troost. De zonde kan trekken, maar dan weet je: “Mijn zaligheid ligt gelukkig vast in Gods hand”. Als je Christus liefhebt, als je wilt strijden tegen de zonde, dan is dat een bewijs dat God je heeft verkoren.’

In de Gereformeerde Gemeenten is de uitverkiezing vaak een belemmering om tot geloof te komen. Waardoor is die ontstaan?
‘Van de verkiezing is te veel een systeem gemaakt. De verkiezing gaat heersen over de preek, zou je kunnen zeggen. De verkiezing wordt vooraf gebruikt en niet achteraf. Dan ontstaat spanning en sla je mensen lam. Praat er niet te veel over. Als je er dan toch iets over wilt zeggen, doe het voorzichtig en als troost. Ik preek dat God de mens wil redden. Dat wil Hij echt. Wie zich niet overgeeft aan Hem, wordt door eigen schuld niet gered.’

Die uitleg komt u op kritiek vanuit de Gereformeerde Gemeenten te staan. De manier waarop u het evangelie brengt, zou te ruim, te gemakkelijk zijn.
‘Ja, er zijn binnen de kerk klachten tegen mij ingediend. Toen ik tien jaar geleden voor de tweede keer naar Vlissingen ging, is de pastorie in de fik gestoken. Ik kreeg briefjes dat ik een dienstknecht van de duivel was. Dat doet ontzettend pijn. Ik was er wel op voorbereid. In geen van de gemeenten waar ik predikant ben geweest, heb ik tegenstand ervaren. Alleen in Vlissingen waar een klein groepje mijn preken niet wilde. Toen ik het beroep aannam, wist ik dat er gegarandeerd kritiek zou komen. God heeft mij tot twee keer toe sterk getroost door Filippenzen 1: En dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een duidelijk teken van verderf, maar voor u van zaligheid, en dat van God uit. Uit het land krijg ik af en toe kritische reacties. Als je niets zegt, hoor je niks. Als je een boek schrijft of een interview geeft, komen er brieven. Dat is nu eenmaal zo.’

Voelt u zich gesteund door collega’s, door het kerkverband?
‘Ik sta nu in Houten en proef op de classis een goede sfeer. Er zijn predikanten met wie ik als vriend omga. Ik sta niet helemaal alleen. Dat merk ik ook uit reacties vanuit het hele land. Er is een hele groep mensen die mij laat weten dat ze achter mij staan. Anders had ik met ziekteverlof kunnen gaan om uit te rusten. Maar ik weet dat ik deze mensen help door trouw te blijven aan de Gereformeerde Gemeenten en zo goed mogelijk mijn bijdrage te leveren.’

Met collega-predikanten als Kattenberg, Van der Net en Harinck vormt u toch een aparte groep binnen het totale predikantencorps van de Gereformeerde Gemeenten?
‘Ja, dat is wel zo. Maar wat geeft dat? Laten we meningsverschillen accepteren en als broeders met elkaar omgaan. We hoeven niet allemaal precies hetzelfde te denken, als het past binnen de bandbreedte van de Bijbel en de gereformeerde belijdenis. In de kerk mag er ruimte voor verschillen zijn. Ik vind dat niet zo moeilijk, maar van de andere kant wordt dat moeilijker geaccepteerd. Ik probeer me dit niet te veel aan te trekken. Ik heb nog een paar jaar en mag dan eeuwig met emeritaat. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar God.’

De Gereformeerde Gemeenten kennen een hoge uitstroom van kerkleden. In een interview zei uw collega ds. Rinus Golverdingen dat mensen die vertrekken juist daardoor het behoudende karakter van de Gereformeerde Gemeenten versterken.
‘Daar heeft hij gelijk in. Ik ben nu veertig jaar predikant en zie verrechtsing. Toen ik begon waren er milde predikanten zoals Van Stuijvenberg, Hakkenberg en Van Vliet. De laatste twintig jaar treedt een jongere generatie predikanten aan die een fanatieker instelling heeft. De sfeer in de kerk verandert daardoor. Er is een gebrek aan acceptatie en daar heb ik moeite mee. De neuzen moeten allemaal dezelfde kant op staan, maar dat is helemaal niet nodig. Juist met een verschillende benadering kun je elkaar voor eenzijdigheid behoeden.’

