Wessel Vreugdenhil “Architectuur of Stapelen van stenen”

wessel_vreugdenhil_001
Wessel en Justa Vreugdenhil met de kinderen Bodil (11) en Floris (8).

Dit verhaal gaat over gaat over Wessel Vreugdenhil die architect is.

Thuis in Barendrecht had ik een prettig en inspirerend gesprek met Wessel Vreugdenhil (N XI g.2).  Hij is de zoon van Arie Vreugdenhil, een volle neef van mijn vaders kant. Arie  was getrouwd met Irene  Beekman. Arie en Irene hebben drie kinderen gekregen: Wessel, Caroline en Annemarie. Wessel  is getrouwd met Justa en heeft twee kinderen, Bodil (11) en Floris (8).

Nu kennen familieleden en kennissen hem als Wessel, maar als hij op bezoek gaat bij gaat bij een officiële instantie die dan zijn paspoort voor zich heeft, kan worden gevraagd of de heer Dirk (zijn eerste voornaam) Vreugdenhil zich bij het loket wil melden. Al naar gelang het hem uitkomt, kijkt hij wat wazig om zich heen, óf hij meldt zich.

Wat meteen opvalt is dat de kinderen van Arie en Irene meer dan één doopnaam hebben gekregen. De voornamen van Wessel luiden: Dirk Jan Wessel. Dat was niet zozeer de gewoonte bij de kinderen van mijn directe neven en nichten. Drie voornamen klinkt  interessant, maar het kan ook tot allerlei misverstanden leiden.

Studie in Delft
Wessel is muzikaal. Hij speelt saxofoon, jazz en rockmuziek en hij heeft jaren in een rockband gespeeld. Wessel was op school ook goed in wiskunde en hij twijfelde na de middelbare school dan ook tussen saxofoon spelen en studeren op het conservatorium, én bedrijfskundige economie. Pas na twee jaar studie economie, een jaar uitzendwerk en een jaar dienstplicht vond hij zijn roeping. Hij wilde architect worden. Hij begon zijn studie aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft in 1993. Tijdens de studie in Delft is hij vanaf 1996 voor een periode van zes jaar bij Neutelings Riedijk Architecten in Rotterdam werkzaam geweest. Hij heeft  meegewerkt aan onder andere de volgende projecten:

– het Instituut voor Beeld en Geluid in het mediapark te Hilversum;

– het Scheepvaart en Transport College aan de Maas te Rotterdam;

– en het Museum aan de Stroom te Antwerpen.

wessel_vreugdenhil_002
Instituut voor Beeld en Geluid

Het interieur van Beeld en Geluid in Hilversum is bijzonder spectaculair.

Aan een ondergrondse kloof liggen de archieven, een landschap op de begane grond en dwars daarboven een grote vide. De oplettende kijker zou er zomaar de hel, aarde en hemel in kunnen zien. Deze markante gebouwen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het succes van de Nederlandse architectuur in het buitenland.

Afstudeerproject
In 2005 heeft Wessel zijn afstudeerproject in Delft gepresenteerd onder leiding van een Engelse professor, Tony Fretton. Door het onderwijs van Tony Fretton is de interesse voor 5000 jaar bouwhistorie gewekt en de bestudering van architectuurgeschiedenis is een onuitputtelijke bron van inspiratie geworden. Wessel gebruikt vaak klassieke voorbeelden, bijvoorbeeld het Pantheon, de villa`s van Palladio in Italië of het kasteel van Versailles bij Parijs als referentie. Het is ongelofelijk hoe deze oude principes, toegepast in de moderne architectuur tot verassende, simpele en sterke concepten kunnen leiden. De ontwerpen van Wessel zijn hedendaags terwijl zij tegelijkertijd een klassieke, tijdloze grandeur uitstralen.

Hoogtepunten
Na zijn studie in Delft en werkervaring in Rotterdam heeft Wessel van 2006 tot 2009 gewerkt voor de Architecten Cie. in Amsterdam. Bij dit grote bureau, dat onder leiding staat van onder andere Pi de Bruin  (bekend van het Tweede Kamergebouw) en de huidige Rijksbouwmeester Frits van Dongen, is Wessel als architect inhoudelijk sterker en praktischer geworden. Hij heeft met succes meegewerkt en leiding gegeven aan een groot aantal projecten. Enkele hoogtepunten uit deze periode zijn het winnen van de prijsvraag voor een uitbreiding van het presidentiële paleis van de minister-president van Roemenië in Boekarest en het realiseren van een vijfsterrenresort-hotel in Dubrovnik.

