Anton Vreugdenhil algemeen directeur Cegeka

Anton Vreugdenhil algemeen directeur Cegeka
Anton Vreugdenhil algemeen directeur Cegeka

Anton Vreugdenhil studeerde macro- en bedrijfseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en London Guildhall University. Hij begon zijn loopbaan bij Arthur Andersen. In korte tijd leerde hij vanuit de accountants- en adviespraktijk met name de vastgoed- en ICT-sector kennen. In 2000 stapte hij over naar het ICT-bedrijf Q&R waar hij werd gevraagd om algemeen directeur te worden. In 2003 begon het ondernemerschap door een management-buy-out, en vervolgens werd het bedrijf uitgebouwd naar softwarespecialist in de vastgoed- en zorgmarkt.

Vanaf 2005 was Anton als algemeen directeur van DataBalk en later Cegeka Nederland eindverantwoordelijk en groeide Cegeka in Nederland uit tot een midmarket ICT-speler met 300 medewerkers. De kernpunten van Antons inbreng behelzen het inzetten van ICT om versneld de doelen van de onderneming te bereiken. Ook in het nieuwe initiatief met cegeka-dsa (januari 2014) investeert hij als mede-aandeelhouder in de toekomst van het bedrijf en wil hij een bijdrage leveren aan de klanten door samen een gerichte vernieuwing te realiseren. In cegeka-dsa is Anton verantwoordelijk voor met name de commerciële activiteiten en de verdere groei van het bedrijf.

Met zijn vrouw Janneke, die huisarts is, heeft hij drie kinderen. In zijn vrije tijd is hij vaak met hen op het plaatselijke hockeyveld te vinden. Anton is een fanatiek sporter, zo besteedt hij zijn tijd graag aan skiën, tennis, fietsen en hardlopen. In de winter schaatst hij graag, zo heeft hij een aantal keer de alternatieve Elfstedentocht gereden op de Weissensee. Anton is lid van de Koninklijke Vereniging de Friesche Elfsteden, elk jaar hoopt hij op een strenge winter. Het uitrijden van dé tocht der tochten is een van zijn dromen.

Niels Vreugdenhil vertrekt bij Bake Five

niels_vreugdenhil_004Na een dienstverband van ruim twaalf jaar vertrekt Niels Vreugdenhil per 1 september 2014 als directielid van Bake Five. Vreugdenhil zet zijn carrière voort bij Boboli Benelux.

Begin dit jaar nam Vreugdenhil (r) namens Bake Five nog de Industributietrofee in ontvangst, in de categorie agf & brood.
Begin dit jaar nam Vreugdenhil (r) namens Bake Five nog de Industributietrofee in ontvangst, in de categorie agf & brood.

Dat laat het samenwerkingsverband van industriële bakkerijen weten. Bake Five bedankt Vreugdenhil voor zijn jarenlange inzet en wenst hem veel succes bij zijn nieuwe uitdaging.

Arie Bertram
Vreugdenhil startte zijn loopbaan medio 1995 bij Bakkerij Arie Bertram te Amsterdam. In deze snel groeiende bakkerij zette hij het bedrijfsbureau op en werd er later bedrijfsleider. Tijdens zijn werkzame periode bij Bakkerij Arie Bertram maakte Vreugdenhil diverse belangrijke ontwikkelingen in het bestaan van dit bedrijf van nabij mee, zoals de oprichting van Bake Five, de fusie met de Bakker Bart Food Group, de overname van de club door Kamps AG, de integratie binnen Quality Bakers en de sluiting van de bakkerij.

Overstap
Eind 2001, na de sluiting van de bakkerij, maakte Vreugdenhil de overstap naar Bake Five. Het samenwerkingsverband van een 14-tal zelfstandige industriële bakkerijen in Nederland. Bake Five is in volume de tweede industriële bakkerijorganisatie in Nederland. Zijn eerste functie bij Bake Five was Manager Operations (inkoop, kwaliteit en logistiek). Daarna werd hij benoemd tot Operationeel Directeur en vormde Vreugdenhil samen met Theo de Graaf de directie van Bake Five. Met ingang van 1 januari 2013 startte hij in de functie van Algemeen Directeur Bake Five.