U hebt veel contact met jongeren uit uw kerkverband. Hoe staan zij in de kerk?
‘Een deel voelt zich niet begrepen en niet aangesproken. Zij stappen weloverwogen over naar een andere kerk. Een ander deel verlaat de kerk definitief. Anderen zijn overtuigd gelovig. Deze jongeren moeten we een taak in de gemeente geven. Voor hen heb ik diep respect. Ze zijn de kerk van de toekomst.’

Begrijpt u dat elk jaar duizenden kerkleden het niet volhouden in de Gereformeerde Gemeenten en vertrekken?
‘Je bent geplaatst binnen een bepaalde traditie. Het is mooi als je daar trouw kunt blijven, maar dat moet dan wel kunnen. In sommige gevallen, als de prediking benauwd en eenzijdig is, kan ik een overgang wel begrijpen.’
geplaatst

auteur: Daniël Gillissen

Ds. C.G. Vreugdenhil doet intrede in Houten

Ds C.G. Vreugdenhil (O XI k)
Ds C.G. Vreugdenhil (O XI k)

 Ds. C. G. Vreugdenhil is dinsdag bevestigd tot predikant van de gereformeerde gemeente te Houten. Hij kwam van Vlissingen. De bevestigingsdienst werd geleid door consulent ds. J. J. van Eckeveld. Als tekst nam deze Kolossenzen 4:17. Dinsdagavond deed ds. Vreugdenhil intrede. Hij bediende het Woord uit Jesaja 55:10 en 11.

De predikant werd toegesproken door ds. W. Visscher, namens de classis Utrecht en de Particuliere Synode Noord-West; door ds. R. P. van Rooijen namens de plaatselijke kerken; door burgemeester W. M. de Jong namens de burgerlijke gemeente Houten en door ouderling C. K. van der Ent namens kerkenraad en gemeente. De gemeente Houten was vacant sinds 1 mei 2012.

Ds. C. G. Vreugdenhil vertrekt uit Vlissingen

G. C. Vreugdenhil (O XI k)
C. G. Vreugdenhil (O XI k)

Cees Vreugdenhil, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Vlissingen heeft een beroep aangenomen. De dominee van de Marnixkerk in West-Souburg vertrekt naar Houten, zo meldt de website www.gergeminfo.nl. Vreugdenhil (67) werkte vanaf 1974 als zendingspredikant in Irian Jaya (Indonesie). In 1987 werd hij dominee van de Gereformeerde Gemeente in Vlissingen. Vervolgens stond hij in Lelystad (1992-1999) en Groningen (1999-2004), waarna hij opnieuw naar Vlissingen vertrok.

De in zijn gemeente en daar buiten geliefde dominee behoort tot de weinige predikanten in zijn kerkgenootschap die wel eens publiekelijk een dwars standpunt inneemt. Zo verzette hij zich tegen het besluit van de synode van zijn kerk om de kansels in Nederland te sluiten voor dominees uit zendingsgemeenten in het buitenland. Dat verbod is trouwens intussen opgeheven. Ook baarde hij opzien door te spreken tijdens een bijeenkomst van de in de Gereformeerde Gemeenten omstreden jeugdbeweging ‘Jij daar’. Daar spreken wel vaker dominees uit de rechtse protestantse hoek. De classis Walcheren van

de Gereformeerde Gemeenten vindt deze beweging ‘wereldgelijkvormig’ en heeft er dit voorjaar haar veroordeling over uitgesproken.
Vreugdenhil was ook betrokken bij het maken van de zogenaamde Herziene Statenvertaling. Dat is een wat gemoderniseerde versie van de 17e-eeuwse Statenbijbel. Men spreekt van een ‘herziene’ vertaling vanwege de bijna heilige status van de 17-eeuwse vertaling. Bewust wordt er dus niet gesproken van een nieuwe vertaling. d.d.20 april 2013