Stapelen van stenen
Wessel is echter een architect die op zoek is naar de essentie van het gebouw. In zijn ontwerpen kwam meer aandacht voor de beleving van het gebouw, met aandacht voor visuele effecten en materialen en de introductie van romantische elementen. Het creëren van een gebouw verheven tot een vorm van kunst, zou je kunnen zeggen. Aan de andere kant beschouwt Wessel architectuur weer heel gewoon als het stapelen van stenen. En die gedachte weerhoudt hem ervan om hypes te volgen en zorgt ervoor dat zijn ego niet met hem op de loop gaat. Wessel blijft bij zichzelf om van daaruit het wezen van een gebouw te vinden, en dit heeft alles te maken met het geluk van de gebruiker, met de spanning en de beleving van het gebouw en de met de hierboven beschreven herintroductie van klassieke elementen.

wessel_vreugdenhil_006
Instituut voor Beeld en Geluid

Inschrijvingen, prijsvragen en prijzen
Wessel is een productieve architect. Hij neemt ook regelmatig deel aan inschrijvingen en prijsvragen. En ook al wint hij de eerste prijs, het is daarbij  lang niet altijd zeker dat zijn ontwerp ook zal worden gerealiseerd. Slechts 10% van alle ontwerpen wordt daadwerkelijk uitgevoerd. Daarin zal dan ook niet de voornaamste motivatie zitten. Het is het creatieve wordingsproces waaraan Wessel zijn voornaamste motivatie ontleent. En dat scheppingsproces zal bij iedere kunstenaar zijn eigen vorm krijgen en is bij Wessel een verhaal op zich. Creativiteit laat zich in het algemeen niet dwingen door de tijd. Het is afhankelijk van het moment dat de inspiratie zich aandient, en dat kan midden in de nacht zijn. Echter heeft Wessel wel de druk nodig van de oplevering om te kunnen presteren. Niet zozeer dat hij zijn werkzaamheden uitstelt tot het laatste moment, maar wel om dat hij gedurende het hele proces blijft zoeken naar nieuwe ideeën, aanpassingen blijft doen en wacht op het ultieme idee. En dat proces kan alleen door een harde opleveringsdatum tot een einde worden gebracht.

Amsterdam en Brussel
Vanaf 2009 is Wessel als eigenaar van Wessel Vreugdenhil Architectuur werkzaam in Amsterdam. Al sinds 2002 werkt hij samen met zijn compagnon, Dimitri Meessen, in Brussel. Dit bedrijf heet Bunkerhotel Plus.

Hij werkt ook regelmatig samen met andere architecten, projectleiders en tekenbureaus en hij is betrokken bij een aantal initiatieven op het terrein van vormgeving, waaronder hergebruik van industrieel erfgoed.

Deze flexibele werkwijze binnen een netwerk sluit goed aan bij de dynamiek en uitdagingen van deze tijd en hij kan zo voor elke klus, van het maken van een eerste schets tot aan de bouwbegeleiding van grote en kleine projecten, het optimale team in Amsterdam en/of Brussel samenstellen.

wessel_vreugdenhil_004
Villa Muncha exterieur

Villa Mucha
Als onderdeel van de architectuurpraktijk heeft Wessel een aantal mooie producten in de etalage staan:

 – Onder de merknaam Wood&Craft levert Wessel massief houten handgemaakte binnendeuren met panelen, architraven, plinten, vloeren en trapdelen.

Deze villa wordt op industriële wijze gebouwd. Hierdoor kan de klant een veel groter huis kopen voor hetzelfde geld. In het ontwerp komen, helemaal in de stijl van Wessel, zowel moderne als klassieke elementen samen. Binnen het concept is volledig maatwerk mogelijk. ‘Villa Mucha’ biedt de ideale combinatie van de ruimtelijkheid en uitzichten van een moderne loft met de klassiek huiselijke sfeer van een landhuis.

wessel_vreugdenhil_003
Villa Mucha interieur

Omdat er veel verschillende mogelijkheden zijn, is het niet mogelijk hier prijzen te noemen, maar voor informatie  over Villa Mucha kunt u per e-mail een brochure opvragen.