Het bestuur van Bake Five is blij met de inzet van Vreugdenhil voor het concern in de afgelopen jaren en wenst hem succes bij Boboli Benelux in Bunschoten. Boboli richt op de productie en verkoop van een breed assortiment Italiaanse brood specialiteiten. In 1998 werd het eerste Boboli pizzabrood gebakken in Bunschoten. Op dit moment werken meer dan 30 mensen in de flexibele bakkerij en wordt geleverd aan grote spelers in heel Europa. De bakkerij voorziet de retail- en horecasector van gemaksproducten.

Directeur Niels Vreugdenhil ontvangt Industributie-trofee Agf & brood

Onder het toeziend oog van meer dan driehonderd 'foodtoppers' nam algemeen directeur Niels Vreugdenhil de prijs in ontvangst tijdens het Industributiediner ...
Onder het toeziend oog van meer dan driehonderd ‘foodtoppers’ nam algemeen directeur Niels Vreugdenhil de prijs in ontvangst tijdens het Industributiediner.

Bake Five heeft de Industributie-trofee in de categorie Agf & brood toegekend gekregen. Onder het toeziend oog van meer dan driehonderd ‘foodtoppers’ nam algemeen directeur Niels Vreugdenhil de prijs in ontvangst tijdens het Industributiediner 2014 dat plaatshad in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk.

Industributie-trofee Agf & brood voor Bake Five
Het Industributiediner is dé bijeenkomst in Nederland waar de directies van retailers en levensmiddelenfabrikanten elkaar in een informele setting ontmoeten. Tijdens het diner wordt de uitslag van het Industributie-onderzoek gepresenteerd. Het doel van dit onderzoek is de onderlinge kwaliteit van samenwerking tussen retailorganisaties en leveranciers in kaart te brengen. De resultaten uit het Industributie-onderzoek worden door partijen als zeer waardevol beschouwd. Het bevordert de kwaliteit van processen.
De Industributie-trofee werd dit jaar uitgereikt in zeventien categorieën: Top 3 A-merken, Dranken, Zoetwaren & snacks, Kruidenierswaren overig, Zuivel & kaas, Diepvries, Drogmetica, schoonmaak- en onderhoudsartikelen, Non-food overig, Overall vers en private label, Vlees, vis, salade & maaltijden, Agf & brood, Private label kw-waren, Overall retail, Inkoopmanagement, Category management, Formulemanagement en Discounters.

Andere weg ingeslagen
‘We waren al erg trots op de nominatie en zijn dat nu helemaal op deze hoofdprijs. We zijn eind 2012 een andere weg ingeslagen. De aangesloten bakkerijen richten zich sindsdien ieder op één specifieke retailformule. Ze hebben daar de recepturen, werkwijze, techniek en productietijden op aangepast. Die aanpassing vroeg om een mentaliteits- en cultuurverandering, van directieniveau tot werkvloer. Daar hebben we keihard aan gewerkt’, geeft Niels Vreugdenhil aan. ‘Focuspunten zijn klantgerichtheid, kwaliteit en verbinden. Ook productontwikkeling, vooral tailormade, staat hoog op de agenda. Wij zijn 100 procent dedicated en werken er hard aan om meer en meer het verlengstuk te worden van de formule. Onze klanten zien de meerwaarde van deze rol en betrekken ons als partner bij het maken en uitvoeren van hun categoriebeleid. Door hierin nauw samen te werken, kunnen we elkaar duidelijk versterken.’

De algemeen directeur van Bake Five vervolgt: ‘Het Industributierapport bevestigt dat we als organisatie op de goede weg zijn. De punten waar we gemiddeld iets lager op scoren, hadden al onze aandacht. Komend jaar zullen we onze accountmanagers dan ook nog meer op pad sturen met de vraag: wat vindt de organisatie belangrijk en wat wil de klant van deze formule? Ook willen we onze klanten meer verrassen met ideeën voor innovaties. Bovenal willen we echter goed blijven doen wat we nu doen en dat is zorgen dat de bakkerijafdelingen van onze klanten er ieder dag goed bij staan.’

