A.W. Vreugdenhil commissaris bij Sophia Revalidatie

van links naar rechts: dhr. A.W. Vreugdenhil, mw. mr. I.Y. Tan, dhr. mr. R.H.W.M. van Wylick, mw. drs. E.C.M. van der Wilden-van Lier De Raad van Commissarissen bestaat uit: mw. mr. I.Y. Tan, voorzitter dhr. A.W. Vreugdenhil dhr. prof. dr. A.P.W.P. van Montfort mw. drs. E.C.M. van der Wilden-van Lier dhr. mr. R.H.W.M. van Wylick
van links naar rechts: dhr. A.W. Vreugdenhil, mw. mr. I.Y. Tan, dhr. mr. R.H.W.M. van Wylick, mw. drs. E.C.M. van der Wilden-van Lier
De Raad van Commissarissen bestaat uit:
mw. mr. I.Y. Tan, voorzitter
dhr. A.W. Vreugdenhil
dhr. prof. dr. A.P.W.P. van Montfort
mw. drs. E.C.M. van der Wilden-van Lier
dhr. mr. R.H.W.M. van Wylick

Sophia Revalidatie
Bij Sophia Revalidatie is sprake van medisch specialistische revalidatiezorg. De gevolgen van ziekte, ongeval of aangeboren aandoening zijn namelijk complex en vaak blijvend. Daarom werken bij medisch specialistische revalidatiezorg meerdere disciplines intensief samen mét en voor de patiënt. Het doel van medisch specialistische revalidatie is het voorkomen of verminderen van belemmeringen in het dagelijks leven. Het leren gebruiken van hulpmiddelen is vaak een onderdeel van de therapie. Soms moet de patiënt zijn/haar leefpatroon veranderen.

Van verwijzing tot behandeling
De huisarts of medisch specialist verwijst een patiënt naar het spreekuur van een revalidatiearts. De revalidatiearts onderzoekt de patiënt en stelt samen met hem een behandelplan vast. Dit plan richt zich op de doelen, wensen en mogelijkheden van de patiënt. Als de revalidatiearts revalidatie nodig vindt, worden behandelaars ingeschakeld. Samen met de revalidatiearts vormen zij het behandelteam van de patiënt.

Klinische en poliklinische behandelingen
Sophia Revalidatie geeft op alle locaties poliklinische revalidatiezorg. Dit houdt in dat de patiënt één of meerdere keren per week naar het revalidatiecentrum komt. Als opname noodzakelijk is, kan dit bij Sophia Revalidatie in Den Haag. Op deze locatie heeft Sophia heeft 82 bedden, verdeeld over drie afdelingen.

Revalidatie en onderwijs
Sophia Revalidatie werkt nauw samen met de mytyl‐ en tyltylscholen in Den Haag en Delft. Op deze scholen wordt het kind behalve door leerkrachten ook door het behandelteam begeleid. Het uitgangspunt hierbij is één kind, één plan, waarin leerdoelen en revalidatiedoelen op elkaar zijn afgestemd.

Tentoonstelling van werk van Keesje Vreugdenhil

keesje_vreugdenhil_001Op zondag 13 en 20 januari 2013 is er in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam een tentoonstelling van werk van Keesje Vreugdenhil. Er zijn ook werken te koop. De opbrengst is voor het solidariteitsfonds Keesje Vreugdenhil (Cornelia Johanna van der Moot) was rond 1948 schildersmodel in Pulchri Studio, op het Lange Voorhout in Den Haag, al sinds 1847 een vooraanstaande vereniging van kunstenaars.

Daar ontmoet zij de schilder Joop Vreugdenhil (1904 – 1969) (O VIII c.9), die lid was van Pulchri en met wie zij in dat jaar ook trouwt. (Joop Vreugdenhil was één van de broers van de moeder van Jaap Jonker -Keizersgrachtkerk-, zijn oom dus. Het betreft hier Adriana Paulina Sara Elisabeth Jonker-Vreugdenhil (O VIII c.10)

Aanvankelijk had Keesje geen artistieke ambities, maar zij ontdekte haar talent na haar huwelijk met Joop. Samen werkten zij in hun atelier aan de Bazarlaan in Den Haag (nog gebouwd door Hendrik Willem Mesdag), Joop op de eerste verdieping en Keesje op de begane grond.