wessel_vreugdenhil_005Voor verdere inlichtingen kunt u direct contact opnemen met Wessel: wessel.vreugdenhil@gmail.com. Op de website www.woodandcraft.nl is ook informatie te vinden.  Wood&Craft is een samenwerking van Wessel met TFF in Amsterdam. Voor verdere inlichtingen kunt u direct contact opnemen met Wessel: 06-24220412

Dirk Vreugdenhil
Redactie

Linda van Zijll-Vreugdenhil “Leven met de molen(aar)”

linda_van_zijll-vreugdenhil_001
Rob en Linda van Zijll-Vreugdenhil (N X ah.1)

Dit verhaal gaat over Linda van Zijll-Vreugdenhil (N X ah.1), over de molenaar, over molens en over de bakker. Ik dacht: “Ik ga een stukje over Linda schrijven in de Vreugdeschakel, zij woont daar zo leuk bij die molen en zij helpt altijd zo trouw met de verzending van de schakel, dat moet maar eens een keer gemeld worden”.

Dus nog heel vroeg in het voorjaar zet ik koers naar Linda. Gelukkig heeft zij uitgelegd hoe ik moest rijden (“gewoon een stukje over het fietspad met de auto en dan een soort landweg op en dan kom je vanzelf bij de Groeneveldse molen”). Het klopt als een bus! De molen staat hier trots te pronken in het weiland en naast de molen de woning waar ik wezen moet. Hier woont Linda met echtgenoot Rob van Zijll en dochter Maaike Ik word gastvrij ontvangen met koffie en koek en al snel wordt me duidelijk dat de molen hier hoofdzaak is.

Maasland
Maar eerst over Linda. Geboren en opgegroeid in Maasland, de familiewortels van beide kanten diep in dat dorp, waarover een oud rijmpje zegt: ‘Maasland, kaasland, boerenland, boterland, pareltje aan Westlands rand’. Deze lofzang stamt uit de tijd dat het dorp nog niet tot de gemeente Midden-Delfland behoorde, maar bij het Westland gerekend werd. Linda is haar werkzame leven ook begonnen in Maasland, namelijk. als tandarts-assistente. Momenteel werkt zij als zodanig in het Haga ziekenhuis in Den Haag op de afdeling  ‘Bijzondere tandheelkunde’, hier worden mensen geholpen die in de gewone praktijk niet terecht kunnen, dit kan verschillende oorzaken hebben. Als voorbeeld noemt zij mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking of mensen met een enorme angst voor de tandarts. Geduld en inleving in de betreffende persoon zijn hier van groot belang en dit werk geeft Linda heel veel voldoening. Naast werk en gezin zingt zij ook in Gospelkoor Spirit: natuurlijk wel in Maasland!

Schipluiden
Want Maasland blijft een mooi dorp, maar Linda woont sinds 1989 in Schipluiden. Ook een prachtige plaats  in een landelijke omgeving met veel oude boerderijen. En ja, hoe is het gekomen dat zij als rasechte Maaslandse op zo’n schitterend plekje in Schipluiden terecht is gekomen? Natuurlijk heeft de molenaar hier alles mee te maken, want als je verliefd wordt op Rob van Zijll is er geen ontkomen aan: je krijgt de molen er gratis en voor niks bij!

linda_van_zijll-vreugdenhil_002Groeneveldse molen
Eerst maar eens wat feiten over die Groeneveldse molen. Al rond 1450 werd besloten om voor de Groeneveldse polder in Schipluiden een poldermolen te stichten, deze molen is omstreeks 16 augustus 1719 als gevolg van blikseminslag afgebrand. De huidige, ronde stenen molen  werd in 1719 gebouwd als opvolger van de verbrande molen. Deze met een scheprad uitgeruste poldermolen ligt circa 800 meter ten zuidwesten van het buurtschap ’t Woudt. Hij bemaalde tot 1960 uitsluitend met windbemaling de Groeneveldse polder (ca. 270 ha). Daarna is er voor de polder een gemaal gebouwd en werd dus overgegaan op mechanische bemaling.

Begin jaren tachtig van de 20e eeuw bleek dat de bemalingscapaciteit vergroot moest worden, wat tot gevolg had dat het scheprad met windaandrijving weer in bedrijf gesteld werd. Het scheprad kan sindsdien zowel elektrisch als met de wind aangedreven worden. De molen fungeert nu nog als reservegemaal: als het gemaal de polder niet aan kan (bij extreme regenval) wordt de molen (elektrisch) ingezet.