Annerie Vreugdenhil “Kredieten vanuit het bedrijfsleven”

Annerie Vreugdenhil, Directeur Zakelijk ING
Annerie Vreugdenhil, Directeur Zakelijk ING

Annerie Vreugdenhil (O XI t.1): ING ziet een duidelijke opleving in de vraag naar kredieten vanuit het bedrijfsleven. Dat bevestigde de bank vrijdag naar aanleiding van berichtgeving in De Telegraaf.

ING zag de afgelopen maanden de kredietaanvragen uit het bedrijfsleven met 10 tot 15 procent toenemen en spreekt in dat verband van een trendbreuk. ‘Het vertrouwen is terug, bedrijven durven weer te investeren’, zei Annerie Vreugdenhil, directeur van de zakelijke tak bij de bank. Volgens haar neemt de vraag naar leningen ‘over de volle breedte van het bedrijfsleven’ toe. Daarbij gaat het bij ING om ongeveer 10.000 grote klanten en multinationals en zo’n 600.000 kleine en middelgrote bedrijven.

‘De export, en toeleveranciers van exportgeoriënteerde bedrijven, trekken de kar’, zei Vreugdenhil tegen De Telegraaf. Detailhandelaren en media- en bouwbedrijven hebben het volgens haar nog lastig.

Andere conclusies
De Nederlandsche Bank (DNB) trok in oktober vorig jaar nog andere conclusies. DNB signaleerde dat banken de afgelopen jaren zeer terughoudend zijn geworden om aan kleine(re) bedrijven geld te lenen.

Uit cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB) van begin januari blijkt ook dat banken minder leningen verstrekken. De leningen aan bedrijven dalen enerzijds doordat banken strenger zijn geworden in hun kredietbeleid. Aan de andere kant is er ook minder vraag naar leningen, vanwege de moeilijke economische omstandigheden, aldus de ECB.

[youlist vid=”I3f9F051Exw”]

Zeestaddirecteur Ferdinand Vreugdenhil

Op dinsdag 17 december 2013 vond in het bezoekerscentrum van Willemsoord in Den Helder de feestelijke ondertekening plaats van de aannemingsovereenkomst voor de bouw van de Schouwburg, een uniek theater in Nederland.
Op dinsdag 17 december 2013 vond in het bezoekerscentrum van Willemsoord in Den Helder de feestelijke ondertekening plaats van de aannemingsovereenkomst voor de bouw van de Schouwburg, een uniek theater in Nederland.

Den Helder

De nieuwe schouwburg op Willemsoord wordt gebouwd door bouwbedrijf M.J. de Nijs en Zonen BV uit Warmenhuizen. Het theater komt in drie monumentale panden, waarvan er twee ook Rijksmonument zijn. Het vinden van de juiste aannemer ging via Europese aanbesteding.

“Met De Nijs hebben we een aannemer met ervaring binnen gehaald”, zegt Zeestaddirecteur Ferdinand Vreugdenhil. “Niet alleen ervaring in grote projecten of verbouwing van monumentale panden, maar ook met de bouw van theaters.” De Nijs is bijvoorbeeld ook betrokken geweest bij de renovatie en verbouwing van de Stadschouwburg en Philharmonie in Haarlem en het concertgebouw in Amsterdam.

Het ontwerp is getekend door de architecten Frits van Dongen en Patrick Koschuch van VanDongen-Koschuch uit Amsterdam. In een compleet ontwerpteam, waarbij installateurs, theatertechnici, akoestici, ontwerpers, constructeurs, kostendeskundige, theaterdirecteur en opdrachtgever aan tafel zaten, werd het plan stap voor stap naar een definitief ontwerp gebracht. “Alle partijen zijn enthousiast over het ontwerp”, stelt Vreugdenhil, “wij kunnen niet wachten om het gerealiseerd te zien”.