Keesje volgde een beeldhouwopleiding aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Als schilder bleef zij echter autodidact.
Evenals Joop, houdt zij ervan om dingen terug te brengen tot hun essentie. Joop zal in zijn werk steeds meer het figuratieve verlaten om op zoek te gaan naar de verhouding van vorm en kleur, uiteindelijk resulterend in geometrisch abstract werk.
Begin jaren zestig verhuist Keesje naar Californië, waar zij contact blijft houden met Joop. Onder invloed van het zonnige leven in Los Angeles ontwikkelt zij daar een bijna on-nederlandse stijl. De schilderijen van Keesje zijn harmonieus en vrolijk, met heldere kleuren en vormen.

Zij reist veel en vindt onderwerpen onder andere in Peru en Tunesië. Naast landschappen schildert zij stillevens en naakten. En zij maakt ook beeldjes naar model, veel beeldjes. Pas jaren na de dood van Joop komt Keesje definitief terug naar Den Haag. Zij blijft dan nog heel lang actief en doet inspiratie op tijdens vele (wandel)tochten in het buitenland, o.a. in Engeland en Schotland. Thuis, in haar atelier, werkte zij de schetsen dan uit tot schilderijen.

Tijdens de wintermaanden tekende zij verder naar model, en maakte ook nog steeds beeldjes, in de ‘Haagse Kunstkring’.
Momenteel, inmiddels dus 93 jaar oud, verblijft zij in een verpleegtehuis in Scheveningen. Zij is nog steeds een vrolijke vrouw, vaak -voor zover mogelijk- hulpvaardig. Zij herkent haar naast bekenden ook nog wel, maar vergeet dan ogenblikkelijk, wat er zojuist gebeurt is …

Zondag 13 en 20 januari 2013
± 12.00 – 15.00 uur
De opbrengst komt volledig
ten bate van het
Solidariteitsfonds Keizersgrachtkerk

115 Jaar Arend Vreugdenhil op Madestein

Arend Vreugdenhil Monsterseweg nr. 23, koeienbocht achter Madestein. Onder de koe rechts: Nicolaas Vreugdenhil; staande naast de middelste koe: Arend Vreugdenhil, zoon van Teun V.; het meisje is Annie Boetes, dochter van een onderwijzer aan de lagere school.

Buitenplaats
Veel oudere informatie over Madestein is mij geleverd door de heer Steven van ’t Slot, geboren op 18 december 1845 in Waddinxveen. Hij kwam in 1866 als tuinknecht op Madestein in dienst en – hoewel hij toen zei, dat hij het er geen veertien dagen zou uithouden – is hij er 72 jaar, tot aan zijn overlijden in februari 1938, gebleven als tuinbaas en rentmeester van de buitenplaats. Hij heeft de geboorte en het overlijden mee gemaakt van mijn vader Teunis (0 VIII g); ook heeft bij overgrootvader Comelis Lucasz. (0 VI) nog meegemaakt, die met het leger van Napoleon mee naar Rusland is geweest. Van ’t Slot is ook ouderling van de Gereformeerde Kerk en lid van de gemeenteraad van Loosduinen geweest.

Boerderij Madestein
Madestein was in de vorige eeuw een prachtige buitenplaats met moestuinen en muren (voor de wind) met leibomen; een klein stukje muur staat er nog, vlakbij het sportveld van Postduiven.

Het herenhuis was reeds enkele malen verbouwd en uitgebreid. Vroeger hebben bier waarschijnlijk de heren van Monster gewoond. Het is in eerste instantie op een duinwal gebouwd, op dezelfde hoogte als de nu gerestaureerde Abdijkerk.
Voor en achter het huis waren vijvers; in de vijver achter is vroeger zelfs een eilandje geweest met een prieel. Van het oude herenhuis zijn in de vorige eeuw 16 kamers afgebroken en het huis werd geschikt gemaakt voor boerenwoning. Daar voor woonde de boer erachter en was er halverwege de oprijlaan een ijzeren hek met een pad naar de boerderij. De heren gingen dan de hoofdlaan af, de boer het pad (verschil moet er zijn) Ondanks het afbreken van een deel van het huis was het toch nog groot genoeg. Op de eerste verdieping waren twee kamers die praktisch nooit werden gebruikt. De kamer aan de voorkant was voor de eigenaars (toentertijd de familie Tienhoven); deze kwamen eens in de zoveel jaar op bezoek en aten daar dan eigengebakken brood. De andere kamer, met een oppervlakte van ongeveer 12 bij 7 meter, werd alleen gebruikt bij bruiloften en andere feesten. Op de benedenverdieping waren kleinere kamers en een grote keuken.
Deze laatste was voorzien van een bakoven, een waterput om melk te koelen en, in het midden, een tafel van zo’n twee meter lang; in een lollige bui fietsten we daar wel eens met z’n drieën omheen! Onder de keuken is bij de afbraak een complete kelder gevonden. Rechts van het huis was het koetshuis met aan de voorkant de koetsierswoning (op de foto net nog te zien). Achter het koetshuis was de paardenstal met een ezelhok. Via de hooizolder kon een kamertje bereikt worden dat bestemd was voor de palfrenier.