In de Groeneveldse molen werd de woning nog  tot in de jaren ‘70 van de 20e eeuw bewoond. In deze molenaarswoning bevinden zich onder andere bedsteden en een potkachel. De betegelde wand is opgebouwd uit replica’s van de oorspronkelijke Delfts blauwe tegels. Bezoekers kunnen zo een indruk krijgen van de vroegere woonomstandigheden van een molenaarsgezin. In de jaren ‘40 en ‘50 van de vorige eeuw woonde hier een molenaar met zijn vrouw en tien kinderen!

Het zomerhuis waarin gedurende de zomer werd gewoond, is bij het herstel van de molen wegens bouwvalligheid afgebroken. De woning naast de molen, waar de familie Van Zijll dus woont, staat op de plaats van dit oorspronkelijke zomerhuis. Sinds 1977 is het Hoogheemraadschap van Delfland eigenaar van de molen en kon deze molen, mede met subsidies van de Rijksdienst Monumentenzorg, gerestaureerd worden. Op 25 mei 1987 werd de restauratie voltooid en  de molen is sindsdien regelmatig in bedrijf te zien.

Tik van de molen
Het  bekende gezegde: ‘Hij heeft een tik van de molen’ is niet zo’n aardige uitdrukking. Ik zou het dan ook in de verste verte niet willen zeggen over Rob van Zijll, maar hij begint zijn verhaal wel met de mededeling dat hij een aangeboren afwijking heeft: molens! Geboren in Alphen a/d Rijn, met grootouders in Aarlanderveen, dus in een omgeving met veel molens (kijk maar eens op internet en zoek naar Molenviergang Aarlanderveen) had hij al snel grote belangstelling voor molens.

Zijn moeder moest molentjes voor hem tekenen toen hij nog in de kinderstoel zat. Zijn vader werd ook ingeschakeld en deze was niet zo goed of hij moest een molentje voor hem bouwen waaraan Rob dan weer ´verbouwde´, niet altijd met een excellent resultaat. Opa en oma woonde dus vlakbij de molens en dat trok: zijn hele jeugd stond in het teken van molens en spelenderwijs leerde hij het molenaarsvak. Op zijn 13e jaar kwam hij al op een molen in de buurt van zijn woonplaats, de molenaar vond het wel mooi dat Rob zoveel interesse had. Helaas kwam deze molenaar te overlijden toen Rob een jaar of 14 was en Rob is toen brutaalweg naar het polderbestuur gestapt met de vraag of hij met de molen mocht malen. Na wat overleg kreeg hij toestemming, maar het moest wel onder begeleiding.

In de jaren ´70 is het Gilde van Vrijwillige molenaars opgericht. Beroepsmolenaars waren er in die jaren nog maar heel weinig en werd het steeds actueler voor vrijwilligers om het molenaarsdiploma te halen. Dit vanwege eisen die door de  overheid gesteld werden. Dus omdat Rob toch wel graag iets in de  ‘molenwereld’ wilde, moest hij daaraan geloven. Een opleiding die al gauw een jaar of drie duurt, met minimaal 150 uur praktijkervaring.

Sinds oktober 1981 is hij in het bezit van zijn molenaarsdiploma en hij geeft inmiddels zelf ook les als  instructeur voor de officiële opleiding: dinsdags theorie en op zaterdag praktijkles. De theorie gewoon in de eigen woonkamer en de praktijk – ja wat denkt u?

In 1987 deed de kans zich voor om molenaar te worden in Schipluiden, en met beide handen greep hij die kans natuurlijk aan. In april 1988 werd begonnen met de bouw van een nieuwe woning naast de molen en na twee jaar heen en weer rijden van Alphen naar Schipluiden, kon hij in januari 1989 bij de molen gaan wonen.

Malen voor bakker Vreugdenhil
In de rubriek ‘Personalia’ in deze Vreugdeschakel kunt u lezen over bakkerij Vreugdenhil in Maasdijk. Deze bakker heeft zijn eigen spelt (een gezond soort graan) geteeld en geoogst. Bakker Chris Vreugdenhil had de intentie om het een totaal Westlands product te laten zijn en om  hiervan heerlijke producten te bakken moest de spelt natuurlijk eerst vermalen worden in een Westlandse molen. Rob van Zijll zou, samen met zijn molenaarsleerling Luc Ruijgt, die klus gaan klaren met de ’s‑Gravenzandse korenmolen: helaas, bij de proefdraaiing gaf de molen het op en vielen alle vier wieken naar beneden. Gelukkig kon Rob uitwijken naar de Maaslandse korenmolen ‘De drie Lelies’ waar hij ook molenaar is. Aldus zijn de speltproducten van bakker Vreugdenhil met een beetje fantasie toch nog (bijna) echt Westlands!