2015-2016
De realisatie start in januari 2014. De verbouwing en verbinding tussen de verschillende gebouwen is zo ingrijpend, dat het gebouw pas in het theaterseizoen van 2015-2016 de deuren zal openen. “In het gebouw, waar een Ketelmakerij ten behoeve van de marine was gesitueerd, komt nu de theaterzaal. Een transparante glazen ruimte, met hout bekleed wanneer voorstellingen plaatsvinden, van waaruit de oude structuren van het gebouw zichtbaar blijven. Door twee zwevende balkons toe te voegen, worden er meer dan 700 plaatsen gecreëerd. De toneeltoren wordt in stijl toegevoegd, en zal door de speciale aanlichting ’s avonds dienen als een baken in de wijde omgeving.”

Het theater wordt gerealiseerd in verschillende gebouwen. Om de verbinding tussen de gebouwen mogelijk te maken, is een deel van het al bestaande Reddingmuseum geïntegreerd in het ontwerp. “De entree van het theater en het museum worden gedeeld en ook toiletgroepen en garderobe. Dat is duurzaam gebruik van ruimte. Maar de duurzaamheid strekt zich nog verder uit, waarbij vooral veel aandacht is voor warmte-koude-opslag en andere energiebesparende maatregelen.” De glazen entreehal verbindt de gebouwen met elkaar.

Stadshal
De bezoeker die het gebouw vanuit de Beatrixstraat benadert, zal binnenkomen via de oude machinebankwerkerij, beter bekend als Kathedraal. Dit gebouw wordt in gebruik genomen als Stadshal en krijgt een zo flexibele inrichting dat hij voor alle doeleinden geschikt is. “Ook hier wordt gebruik gemaakt van de oorspronkelijke structuren in het gebouw. Het ruwe, industriële karakter blijft zichtbaar, maar door slimme oplossingen toe te passen, wordt er toch geborgenheid gecreëerd.”

Aan De Nijs is in de procedure gevraagd wat zijn visie is op de bevordering van maatschappelijk draagvlak en de sociale binding in de regio. De aannemer heeft hierop aangegeven leerlingen met een achterstand op de arbeidsmarkt uit de regio Den Helder in te zetten bij dit project. In samenwerking met Espeq (Heerhugowaard) wordt hiervoor een actieplan opgezet. “Wij zijn benieuwd naar de belangstelling van de jongeren. Het moet toch een buitenkansje zijn om aan zo’n bijzonder project een steentje te kunnen bijdragen”, aldus Vreugdenhil.

Niels Vreugdenhil algemeen directeur van Bake Five

niels_vreugdenhil_003Niels Vreugdenhil is per januari 2013 benoemt tot algemeen directeur van Bake Five

Vreugdenhil was al ruim vier jaar als operationeel directeur werkzaam bij Bake Five. Commercieel directeur Theo de Graaf van Bake Five vertrekt en treedt in dienst van Boboli Benelux in Bunschoten-Spakenburg. “Vreugdenhil zal vanaf begin maart ook de taken van De Graaf overnemen”, aldus de organisatie.

Bake Five is een organisatie van vijftien zelfstandige industriële bakkerijen in Nederland. Deze bakkerijen beleveren dagelijks de brood- en banketafdelingen van zo’n 1500 supermarkten. Van de totale consumptie van dagvers brood in Nederland leveren de bij organisatie aangesloten bakkerijen ongeveer 26 procent.

Kees Vreugdenhil ”Vandalen zetten deel van school onder water”

Coevorden – Vandalen hebben het afgelopen weekeinde een ravage aangericht in de vestiging van scholengemeenschap De Nieuwe Veste aan de Van Heeckerenlaan in Coevorden. Ze stopten de afvoeren van twee wasbakken in de toiletruimten op de eerste verdieping dicht met toiletpapier en lieten de kranen stromen. Een fikse waterschade was het gevolg. De schade loopt in de duizenden euro’s.