Modelboederij
Boer, veefokker, tuinder Grootvader Teunis Cornelisz. (0 VII d) is in 1855 boer geworden op Madestein en is in 1895 gaan rentenieren. Mijn vader Teunis (0 Vill g) is hem toen opgevolgd. Hij begon direct alles te moderniseren en was een bekend veefokker. Hij heeft in de loop der jaren een prachtige veestapel opgebouwd met een melkgift van goede kwaliteit, waar hij meermalen prijzen mee heeft behaald. In noodgevallen leverde hij modelmelk voor Berkendal, later de Sierkan. Een bijzonderheid voor die tijd was dat het vee tbc-vrij was. Hij liet de koestal verbouwen en uitbreiden (de foto is van voor die tijd) en er kwam een nieuwe hooischuur. Daarnaast had vader ook nog een paar tuinderijen, één op Madestein en één aan de Nieuweweg. Baas knecht van de tuin op Madestein was Maarten van den Bos die in de koetsierswoning woonde. Vader was verder nog lid van de vereniging ‘Nederlands Fries Rundveestamboeken van de gemeenteraad van Loosduinen.

Fundering
Vader Is na een ziekte van enkele dagen op 17 juli 1919 overleden aan tyfus. Moeder is op de boerderij gebleven tot april 1935. Daarna heeft broer Matthijs (0 VIII g.9) tot 1970 geboerd op Madestein. Enkele jaren daarna is boerderij Madestein afgebroken daarbij is nog een tiental waterputten gevonden.

Recreatiegebied
De fundering van het oude gedeelte van het huis en het prachtige recreatiegebied met de naam Madestein is het enige dat nu nog rest als herinnering aan 115 jaar familie Vreugdenhil op Madestein.

Dick Vreugdenhil “leven na de Schilderswijk”

Dick Vreugdenhil

Zijn Principes brachten Dick Vreugdenhil (48) in het Schilderswijk. Wie dienst weigerde kwam waar anderen niet wilden werken. De school waarvan hij na 25 jaar afscheid heeft genomen, is een zwarte school. Een geuzennaam, vindt hij. Over Vivian uit Ghana en alle kinderen van wie het de bedoeling is dat je ze verder brengt.

‘Mijn ideaal: elk kind dat je uit de stront haalt, is er een’

De overgang is vrij drastisch. Van een zwarte school in hartje Haagse Schilderswijk naar (weliswaar twee) zo goed als witte scholen in het schilderachtige Brielle. “Ik heb in Brielle twee allochtone leerlingen en een allochtone assistent groepsleider ontmoet. Ik zei nog: ‘He, ik ben blij dat ik weer allochtonen zie!’ Nee, dat is onzin. Het gaat om kinderen. Het is de bedoeling dat je ze allemaal een stapje verder brengt. Ik denk dat je problemen achter elke voordeur vindt. Aileen in Den Haag wat vaker op straat. En in de Schilderswijk dan nog weer wat vaker.”

Het was allemaal niet zo gelopen als hij die boerderij in Brielle niet door een erfenis in de schoot geworpen had gekregen. Zoals hij 26 jaar geleden – lang haar, spijkerbroek met stukken — nooit op de Prinses Irene-school terecht was gekomen als hij geen militaire dienst had geweigerd. “Dan kom je waar niemand wil werken. Een achterstandswijk.” Als zoon van een tuinder op het eiland Roozenburg, die toen Dick twaalf was naar het Westland verhuisde, had hij als student op de pabo in Rotterdam nooit van de Schilderswijk gehoord. “Als je nu Schilderswijk zegt, gaan overal alarmbellen rinkelen.

