Jac. Vreugdenhil ontdekker van CO2 in de tuinbouw !

jac_vreugdenhil_001
De eerste ploffer kachels in het Westland

Deze kachels heten ploffers.

Ze bestaan uit een dichte ijzeren bak met daarop een, aan de onderzijde, van ventilatiesleuven voorziene pijp. Er zat nog een tweede, dichte pijp naast, die stuurde een deel van de hete verbrandingsgassen terug de bak in. Daardoor ontstond hete oliedamp, die de feitelijke verbranding veroorzaakte. In de bak zat een vulopening en aan de onderzijde van de pijp zat een soort smooorklep. De eerste bakken waren helemaal dicht, later kwam er een afneembaar deksel op. Er ging petroleum in de bak en met een brandende dot krantenpapier of houtwol werd het ding aangestoken. De rook en warmte kwamen boven de pijp eruit. Ze werden in Cifornie gebruikt om fruit te beschermen tegen nachtvorst. Doordat ze behoorlijk rookten legden die kachels een soort warme walm in de valleien waardoor de fruitbomen tegen vorst beschermd werden. In de oorlog gebruikten de Amerikanen de ploffers om hun nissenhutten te verwarmen. Er kwam dan een lange horizontale schoorsteen aan de pijp. Twee jonge tuinders uit De Lier, Gerrit Koornneef en Jac.Vreugdenhil hebben medio de jaren zestig, vier van deze ploffers gekocht in de buurt van Bergschenhoek, bij een garagebedrijf die ze voor verwarming gebruikte. Gerrit en Jac.hebben er toen elk twee in een warenhuis| met sla gezet. Ze hingen er een ventilator bij om de warmte beter door het warenhuis te verdelen. Ook kwam er een kap boven de pijp om te voorkomen dat de ramen erboven sprongen. Maar de verbrandingsgassen gingen de kas in. Gerrit stookte er de hele nacht mee door, Vreugdenhil alleen ‘s-morgens vroeg als het licht werd. Hij noemde dat “met het licht meestoken” Toen viel het beiden op, dat de sla bij Vreugdenhil veel beter groeide dan bij Koornneef.En de kropen waren steviger. Het Proefstation werd erbij gehaald en die kwamen erachter dat de CO2 die vrijkwam bij het verbranden van de olie verantwoordelijk was voor die betere groei. En CO2 werkt alleen bij daglicht. Daarmee was de toepassing van CO2 in de tuinbouw door Vreugdenhil ontdekt!

Jan Prins en ene vd Valk uit De Lier zagen wel brood in deze ontdekking en hebben toen, met van Koornneef geleend geld, een partij ploffers uit Amerika geimporteerd. Dat was de basis voor de huidige Priva, Pri(ns) en Va(lk). Kort daarna ontdekte ene van Geest hetzelfde fenomeen min of meer en dat werd overgenomen door Brinkman. De eerste ploffers moesten geregeld bijgevuld worden, dus ze moesten minstens een keer per nacht naar de tuin. Dat werd na enige tijd ogelost door het gebruik van een vlotterbak die met een plastic slang verbonden was met een grotere tank.(die slangen braken nog wel eens als ze stug waren van de kou en je trapte erop) Na de ploffer kwam een ietwat modernere versie uit, de Holland Heater. En daarna de bekende groene sigaren van Priva met een thermostaat en electrische ontsteking. De eerste originele ploffer die ooit gebruikt is in het Westland is er nog. Hij is door Vreugdenhil in bruikleen gegeven aan het Westlands museum. Dit is de echte ploffergeschiedenis in een notendop.

J. Vreugdenhil jr

Vreugdenhil Berging BV is een Westlands bedrijf

vreugdenhil_berging_002

Aanvankelijk rukten alle wagens uit vanuit De Lier, maar door toenemende drukte en om de aanrijtijd naar Den Haag te verkorten is er in 1999 besloten om ook een vestiging in Wateringen te openen. In november 2009 is vergunning aangevraagd voor een nieuwbouwproject op de HarnaschPolder, vlak langs de A4 thv Afrit Den Haag Zuid en de N211. Deze nieuwe locatie is vanaf 2010 de basis van ons bedrijf. Vanuit deze centrale locatie kunnen wij direct uitrukken en op alle boven- en onderliggende wegen in ons verzorgingsgebied snel ter plaatse zijn voor het verlenen van onze diensten. Ons bedrijf is direct aan de A4 gevestigd, deze rijksweg wordt op dit moment vanaf Delft doorgetrokken naar Rotterdam.