De ravage werd zondag ontdekt door een conciërge die even in de school moest zijn. “Dat was om twee uur ’s middags”, zegt directeur Kees Vreugdenhil. “In de mediatheek op de begane grond kwam water door het plafond. Het bleek afkomstig te zijn uit de toiletten op de eerste verdieping.” Een schoonmaakploeg is meteen begonnen de boel weer droog te maken. “En de natte plafonds zijn eruit gehaald. Op zich heeft dat niet veel overlast veroorzaakt, omdat we net aan het verbouwen zijn in de mediatheek. In deze ruimte staan computers, maar die doen het gelukkig nog. Verder zijn er enkele boeken nat geworden. De grootste schade is aangericht aan het systeemplafond. Dat moet hersteld worden. De leerlingen, ook de examenkandidaten, hebben geen hinder ondervonden”, aldus Vreugdenhil. De politie en de schoolleiding hebben nog geen idee wie er verantwoordelijk is voor de wateroverlast. Het schoolgebouw is het afgelopen weekend bezocht door verschillende gebruikers. Zo is er vrijdagavond en -nacht een filmmarathon gehouden. “Maar ik kan mij werkelijk niet voorstellen dat de daders onder de bezoekers daarvan gezocht moeten worden. De politie hoopt dat getuigen informatie kunnen verstrekken die kunnen leiden tot de aanhouding van de vandalen.

Dick Vreugdenhil “Een pluim voor zwarte scholen”

Prinses Ireneschool
Dick Vreugdenhil is een tevreden directeur van de Prinses Ireneschool. Hij heeft net de uitslag van de Cito-toets bekeken. “Onze ene groep 8 heeft een score van 525 gehaald, de andere van 519”. Een score rond het gemiddelde voor Haagse ‘zwarte scholen’. meldt het slechts, omdat hem ernaar wordt gevraagd. Want belangrijk, nee, dat vindt hij het absoluut niet. Hij is tevreden en trots, omdat hij dagelijks ziet hoe zijn leerkrachten onderwijs geven en wat zijn leerlingen allemaal oppikken. “Wij doen altijd onze stinkende best. Daar heb ik het Cito niet voor nodig om dat te weten”.
Zelfs de pluim die het Cito ditmaal in petto heeft voor ‘zwarte scholen’ in de Randstad – zoals de Prinses Irene – doet hem niets. Basisscholen met overwegend allochtone leerlingen hebben de toets, die een indicatie vormt voor de verdere schoolloopbaan, ditmaal beduidend beter gemaakt.
En? Het zijn alleen maar cijfers, maakt Vreugdenhil duidelijk. Die zeggen hem weinig over de werkelijke schoolprestaties. Want wat vertelt dat nu over het onderwijs aan de 380 leerlingen bij hem op school. “Soms”, zo legt hij uit, “krijg je in groep 3 kinderen binnen die onaanspreekbaar zijn, zelfs analfabeet. Wat kan je dan in groep 8 helemaal verwachten van een Cito-toets”.
Meester Lammert en Juf Carla, de twee leerkrachten van de Prinses Ireneschool die groep 8 onder hun hoede hebben, hebben de envelop met de scores tussen de middag gewoon gelaten voor wat die was. Eerst de echt belangrijke zaken en dat is lesgeven.

Buitenwacht 
Alleen op verzoek heeft directeur Vreugdenhil ernaar gekeken. Waarom, zo vraagt hij zich af, heeft de buitenwacht altijd zoveel belangstelling voor getallen? “Laten we de Cito-toets niet belangrijker maken dan-ie is. Waar zijn de getalletjes voor hoe het kind toneel speelt, aan gymnastiek doet, thuis is? Dat komt allemaal niet tot uitdrukking. Iedereen doet gewoon zijn stinkende best”.
Dat hij trots op zijn school is, ligt heus niet aan een hoge of lage score bij de test. “In 2001 zaten we iets lager, het jaar daarvoor weer iets hoger. Je kunt er geen peil op trekken. Soms is het een goed wijnjaar, soms niet”, relativeert hij.
In januari namen 6300 scholen en 160.000 leerlingen deel aan de Cito-toets. Kinderen die goed scoren, zien hun puntentotaal richting 550 gaan. Tegenvallende scores ontstijgen slechts moeizaam de vijfhonderdpuntengrens.
Vreugdenhil over de score van zijn school: “We hebben acht kinderen die eigenlijk niet mee hadden hoeven doen. We hebben ze de toets toch laten maken om te kijken hoe ze ervoor staan. Daarom ben ik trots op ons resultaat”.
Want voor het beeld van de school was het beter geweest om hen juist niet te laten testen. Dan was het gemiddelde hoger uitgekomen. “Dat zou inderdaad beter zijn geweest”, erkent de directeur. Tenminste, laat Dick Vreugdenhil niet na te onderstrepen, als je meer waarde hecht aan cijfers dan aan kinderen.