Onterecht, vind ik. Mijn associatie met de Schilderswijk is bruisend, levendig, er gebeurt altijd wat. Die school heet ook niet voor niets Irene. Het hoeft niet allemaal vanzelf te gaan.” Hij werd de `mees’ die samen met collega’s van de school, leerlingen en hun ouders tussen 1996 en 1998 nationale bekendheid kregen door de documentaireserie ‘Haagse Klasse’. Een onthullend en vaak ontroerend beeld van het’leven op een basisschool met leerlingen van tientallen verschillende nationaliteiten en soms illegaal in Nederland verblijvende ouders. “Dat beeld geldt voor elke willekeurige binnenstadsschool. Ik hoop, dat het voor de beeldvorming goed is geweest. Dat iedereen ziet dat er megaproblemen zijn, maar dat er keihard aan wordt gewerkt. Ik denk dat het voor de politiek zo wel heeft gewerkt. Voor het onderwijs ook. Ik hoor van mijn dochter dat de banden zelfs op de universiteit worden gebruikt. Ik denk alleen dat de tijd voor uitzending nu beter was geweest. Maar de AVRO die het uitzond, is nu alleen bezig met kunst, kitsch en diertjes en niet met onderwijs. Voor mijzelf betekende die serie dat ik me altijd heel kwetsbaar heb opgesteld. Ik had in een uitzending gezegd dat een die uitspraak. Die jongen was in Turkije nooit naar school geweest en al­,leen met de geiten bezig geweest. En die moet dan bier wel? Na de Irene is hij nooit meer naar school geweest. Dat neem ik de omgeving wel kwalijk. In Nederland zijn we sterk in het signaleren, maar daarna blijft het stil. Want wie zitten er allemaal bovenop? Jeugdzorg. Justitie soms. Signaleren en niks doen. Het is geen onverschilligheid, denk ik. Ik denk dat het angst is: wat wordt er over mij of mijn instantie gezegd?”

Trots
Vreugdenhil heeft zelf een paar duidelijke oneliners: school is de hoeksteen van de samenleving, elke school moet een afspiegeling van de wijk zijn, een school moet een smoel hebben. Ervaringen van een kwart eeuw binnenstadsschool. “Ik heb de autochtonen zien vertrekken en de allochtonen zien komen. De eerste Surinaamse kinderen en daarna de Marokkaanse en Turkse kinderen. Daarmee steeg het leerniveau. Er kwamen heel gemotiveerde mensen binnen. Wat daarna kwam, was heel breed. We werden een zwarte school. Ik vind dat zo’n mooi woord! Zwart is per definitie iets waar je niet vrolijk van wordt. Terwijl ik zeg: wees er trots op! Op zwarte scholen loopt de grootste kwaliteit aan personeel rond. Je moet over-al verstand van hebben. Je moet ook in het Nederlands onaanspreekbare kinderen laten lezen als ze in groep 5 binnenkomen. De zorg is op zo’n school ook veel groter. Dat heb ik natuurlijk niet voor niets bevochten. Ik heb ook altijd gezegd, in de discussie die je nu weer in Rotterdam hebt, dat je geen zwarte kinderen moet spreiden, maar breng blanke kinderen naar de binnenstad. Men is gewend met zoveel verschillen te werken. Ik kan wel begrijpen dat bepaalde concentratie niet goed is. Maar we hebben het met z’n alle ten gebeuren. Eerst is de bovenlaag autochtonen vertrokken, nu huist de bovenlaag allochtonen naar de Vinex-Wijken. Wat blijft er achter? Daar maak ik me wel zorgen over.” Maar hij ligt er niet van wakker ‘s-nachts. “Nooit gedaan ook.” Er is leven na de Schilderswijk. hem, maar voor wie hij heeft achter gelaten? “Die gaan ook wel door”. Ook al zijn er leerlingen die hem altijd bij zullen blijven. “Alle leerlingen waar je een bepaald iets hebt. Een van mijn eerste leerlingen Lucia Monkau, een Surinaamse meid met van die leuke vlechtjes. Vivian uit Ghana die ik heb laten onderduiken. Ze doet nu accountancy in Rotterdam en komt elk jaar een keer langs om te vertellen hoe het met haar gaat. Natuurlijk zijn er ook leerlingen met wie het slecht is gegaan. Maar dat zeg ik nu alleen omdat je er naar vraagt, want er wordt al genoeg negatief gepraat”.