Ik vraag of Linda  ook besmet is met het ´molenvirus´. “Besmet is een groot woord”, antwoordt ze. “In het begin wist ik niet meer dan dat er vier wieken aan zo´n ding zitten, maar in 25 jaar heb ik veel bijgeleerd. Rob is nu eenmaal een en al molen en als je daar niet voor open staat dan  red je het niet. Als Rob bezoek heeft, gaat het alleen maar over molens en als je dat niet leuk vindt, is het ook niet leuk. Dinsdagsavonds en op zaterdag geeft hij hier dus les. Op zaterdag zijn hier altijd leerlingen, groot en klein.”

Vlak naast de molen is een´speelmolenpark´ met drie werkende ´speelmolens´, waarin een aantal molens op kleine schaal graan malen, zeven en mengen. Een van de drie speelmolens wekt elektriciteit op voor de verlichting in de andere twee.

Bij het afscheid kreeg ik twee pakken bakmeel mee en ik kan u verzekeren de cake smaakte perfect! De kruidkoek moet ik nog uitproberen!

Mocht u geïnteresseerd zijn om ook eens een bezoek te brengen:  tijdens de Nationale Molendagen is de molen in ieder geval te bezichtigen. Mocht u dat gemist hebben dan kunt u altijd een afspraak maken en als de molen draait, is Rob in ieder geval aanwezig.

Leni,
Redactie

www.westlandsemolens.nl
www.speelmolenpark-schipluiden.nl

Bert en Leny Broesder – Vreugdenhil boeren energieneutraal

leny_broesder-vreugdenhil_001Vroeger zei de meester nog weleens, als je niet kon leren: “Geeft niks, jong, je kunt altijd nog boer worden.” Maar dat gaat allang niet meer op, want bij het runnen van een boerenbedrijf komt veel kijken. De machines zijn ingewikkelder geworden,de administratie omvangrijker, en de regelgeving omtrent vrijwel alles op een agrarisch bedrijf is duizelingwekkend. Boeren heten tegenwoordig niet voor niets agrarische ondernemers.

Zonne-energie
En ondernemend is de familie Broesder uit Tripscompagnie (95 melkkoeien, 65 stuks jongvee, koeien, 65 ha. land) zeker. Sinds afgelopen week liggen er zonnepanelen op het dak van de koeienschuur. Binnen hangen de omvormers die de zonne-energie geschikt maken voor het elektriciteitsnet. “Zonet scheen de zon even en dan zie je de meter oplopen,” vertelt Leny Broesder-Vreugdenhil. “We hebben uitgerekend dat we jaarlijks zo’n 35.000 kilowatt verbruiken. De zonnepanelen zouden in elk geval die hoeveelheid energie moeten opleveren. En wat we in de zomer teveel opwekken, kunnen we in de winter weer gebruiken”.

Duurzaam
“We willen zoveel mogelijk zelfvoorzienend en duurzaam zijn” vult haar man Bert aan. “Ons doel is om volledig energieneutraal te werken. Kijk, onze koeien eten gras en zetten dat om in melk. Daarbij produceren ze mest, wat broeikasgassen oplevert. Als wij daar onze groene energie tegenover stellen, kun je dat wegstrepen tegen die gassen. Daarnaast is het prettig om niet afhankelijk te zijn van het energienet. Als de stroom uitvalt, kunnen wij gewoon door werken.”

Zelfvoorzienend
“Om diezelfde reden produceren we ook het voer voor onze dieren zelf. Voor een uitgebalanceerde voeding haalden we tot voor kort grondstoffen helemaal uit Zuid-Amerika. Nu verbouwen we zelf maïs en maken we van de kolven krachtvoer. De rest van de maïs wordt gehakseld. Voor dit werk huren we dagloners in en daarmee stimuleren we ook nog eens de lokale economie.”