Integratie
Pierre Heijnen is wel heel erg in zijn nopjes. “Het gaat langzaam maar zeker beter met zwarte scholen. Die waarneming hebben we zelf ook”. Kon het Cito daarvoor nog geen verklaring geven, de Haagse wethouder van onderwijs durft met enige voorzichtigheid wel wat argumenten op een rij zetten. “Er zijn betere taalmethodes gekomen; misschien beginnen die vrucht af te werpen. We hebben de verlengde schooldag ingevoerd. Er zijn ook scholen die veel meer zijn gaan trainen op de Cito-toets”. Of het zo is, weet hij niet zeker, maar Heijnen hoopt op nog een oorzaak: “Dat de tweede en derde generatie Turken en Marokkaantjes kleine stapjes voorwaarts maken met de integratie. Ik kan het niet bewijzen, maar ik hoop dat dit de belangrijkste verklaring is”. Uit Cito-toetsen van de vier voorgaande jaren was hem al gebleken dat de Haagse basisscholen met hun ‘achterstandsjongeren’ op de goede weg waren. “Dat is een trend, waar ik blij mee ben”. Anderzijds wenst ook hij de Cito-toets te relativeren. “Het zegt lang niet alles over de kwaliteit van een school”. ‘Zwarte scholen’, altijd een beetje met de nek aangekeken, doen het steeds beter. Dat is de belangrijkste uitkomst van de Cito-toets. Maar bij de basisscholen ging de vlag gisteren niet in top: ‘We doen altijd onze stinkende best, ook zonder Cito’. En de Haagse onderwijswethouder: ‘Het zegt lang niet alles over een school’.

J. Vreugdenhil verkoopt Vreugdetours

Vreugde tours

Met de overname van het Maaslandse touringcarbedrijf Vreugdetours krijgt vervoersmaatschappij HTM een sterkere positie op het gebied van speciale busreizen. Vreugdetours beschikt over 35 touringcars voor het vervoer van groepen of gezelschappen. Die extra bussen gaat HTM vooral inzetten op het traject Rotterdam-Den Haag-Schiphol-Amsterdam.

Op deze route signaleert HTM een sterk toenemende vraag naar ‘besloten vervoer’. Voor de werving van klanten heeft het bedrijf eerder dit jaar al een aparte vestiging geopend in het World Trade Center op Schiphol.Alle vijftig medewerkers van Vreugdetours treden in dienst van HTM. De directeur van het touringcarbedrijf in Maasland, J. Vreugdenhil, krijgt de functie van directeur Besloten Vervoer bij HTM-dochter Specials en Selected Services. De exploitant van het openbaar vervoer in de Haagse regio timmert de laatste jaren in commercieel opzicht flink aan de weg. Zo stortte HTM zich de laatste jaren onder meer op het luxe vervoer met limousines bij bruiloften en partijen, andere particuliere chauffeursdiensten en op de rondvaarten van de overgenomen Haagsche Reederij aan het Zieken.

Dick Vreugdenhil “Les voor vaders op de Prinses Ireneschool”

Dick Vreugdenhil is directeur Prinses Ireneschool In de Haagse Schilderswijk

Den Haag – “Ik blijf erg veel moeite hebben met allochtone ouders die al zo’n dertig jaar in Nederland wonen en nog steeds geen woord Nederlands spreken”. Het hoge woord moet er maar eens uit. Dick Vreugdenhil is directeur van de Prinses Irenebasisschool aan de Tullinghstraat, midden in de Haagse Schilderswijk. “Ik wil die categorie mannen zonder werk van de straat hebben”, zegt Vreugdenhil resoluut. “Ik heb liever dat ze hier op school zitten dan altijd maar in dat koffiehuis. En nu heb ik dus sinds het begin van dit cursusjaar twee keer per week een klas vol vaders”. Hij leidt ons naar de aula van de school waar een van de twaalf aanwezige vaders zich – onder leiding van leerkracht Errol Tutuncu – buigt over de problemen van de ‘oo’ en de ‘o’ in de woordjes ‘roos’, ‘boog’ en ‘vos’. Elke vader is met iets anders bezig, al naar gelang de inmiddels verworven vaardigheden.