Even voorstellen…Michael Vreugdenhil

michael_vreugdenhil_001Met ingang van 6 september ben ik, Michael Vreugdenhil, in dienst getreden als stagiair bij Looije. Ik wil graag de gelegenheid nemen om mijzelf te introduceren aan de mensen die mij nog niet kennen. In het kort zal ik iets over mijzelf vertellen, hoe ik bij Looije terecht ben gekomen en waar ik mij mee bezig zou houden binnen het bedrijf.

Zoals gezegd, mijn naam is Michael Vreugdenhil, 17 jaar oud en geboren en getogen in De Lier. Voorlopig woon ik nog bij mijn ouders en broertje. Verder heb ik 1 echte hobby en dat is voetbal. In mijn vrije tijd doe ik aan fitness en zit ik soms achter mijn Playstation.

Nadat ik de MAVO had afgerond, ben ik Middelbaar Beroeps Onderwijs Greenport Business & Management gaan doen, waar ik nu in het 2e jaar zit. Het is eigenlijk een tuinderschool, maar ik ben van plan om door te studeren na deze opleiding. Vanaf mijn 13e werk ik in de tomaten als scholier, bij een kwekerij in De Lier. Daar heb ik vorig jaar ook stage gelopen. Maar omdat daar in de winter eigenlijk weinig te doen was, wilde ik toch meer doorgroeien bij een groter bedrijf, waar het hele jaar door gekweekt wordt.

Dat brengt mij direct bij het onderdeel van deze introductie hoe ik bij Looije terecht ben gekomen. Op internet stond dat Looije Aequor-gecertificeerd was. Dat houdt in dat het een erkend leerbedrijf is. Toen heb ik direct een mail gestuurd of er stage mogelijkheden waren. Er werd gereageerd en ik werd uitgenodigd om op gesprek te komen. Tijdens het gesprek kreeg ik een goede indruk van hoe groot het bedrijf eigenlijk is.

Binnen Looije zou ik mij bezighouden met verschillende taken binnen het bedrijf, om zoveel mogelijk te leren van het bedrijf, hoe alle processen lopen. Ik heb er erg veel zin in en hoop dat ik hier erg veel van opsteek.

Peter Vreugdenhil “verwezenling van een droom”

peter_vreugdenhil_002

VERWEZENLIJKING VAN EEN DROOM!
Middelburger Peter Vreugdenhil (D XI e.2) heeft samen met  Remko Bakelaar uit De Lier  januari 2012 een jarenlange droom verwezenlijkt: de beklimming van een écht hoge berg.

Zij beklommen nl. de Aconcagua, deze berg ligt in de Andes en is de hoogste berg (bijna 7.000 m.) van het zuidelijk en westelijk halfrond ofwel de hoogste berg ter wereld buiten de Himalaya. Peter is psychiatrisch verpleegkundige en woont samen met echtgenote Regien en hun twee kinderen Sam en Daan (4 en 1 jaar) in Middelburg.

Op 2 januari vertrokken ze vanaf Schiphol via Madrid naar Santiago de Chile waarna ze op 3 januari aankwamen op de luchthaven van  Santiago. De volgende dag ging de reis verder:  een acht uur durende rit met de bus door het Andesgebergte naar Mendoza. Na allerlei formaliteiten begint dan op 7 januari het ‘echte werk’.

DE BEKLIMMING VAN DE ACONCAGUA
De beklimming van de Aconcagua langs de ‘normale route’ is technisch eenvoudig. De berg heeft een aantal gletsjers, waarvan de belangrijkste de noordoostelijke of Poolse gletsjer en de oostelijke of Engelse gletsjer zijn.

Peter en Remko hebben de berg beklommen via de technisch interessantere en veel rustigere False Polish Glacier: een bijzonder zware route. De ijle lucht, kans op barre weersomstandigheden (staalharde wind, ijskoude temperaturen en sneeuw) en het feit dat de klimmers zelf de hoger gelegen kampen moeten inrichten, maken de beklimming tot een extreme uitdaging.

Vento Blanco
De ijzige en aanhoudende wind op de berg zijn berucht en wordt de Vento Blanco (witte wind) genoemd. Deze kan in elk seizoen toeslaan. Er ontstaat dan een zeer zware storm met sneeuw en onmogelijk lage temperaturen. Gelukkig kun je de witte wind zien aankomen: als er een lensvormige wolk op de top van Aconcagua verschijnt is het tijd om meteen af te dalen en op beter weer te wachten. Dit is ook een uitdaging en  kan soms dagen duren.