Ds. C.G. Vreugdenhil en Janse legden basis onder kerk Papoea

Ds. C. G. Vreugdenhil (l.) en onderwijskundige C. Janse. Beiden werkten lange tijd in de Indonesische provincie Irian Jaya, het huidige Papoea. Foto Dick Vos

Ds. Kees Vreugdenhil leidde tussen 1974 en 1987 in Papoea predikanten op. Zijn naamgenoot Kees Janse was van 1981 tot 1991 betrokken bij de kadervorming. „In de zending moet je leren af te zien van je eigen gedachten over hoe dingen moeten gaan. De Heere leert ook zendingswerkers Zijn voetstappen te drukken.”

De aankomst in de Indonesische provincie Irian Jaya, het huidige Papoea, herinnert ds. Vreugdenhil zich nog als de dag van gisteren. De predikant van de gereformeerde gemeente in Vlissingen was met zijn vrouw vervroegd naar het gebied gestuurd. Aanleiding vormde de verwoesting van de zendingspost in Nipsan, op 11 mei 1974. Diverse inlandse evangelisten met hun vrouwen en kinderen kwamen om. „De deputaten wilden zo snel mogelijk iemand uit Nederland sturen, om ter plaatse te helpen.” Bij aankomst, op tweede pinksterdag 1974, bleek hoe instabiel de situatie was. „Bewoners van Pass Valley dreigden de Nederlanders te doden. Voor hen stond vast dat als gevolg van de komst van zendelingen hun familieleden door de bevolking van Nipsan waren vermoord.” Een week later werden de Nederlanders geëvacueerd. Alleen teamleider Henk Looijen en de net gearriveerde ds. Vreugdenhil moesten achterblijven in één van de woningen. „Henk gaf me een bijl en zei: als het nodig is, kunnen we ons hiermee verdedigen.”

Voorbereiding
Een sprong in het diepe”, zo noemt de Vlissingse voorganger het vertrek naar Papoea. „Het was de bedoeling dat we nog enkele maanden werden voorbereid op de uitzending. Of het vervroegde vertrek onverantwoord was?” De predikant zwijgt even. „Laat ik het zo zeggen: we hebben er uiteindelijk niet onder geleden. Ook in het diepe kun je leren zwemmen.” Voor het echtpaar Janse, dat in 1981 naar Papoea vertrok, duurde de voorbereiding op de uitzending ruim twee jaar. Oorzaak vormde het langdurig wachten op een visum om in Indonesië te kunnen werken. Toch is Janse, destijds directeur van een basisschool in het Zeeuwse ’s-Gravenpolder, niet negatief. „Zeker, het duurde erg lang. Maar daardoor konden onze vijf kinderen goed worden voorbereid. Tegen de tijd dat we vertrokken, hadden we tijdens hun verlof inmiddels alle zendingswerkers ontmoet met wie we zouden samenwerken. En Bijbelvertaler dr. Chris Fahner heeft ons uitgebreid begeleid bij culturele antropologie en taalkunde, zodat we al heel veel wisten over de bevolking waaronder we zouden gaan werken.”