Van straat
Vreugdenhil: “In de lessen komen ook zaken aan de orde die de school betreffen. Het belang van deelname aan een schoolreis of werkweek bijvoorbeeld. Ook wordt er uitgelegd waar de gemeentelijke extraatjes voor zijn die iedere uitkeringstrekker en minimumloner voor zijn kind op zijn giro krijgt. Inderdaad ja. Dat geld kunnen ze ook opmaken in het koffiehuis zonder dat iemand er naar taalt. Maar hier leren ze dat dat geld is bedoeld voor hun kinderen”.

Leerkracht Tutuncu, zelf van Turkse komaf, is net verwikkeld in een ‘klassengesprek’ met de vaders waarin hij hun belangstelling probeert te wekken voor het juiste tijdstip waarop hun kinderen naar bed moeten. In het Nederlands natuurlijk. Want dat is de verplichte voertaal tijdens de lessen.

Vaders die les willen krijgen op de Prinses Ireneschool moeten zelf kinderen op die school hebben. Vreugdenhil: “Anders zou ik de hele dag de aula wel vol kunnen zetten met vaders. Zoveel belangstelling is er. Vanmorgen nog kwam er een Tjetjeense vader vragen of er misschien een plaatsje voor hem was. Ik heb helaas ‘nee’ moeten zeggen, want hij had geen kinderen bij ons op school. Maar eigenlijk is dat een gemiste kans”.

Moeders te gast
Zijn verontwaardiging is echt en wordt vooral ingegeven door een grote betrokkenheid bij het lot van zijn leerlingen. “Het is ondanks alle mooie inburgeringscursussen de hoogste tijd dat er nu eens echt wat gaat gebeuren aan de Nederlandse taalschat van die allochtone ouders. Anders blijf je op school met de kinderen vechten tegen de bierkaai”.

Vanwege de lage drempel van zijn basisschool – ze kwamen er toch al om hun kinderen te brengen – waren de moeders al regelmatig onder schooltijd te gast om zich te laten bijspijkeren op het gebied van het Nederlands. Zoals overigens ook het geval is op veel andere scholen in de Schilderswijk. Maar de vaders? Waar bleven de vaders? Vaders zonder werk zijn veelal te vinden in het koffiehuis.

Kinderen zijn van de ouders, niet van school
In de aula van de Prinses Ireneschool zoekt de heer Toefik (58) in een werkboekje het Nederlandse woord voor de kleur van een banaan. Hij twijfelt tussen rood en groen. Toefik komt uit Algerije en woont al jaren in Nederland. De laatste twee jaar zat hij zonder werk. “Ik heb tien kinderen”, zegt hij. “Vier zijn klein. Die zitten hier op school. Samen met ze doe ik de hoofdletters van het alfabet. Mijn andere kinderen hebben allemaal goede banen”.

De buurman van Toefik is 43 jaar. Hij komt uit Marokko en woont al 20 jaar in Nederland. Van zijn vijf kinderen zitten er twee op de Prinses Ireneschool. Hij is al een tijdje afgekeurd voor werk. “Kinderen zijn van de ouders”, zegt hij. “Niet van de school. Dus moeten de ouders weten wat er op school gebeurt”.

Hij is nog niet uitgesproken of de mobiele telefoon van een mede-cursist gaat over. Die blijkt al sinds 1987 in Nederland te wonen alwaar hij periodes van werken afwisselde met periodes van uitkeringen. “Sorry”, zegt hij na afloop van het gesprek. “Ik moest die telefoon wel aannemen want het ging over een sollicitatie”.
“Bellen in de les doen we niet meer he”, verzoekt docent Tutuncu vriendelijk. Hij vertelt dat de vaders na de eerste les allemaal naar de ouderavond zijn gekomen. “Ze weten nu wat de juffrouwen en de meesters in de klas doen”.