Hoogte
Op de top van de Aconcagua (6.962 m) is er een lager zuurstofgehalte in de lucht (35-40% van zeeniveau). Dit geeft een groot risico op hoogteziekte waardoor een goede acclimatisatie noodzakelijk is. Hoogteziekte kan variëren van hoofdpijn en loom zijn tot long- of hersenoedeem wat zeer ernstig is (bij slecht handelen dodelijk). Om dit zoveel mogelijk te voorkomen wordt de berg dan ook in expeditiestijl beklommen. Er worden diverse hogere kampen aangelegd waarna de nacht weer lager wordt doorgebracht. Na een paar dagen met tochten op hoogte kan er weer een hoger kamp worden opgezet en kan de nacht weer hoger worden doorgebracht. Zo wordt langzaam de hoogte overwonnen en geacclimatiseerd.

Hoe het Peter en Remko is vergaan kunt u van dag tot dag volgen op de site http://www.aconcagua2012.nl Hier is ook te lezen dat Peter en Remko aan deze krachttoer iets extra’s koppelden. Zij schrijven: “Na ons besluit om het ook echt te gaan doen, is het idee ontstaan om met onze droom zoveel mogelijk geld op te halen om zieke kinderen te helpen die ook nog vol dromen zitten. Daarom schenken wij al het geld dat binnenkomt aan Make-A-Wish Nederland (Stichting Doe Een Wens)” .

Totaal hebben zij ruim 24.000 euro opgehaald.

Het bestuur heeft bewondering voor deze de prestatie en feliciteert Peter en Remko met het behaalde resultaat.

Anna van Dorp – Vreugdenhil werd 97

anna_van_dorp_vreugdenhil_003
Anna van Dorp – Vreugdenhil

Op 28 december 2003 werd Anna van Dorp-Vreugdenhil (C IXd, 3) 97 jaar oud. Ze woont in De Lier, nog helemaal zelfstandig. Ze doet de dagelijkse boodschappen, kookt zelf en verzorgt haar plantjes. Ze heeft fijne buren en vriendinnen die graag bij haar op de koffie komen. De kerkdiensten beluistert ze thuis, maar ze bezoekt wel trouw de bijbelclub die onder leiding staat van de plaatselijke predikant. Tot voor kort ging ze ook naar bingo avonden maar nu blijft ze ’s avonds liever thuis. Behalve voor een staarbehandeling en een kleine ingreep aan een hand is ze nog nooit geopereerd. Een sterke loot aan een Vreugdenhillentak!

Mijn oma Anna van Dorp – Vreugdenhil en ik

anna_van_dorp_vreugdenhil_001
oma Anna van Dorp – Vreugdenhil (C IX d, 3) en haar kleindochter Anja Romein.

Haar praatstoel
Oma is de 90 al gepasseerd en ze ziet er nog mooi uit. Zilvergrijs haar is de erfenis van de donkere lokken die ze had als jonge vrouw. Haar kleding is eenvoudig maar niet saai. Altijd weet ze zich elegant te kleden, ondanks haar kleine postuur met een iets te zware boezem. Terwijl ik tegenover haar zit, schieten allerlei gedachten door me heen. Deze vrouw heeft veel meegemaakt in haar leven. Als arme arbeidersdochter kwam ze in 1906 ter wereld in een groot gezin. leder dubbeltje moest worden omgedraaid; ook later toen ze trouwde en zelf kinderen kreeg.

Mijn oma en ik
Maar klagen doet ze niet. Dat ligt eenvoudig niet in haar aard. Ze is altijd gezond geweest en kwam pas voor het eerst op haar 70′ in het ziekenhuis voor het rechtzetten van haar linkerpink. Ze geniet van de kleine dingen om haar heen. Een mus die zich te goed doet aan oude broodkruimels in haar achtertuin maakt haar al blij. De laatste tijd heeft ze het steeds vaker over vroeger. Dan zit ze echt op haar praatstoel. Heel nieuwsgierig ben ik naar de gebeurtenissen in haar leven. Wat zou het leuk zijn als alles werd vastgelegd in een boek’.