Altijd op zoek naar verbetering
“Eigenlijk zijn we altijd op zoek naar verbetering,” vertelt Leny. “Dat geldt ook voor onze koeien. We kruisen en fokken ze zelf. Daardoor hebben we nu Fleckvieh (zeg maar Milka-koeien, red.) met sterkere poten. Sterke poten zijn belangrijk voor een koe, want dan is ze minder vaak ziek. En een gezonde koe heeft geen antibiotica nodig en geeft dus gezondere melk.”

leny_broesder-vreugdenhil_002De volgende generatie
Bert en Leny willen zichzelf geen voorhoedeboeren noemen. “Nee hoor, er zijn veel meer boeren die duurzaam ondernemen belangrijk vinden en moeite doen om het milieu zo weinig mogelijk te belasten.” Ze weten waar ze het voor doen, want de volgende generatie staat al te trappelen om het bedrijf over te nemen. Zoon Niels (10) weet het zeker: hij wordt hun opvolger. Leny: “Laat dat je broers maar niet horen!”

Klaar voor de toekomst
Met veel plezier runt de familie Broesder haar melkveebedrijf met 105 koeien. De oude stal uit 1973 was al een aantal keren gerenoveerd. Samen met zoon Siep besloten Bert en Leny Broesder, in samenwerking met adviesbureaus Subvention en Stalbouw.NL, het bedrijf grondig te vernieuwen tot een levensvatbaar gezinsbedrijf.

Er staat nu een moderne ligboxenstal met 122 ligplaatsen en veel licht, lucht, ruimte en koecomfort. De koeien worden gemolken met twee VMS melkrobots van DeLaval. De stal voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij en is een prachtig voorbeeld als het gaat om efficiënt melken, duurzaamheid en koecomfort.

“Mijn levensgeschiedenis” van de kapitein A. Vreugdenhil.

kapitein_a_vreugdenhil_002
Kapitein A. Vreugdenhil

De ramp met de Salland, manuscript van kapitein Vreugdenhil
“Maar in het najaar moest ik mijn studie afbreken, want de K.H.L. stelde mij aan tot kapitein van de “Salland”, een goed vrachtschip, waarmee ik een ledige uitreis maakte, maar met een rijke lading voedingsmiddelen voor mens en dier in het hongerende Nederland terugkeerde. De Engelse regering verlangde dat wij ook eens een paar ladingen steenkool naar Las Palmas of een andere bunkerhaven zouden brengen, omdat het brengen van die steenkolen door de Engelsen zelf, al heel wat schepen en mensen had gekost en wij op de thuisreis van Argentinië af altijd een paar honderd ton kolen in één van die haven innamen. Zo werd de “Salland” één der eerste dat voor dat baantje werd aangewezen.

Ik vertrok op 10 januari 1917 van Amsterdam naar Cardiff, waar ik een volle lading steenkool innam. Ik vertrok om ongeveer 13.30 uur, moest op hoog bevel zonder navigatielichten varen en kwam ’s nachts in aardedonker bijna in een kop-op-kop botsing met een groot Engels transportschip, dat vol mensen aan dek was, maar die ook zonder navigatielichten voer. Door op het laatste nippertje uit te wijken, passeerde ik dit schip op nog geen 15 meter afstand, maar wij bleven vrij van elkaar. Ik moest aanhouden op Wolf Rock en toen ik die vuurtoren passeerde, zette de stralen van dit licht mij keer op keer “in het zonnetje”, waarmee ik niet zo was ingenomen. Ik liet de beide reddingboten buitenboords draaien, klaar om te vieren en die botengoed provianderen, zodat ik met zuinig rantsoeneren het wel twee tot drie weken zonder gebrek te lijden, zou kunnen uithouden. Ik bleef bij de hand en gaf de officier van de wacht opdracht om, zodra er iets bijzonders zou gebeuren, een ontploffing of wanneer er misschien zou worden geschoten, de machines te laten stoppen en op achteruit te zetten om de vaart uit het schip te halen. Zou je snel reddingboten moeten gebruiken, dan zouden die bij een vaartlopend schip mogelijk ondersteboven worden getrokken.

Er stond een koude oostenwind met tamelijk wat zee en ik stond met alle licht goed afgedekt in de kaartenkamer en dacht dat ik nu wel zo een beetje uit de zone, waar ik onderzeeboten kon verwachten, vandaan was. Het was de 13e reis van de “Salland” in onze dienst, de 13e dag sedert mijn vertrek uit Amsterdam en het 13e uur nadat ik uit Cardiff was vertrokken; ik ben niet bijgelovig! Ik stond met mijn passer in de hand over de kaart gebogen, toen er een harde ontploffing in het achterschip plaatsvond.