Broekje
Als de jeugd de toekomst heeft, komt het wel goed met Nederland, zegt Vreugdenhil. “Het komt altijd goed. Had de generatie voor ons verwacht dat het met ons goed zou komen? Ze zijn nu alleen later volwassen. Ze kennen alleen hoog conjunctuur en hebben geen tegenslagen meegemaakt. Dan is het ook durven en willen verantwoordelijkheid dragen. Ik vind dat we zelf op sommige punter]. zijn doorgeslagen. Mijn zoon ging naar de schoolarts. Hem­pje uit, broekje aanhouden. Toen had de vrouwelijke arts een boek met plaatjes hoe jongetjes er in een bepaalde face uitzien en vroeg: ‘Hoe ziet het er bij jou uit?’ Een school-arts?! Ik heb hier een dik Arbo-plan voor onderwijsgevenden. Waarin opgenomen ‘duwen, tillen en trekken’.

sproken frik geweest. “ik wilde geschiedenis studeren, maar werd uitgeloot. Toen was het de sociale academie of de pabo. ik ben de enige uit het dorp die nog naar school ging. Dan riep er altijd iemand als ik naar school ging ‘Zo luie flikker, ik ga wel weer werken’. Ik werd op de pabo’s in Den Haag niet toegelaten. Vanwege die lange haren. Ze vonden dat dat niet kon voor de klas. Uiteindelijk ben ik wel op een pabo in Rotterdam aangenomen. Kwam ik in een klas waarin we er allemaal hetzelfde uitzagen! Idealen van toen? Idealen heb ik nog steeds. Elk kind dat je uit de stront haalt, is er een. Dat is nog steeds mijn ideaal. Dan moet je ook kunnen zeggen: dat kunnen wij met en het is beter dat of dat. En dat dat advies dan wordt opgepikt.” De afgelopen zomervakantie heeft hij tijdens het schilderen van de boerderij heel veel aan de prinses Ireneschool gedacht. “Is dat een rouwproces?” vraagt hij. “islamitische’ mensen die afscheid nemen slaan hun hand op hun hart. Mooi he?! Zo zit die Schilderswijk ook in mijn hart

Peter Vreugdenhil ” Gemeente Den Haag geeft digitaal inzage in de WOZ-waarde”

Den Haag
De gemeente Den Haag geeft vanaf vandaag informatie over de WOZ-waarde ook digitaal. Met behulp van het gebruikersnaam en een persoonlijk wachtwoord kan men via internet het taxatieverslag opvragen. Dit verslag geeft onder andere via drie referentiehuizen in de buurt aan hoe men tot de waarde van iemands huis is gekomen. Wethouder Louise Engering (VVD) heeft de WOZ-site gisteren officieel in gebruik gesteld. Vanaf vandaag vallen de beschikkingen inzake het onroerende goed in Den Haag (woningen en niet-woningen) in de bus bij eigenaren en huurders.

WOZ-Infodesk
Voortaan kan men niet alleen telefonisch en schriftelijk informatie inwinnen over bijvoorbeeld de waarde van het eigen huis, maar ook digitaal via internet. Projectleider en hoofd van de taxatieafdeling van de gemeente Peter Vreugdenhil: “Wij hopen dat veel mensen digitaal gaan. Ten eerste krijgen zij dan de informatie completer en sneller, maar de gemeente wordt ook ontlast. Veel vragen kan men zelf beantwoorden als men het eigen taxatieverslag raadpleegt”.

Wethouder Louise Engering el mensen digitaal gaan. Ten eerste krijgen zij dan de informatie completer en sneller, maar de gemeente wordt ook ontlast. Veel vragen kan men zelf beantwoorden als men het eigen taxatieverslag raadpleegt”. De gemeente heeft in de afgelopen jaren 52.000 Cyclorama foto’s laten maken en heeft alle objecten in de Residentie hieraan gekoppeld. Aan de objecten is de geschatte waarde per 1 januari 1999 gekoppeld. Bovendien heeft de belastingdienst een koppeling gemaakt met een wijkkaart. Daarin zijn ook huizen aangegeven met een ongeveer gelijke waarde.

E-Governmentlabel
De taxateurs hebben deze objecten getaxeerd aan de hand van gegevens uit het kadaster (verkoopprijs).De waarde is de grondslag voor de gemeentelijke onroerendezaakbelasting voor de jaren tot en met 2004. Ook het waterschap en het rijk baseren zich bij hun belastingaanslagen op de WOZ-waarde van een huis of bedrijf. Trots vertelt Peter Vreugdenhil dat deze internetsite door Den Haag samen met Novell en Oranjewoud is ontwikkeld en dat de toepassing door de Europese commissie in Brussel is gewaardeerd met het E-Governmentlabel. Een prijs voor de transparantie waarmee de overheid de burgers de informatie presenteert en inzicht geeft in de aanwezige informatie.