Roeping
Aanvankelijk was het voor ds. Vreugdenhil, die op 23-jarige leeftijd werd toegelaten tot de predikantenopleiding van de Gereformeerde Gemeenten, niet duidelijk dat hij zendeling moest worden. Dat veranderde bij het zien van een film die zendingspredikant ds. G. Kuijt vertoonde aan studenten van de Theologische School in Rotterdam. „Hij liet ons zien hoe er in Landikma behoefte was aan een zendingsechtpaar. Dat was de eerste keer dat ik dacht: Roept de Heere mij?” In zijn studeerkamer werd de theologiestudent niet lang daarna bepaald bij het gezicht dat de apostel Petrus kreeg, waardoor de Heere deze opdroeg het Evangelie onder de heidenen te verkondigen. „Daarna werd ik geleid naar het beeld van de Macedonische man die riep: „Kom over en help ons.” Ik was er bewogen onder. Het leidde tot het gebed: „Heere, als u roept, wilt U dan een klop op de deur geven?”” Nog dezelfde dag ging de telefoon. „Ds. Vergunst belde dat hij in vergadering zat met de zendingsdeputaten. „Je weet van de vacature in Landikma”, zei hij. „We dachten aan jou, hoe kijk je daar tegen aan?”” Kort daarop besloten student Vreugdenhil en zijn vrouw om gehoor te geven aan de roep uit Papoea. Hoewel ds. Kuijt de jonge predikant graag zo snel mogelijk naar Papoea zag komen, rondde deze eerst de Theologische School af. Eenmaal in Papoea kreeg ds. Vreugdenhil de kerkelijke kadervorming als hoofdtaak. „De zendingsdeputaten zagen het belang daarvan in. Het opleidingsniveau onder de inlandse bevolking was minimaal. Voor het leren kennen van de Bijbel en voor een geordend kerkelijk leven is scholing noodzakelijk. Daarom ontstonden er Bijbelscholen in de dorpen en later de Middelbare Theologische School in Pass Valley, waar predikanten werden opgeleid.” Voor Janse werd de weg naar de zending geleidelijk gebaand. „Het was God die Zijn hand op ons leven legde”, zo omschrijft de nu 65-jarige oud-zendeling het. „Als onderwijzer voelde ik me steeds meer betrokken bij de zending. Ik vertelde er graag over aan de kinderen. Als een schoolverlater me zei later zendeling te willen worden, gaf me dat grote vreugde.” Het was tijdens de uitzenddienst van een zendingszuster dat het echtpaar Janse gevoelde zelf zendeling te moeten worden. „Het werd onderwerp van ons gebed, hoewel er vragen bleven. Bijvoorbeeld over hoe het zou gaan met onze vijf kinderen. Toen de zending in 1979 een onderwijsdeskundige zocht, die een school moest opzetten voor de lokale bevolking in Papoea, was voor ons echter duidelijk: hiertoe roept de Heere ons.”