Deze regels staan op de eerste pagina’s van Mijn oma en ik, een boek, dat Anja Romein schreef over haar oma Anna van Dorp – Vreugdenhil (C IX d, 3). Zij blijkt te zijn geboren op 28 december 1906 in ‘s-Gravenzande en woont ondanks haar hoge leeftijd nog steeds zelfstandig in De Lier. Tijdens bezoeken die Anja bij haar oma aflegt, laat ze haar vertellen over de diverse perioden uit haar lange leven, wat vastgelegd wordt op een bandrecorder. Deze herinneringen zijn in het boek verwerkt in een aantal hoofdstukken, waarin Anja Romein zelf in het kort haar eigen levenservaringen stelt tegenover die van haar grootmoeder. Tijdens de lezing van oma’s relaas over haar vroegste jeugd, waarin de behoeftige omstandigheden een dominerende rol spelen, dacht ik terug aan een gedeeltelijk levensverhaal, dat mijn eigen oma ooit eens opschreef. Zie Vreugdeschakel nr. 45 van februari 2000.

Een geheugen dat steeds toegankelijker wordt.
Mijn oma groeide in het Westland weliswaar op in het gezin van een gegoede landbouwer, maar later met meer dan tien kinderen en geen riant inkomen, was het geen vetpot. Als haar oma herinneringen uitstalt aan die moeilijke tijd, stelt Anja Romein haar eigen – wat ze noemt – ‘luizenleventje’ tijdens haar jeugdjaren daar tegenover: na schooltijd onbezorgd spelen, rolschaatsen, verkleedpartijtjes, verjaardagsfeestjes, veel snoepjes verorberen enz. Oma moest na schooltijd sokken stoppen voor een haas in de omgeving. ‘En die waren niet altijd even fris, dus een echt prettig werkje was dat niet’, aldus één van oma’s understatements. Als vriendinnetjes langskomen, stopt oma de
sokken vliegensvlug onder de tafel en zegt ze geen zin in spelen te hebben. Een leugentje om bestwil, maar wel schrijnend! Terwijl Anja na de lagere school naar het VWO gaat en alles thuis voor haar gedaan wordt, moet oma uit werken: de kerk schoonmaken en ook de school inclusief de opzettelijk door jongentjes onder geplaste vieze wc’s, de was bij boeren in de omtrek doen, op het land werken en bollen pellen.

Je leest in het boek over opvattingen die misschien nog in besloten gemeenschappen bestaan, dat je nooit beneden je stand moet trouwen en als protestant nooit met iemand van ‘de Roomse papen’. Oma vertelt natuurlijk ook over haar latere leven: het sterven van Jannie, haar 4e kind, amper zeventien maanden oud, van wie geen afscheid kon worden genomen als gevolg van de oorlogsomstandigheden, de gedwongen verhuizing naar De Lier in die oorlogsperiode en de zorgen over de gezondheid van opa. ‘Onvoorstelbaar’, schrijft Anja op blz. 22 van haar boek, ‘dat oma zich de kleinste voorvallen allemaal nog herinnert na ruim 75 jaar. Het lijkt wel of haar geheugen steeds toegankelijker wordt’.

Leuk en aantrekkelijk boekje
Het boek Mijn oma en ik is een luxe gebonden uitgave en is in een beperkte oplage gedrukt door Albani drukkers, Den Haag. Het kan worden besteld door middel van een overschrijving naar girorekening 2501130, ten name van Anja Romein, Postbus 46, 2690 AA ‘s-Gravenzande onder vermelding van Mijn oma en ik, met de adresgegevens van de bestellen. De kosten bedragen f. 39.50 (f. 34.50 plus f. 5.- verzendkosten). Wie geïnteresseerd is in ons familieboek Het Westlandse geslacht Vreugdenhil – en wie is dat niet? – zou ik willen aanraden Mijn oma en ik aan te schaffen, omdat je dat boekwerkje als een aanvulling op ons familieboek kunt beschouwen. Je vindt daarin niet alleen de levensgeschiedenis van een van onze naamgenoten vermeld, maar je kunt er ook uit afleiden hoe het leven van veel meer naamgenoten in het Westland zich zou kunnen hebben ontwikkeld. Anja Romeins boek kreeg ruimschoots aandacht in de Westlandsche Courant met o.m. een paginagrote foto van oma en kleindochter.

Mevrouw M. A. Vreugdenhil-Dijkshoorn( C X y) uit De Lier las het boek inmiddels en schreef ons o.a. het volgende: ‘Ik kan mij zo voorstellen dat Anja Romein genoten heeft van al die tijd dat haar oma haar levensverhaal vertelde en zij de kans had het te verwerken en er in een leuk en aantrekkelijk boekje over kon schrijven.’