Overgangssituatie
De periode waarin ds. Vreugdenhil en Janse in Papoea actief waren, kan achteraf gekenmerkt worden als een overgangssituatie, waarin de zending het pioniersstadium achter zich liet en de kerk voorzichtige stappen zette op de weg naar zelfstandigheid. Hoewel het pionierswerk in de nog niet met het Evangelie bereikte gebieden doorging, wierp de kadervorming haar vruchten af. De aan de Bijbelscholen en de Middelbare Theologische School opgeleide Papoea’s namen steeds meer werk over van de Nederlandse zendelingen. Uiteindelijk ontstond in 1984 een zelfstandige kerk. Ds. Vreugdenhil: „De verzelfstandiging kwam mede tot stand onder druk van de Indonesische overheid. Die dreigde geen visa meer te verstrekken aan buitenlanders tenzij die op verzoek van een lokale kerk werkten.” Janse: „Achteraf denk ik: die druk heeft ook positief gewerkt. Anders hadden we het moment dat je kon zeggen: „De kerk in Papoea is klaar voor zelfstandigheid”, steeds voor ons uitgeschoven.” In de periode dat ds. Vreugdenhil aan het roer stond van de Bijbelschool, viel het besluit om zowel gembala’s (herders) als pendeta’s (leraars, predikanten) op te leiden. „Er was nood, ds. Kuijt en ik konden onmogelijk alle gemeenten dienen en de sacramenten bedienen. Niet alle Papoea’s waren toentertijd in staat om de volledige predikantenopleiding te doorlopen. Daarvoor was hun niveau eenvoudigweg te laag. Daarom is besloten een niveauverschil aan te brengen.” De predikant vindt dat de keuze voor twee soorten voorgangers goed is uitgepakt. „Het was een maatregel die paste in de overgangsfase van toen. Tegenwoordig blijkt er dat door het gestegen opleidingsniveau geen gembala’s meer hoeven te worden opgeleid. Allen die voor predikant studeren, worden bevestigd tot pendeta.” Onder leiding van Janse werd de Sekolah Ketrampilan Kejuruan (SKK) opgezet. Dat was een korte beroepsopleiding, die praktische praktische vaardigheden onderwees waaraan in het binnenland behoefte was. Janse: „Denk aan kleding maken, timmeren en rotan vlechten. Voor vrouwen was dit een uitgelezen kans om in het eigen gebied onderwijs te volgen.” De zending zette een sponsoringsysteem op, waardoor middelbaar en hoger onderwijs gevolgd kon worden. Janse: „In Wamena, een centrale stad in het bergland, en aan de kust is een internaat gebouwd.” Ondertussen onderwees ds. Vreugdenhil op de Bijbelschool, niet alleen in de kennis van de Schrift, maar ook in de gereformeerde belijdenisgeschriften. „Dat ging met vallen en opstaan”, zegt de predikant. „Steeds weer gingen we terug naar de Bijbel, bijvoorbeeld naar Handelingen 13, om de achtergronden van de ambten in de kerk te schetsen. Op deze wijze is, met heel veel geduld, een kerkelijk leven ontstaan dat op de gereformeerde leer gebaseerd is.” Janse: „De Papoea’s waren eraan gewend dat de hoofdmannen alles bepaalden. Een hiërarchische besturing van de kerk zou daarop beter hebben aangesloten. Gelukkig koos de ZGG voor het presbyteriale systeem, waarbij de kerk van onderaf bestuurd wordt. Het kostte tijd om dat in te voeren, omdat het tegen de cultuur van de Papoea’s inging.”

Te hard van stapel
Ondanks de lange aanloop heeft het presbyteriale systeem zijn nut bewezen, zegt ds. Vreugdenhil. „Na de verzelfstandiging van de kerk bleek ze steeds beter op eigen benen te kunnen staan. Daarbij heeft geholpen dat er we vanaf het begin op aan werkten dat ambtsdragers hun verantwoordelijkheid serieus namen.” Janse: „Met de kennis van nu denk ik: We liepen soms te hard van stapel. Het ontstaan van de gereformeerde kerk in Nederland was een kwestie van lange adem. We moeten daarom maar veel geduld opbrengen voor de ook nu nog jonge kerk.” Ds. Vreugdenhil: „Een voorbeeld is de wijze waarop ik in de lessen omging met de belijdenisgeschriften. Als het ging om een thema als de afval der heiligen, voldeed het niet om naar de belijdenissen te verwijzen. Want, reageerden de Bijbelschooljongens dan: „De evangelische kerken rondom ons leren precies het tegenovergestelde.” Op zo’n moment was het nodig terug te gaan naar de Schrift en in te gaan op vragen als: „Wat zegt Johannes 10 over de schapen en de Herder, wat zegt 1 Petrus over de erfenis die God bewaart voor de Zijnen?”” Ondanks dat ds. Vreugdenhil meent dat de zendingskerk sneller dan wenselijk werd verzelfstandigd, is hij daarover niet negatief. „Het opleiden van gembala’s en pendeta’s was mijn levenswerk. Zij gingen verder met het werk toen ik naar Nederland terugkeerde.” Janse: „De theologische toerusting, de kadervorming en het diaconale werk hebben elkaar altijd versterkt. De Papoea’s zijn weerbaarder geworden voor de nieuwe context waarin ze gingen werken en leven.”

Zelfstandig
Ds. Vreugdenhil: „De kerk in Papoea is nu bijna dertig jaar zelfstandig, de afhankelijkheid van de zending is verdwenen. Wat dat betreft zijn in een halve eeuw de rollen omgedraaid. Een voorbeeld: 38 jaar geleden woonde een jonge Papoea, hij heet Er Dabi, bij ons in. Hij is nu als districtshoofd in dienst van de regering. Malchus Nekwek, de vroeger huisjongen van ds. Kuijt, is al vele malen gekozen tot voorzitter van de synode van de GJPI.” Tegelijkertijd ziet de predikant met zorg hoe de bevolking van de vroegere zendingsgebieden in zijn oog doorschiet. „Ook in Papoea draait alles inmiddels om westerse luxe zoals mobieltjes en tv. Er is voor de bevolking een nieuwe wereld opengegaan, met nieuwe gevaren, waar de satan net zo goed door werkt als door het oude heidendom.”

Janse: „In Papoea heeft in een halve eeuw een verandering plaatsgehad die in Nederland vele eeuwen duurde. Er zijn zoveel invloeden in die context waar we vanuit Nederland geen enkele greep op hebben.” Ds. Vreugdenhil: „Er blijft een cultuurkloof. Die is wel te overbruggen, maar dat vraagt oog voor de manier waarop de samenleving in Papoea in elkaar zit.” Janse: „Toch raakt het me als je ziet hoe losbandig jongeren soms leven.” Ds. Vreugdenhil: „Enkele weken geleden was ik in Papoea. Op de begraafplaats zag ik verschillende graven van jonge mensen. De meesten zijn gestorven aan aids.” De twee voormalige zendelingen zwijgen even. Zijn ze somber? Ds. Vreugdenhil: „Als je kijkt door onze westerse bril lijkt het misschien of er veel fout gaat. Toch heb ik hoop. De Heere gaat door. Er is ook onder de jongeren een groep die zoekt naar de leiding van de Heere in hun leven.” Janse, die na zijn vertrek van het zendingsveld nog zo’n tien keer terugging naar Papoea, geeft aan dat hij de situatie daar wil beoordelen vanuit een kritische verbondenheid. „Soms lijkt het er op dat de kerk daar in een soort louteringsfase terecht gekomen is. Papoea’s zijn zeer zelfbewust geworden. Ze maken soms keuzes die niet de onze zijn. Als Nederlander is het dan op eieren lopen als je daar op een goede manier mee wilt omgaan.” Ds. Vreugdenhil: „Wat dat betreft zijn de verschillen tussen christenen in Papoea en in Nederland niet zo groot. Bij alle mensenwerk dat verricht wordt is het voor iedere christen nodig gebouwd te zijn op het vaste fundament van het geloof in Christus.”

Ds. C. G. Vreugdenhil
Ds. C. G. (Kees) Vreugdenhil (66) is predikant van de gereformeerde gemeente in Vlissingen. Van 1974 tot en met 1987 werkte hij als theologisch docent namens de Zending Gereformeerde Gemeenten in het centrale bergland van de Indonesische provincie Irian Jaya. Aanvankelijk vanuit het dorpje Landikma, later vanuit het centraler gelegen Pass Valley. Terug in Nederland diende ds. Vreugdenhil de gemeenten van Vlissingen, Lelystad, Groningen en sinds 2004 opnieuw Vlissingen. Ds. Vreugdenhil speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming in 1984 van een zelfstandige kerk in het gebied. Hij ondersteunde de Gereja Jemaat Protestan di Irian Jaya (GJPI) bij de kadervorming en introduceerde de gereformeerde leer en belijdenisgeschriften in de nieuw gevormde kerk. Na zijn terugkeer naar Nederland bleef de predikant betrokken bij het werk in Papoea, zoals Irian Jaya na een naamsverandering in 2000 heet. Regelmatig keerde hij terug voor het geven van kortdurende theologische bijscholing. Ds. Vreugdenhil publiceerde verschillende boeken, waaronder drie over zending in Papoea.