De ondergang van de Salland
Op deze 10 januari 1917, midden in de 1steWereldoorlog, vertrok het s.s. “Salland ” uit Amsterdam voor een reis naar Buenos Aires in Argentinië. In het Engelse Kanaal, op 23 januari 1917 ’s morgens om 5.20 uur Greenwich-tijd, werd op 48º 50′ N.B. en 6º 40′ W.L., op ongeveer 60 mijlen WtN van Quessant (een eilandje bij Brest in Bretagne), de “Salland ” getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot “U 55”. Na een geweldig klap vloog een vuurstraal uit de machinekamer, de masten zwiepten als rieten, de schoorsteen rammelde en het schip werd gedeeltelijk uit het water getild. Het was getorpedeerd zonder enige waarschuwing! De dubbele bodem was vernield en de schroefastunnel ingedrukt. Het drijfvermogen schoot weldra te kort, het achterschip zonk snel en verdween onder water. Het schip was reddeloos verloren. Adieu, goed schip! Met grote weemoed verliet ook de kapitein Vreugdenhil zijn schip. De 38 koppige bemanning ging in de reddingboten.

kapitein_a_vreugdenhil_001

De ondergang van de “Salland”.
Meteen ging het achterschip tot aan de railing onder water. De bemanning, die ik te voren had gezegd, niet ongekleed te gaan slapen en geen grote packages mee te nemen bij eventueel ongeval, kon meteen de boten bemannen. Door de achteruit draaiende machines was de vaart uit het schip en acht nagekomen manschappen konden nog plaatsnemen in één van de beide werksloepen, die ik ook maar klaar had laten hangen. Na nog een tweede vuurpijl te hebben afgeschoten, liet ik mijzelf langs de takel in de werkboot zetten. Het schip begon nu vaart te maken in achterwaartse richting met het achterschip onder water. Ik blies op mijn fluitje, waarop de drie voorboten op tamelijk hoge zee bij elkaar kwamen en vroeg hoeveel man zij elk aan boord hadden. Het bleek dat alle 38 man in de reddingboten zaten. Ik beval hen de lampen aan te steken en het zeiltuig gereed te maken om straks gezamenlijk onder zeil te gaan naar Lorient op de Franse kust of een plaats daar in de buurt en om bij elkaar te blijven, al kon de één sneller zeilen dan de andere. Ondertussen kwam dat achteruitvarend schip half onder water in een cirkel op ons toe. Zou het ons nog willen scheppen? Ik riep de andere boten toe te maken dat zij uit de weg bleven. Maar even voor het schip dicht bij ons was, ging het recht overeind staan. Ik kon iets erin horen rommelen. Ik denk dat de voorste 4000 ton steenkool door de schotten brak en ketels en machine meesleurde. Daarop verdween het in loodrechte stand met de kop omhoog. Het vroeg wat het misdaan had om zo te worden behandeld!

Toen het een beetje begon te schemeren zag ik een driehoekig zeiltje, ik dacht van een visserman.Maar het werd snel groter en ik dacht dat het dichter bij was dan ik eerst vermoedde.  Opeens schoot  een torpedobootjager tot dicht bij ons, die allereerst ons toeriep: “Put out your lamps”, na beantwoording van vragen over thuishaven, herkomst en bestemming, konden we langszij komen. Ik zag toen dat vóór en achter de kanons waren uitgezwaaid, dat alleen rode lichten werden gebruikt, natuurlijk om minder verre zichtbaarheid. Ik zag dat dit vrij grote schip geen reddingboten aan dek had staan en na op de commandobrug kennis te hebben gemaakt met de commandant van H.M.S. “Hope” vroeg ik hen mijn reddingboten aan dek te zetten voor het geval er iets zou gebeuren, waarbij ik hem erop attent maakte dat ik die boten goed zou laten provianderen. Maar hij zeide dat hij dat volgens zijn instructies niet mocht doen. Na met de Admiraliteit in Londen te hebben getelegrafeerd, bracht hij ons met 38- mijls vaart naar Plymouth, waar wij die middag omstreeks 16.00 uur aankwamen. Nadat ik hem hartelijk had bedankt voor onze redding en ons uit de boten te hebben genomen en aan wal te hebben gezet, vertrok hij onmiddellijk weer naar zijn kruispost.

Ik bezorgde mijn mannen een behoorlijk onderkomen en een goed maal, kocht nog wat kleren voor sommigen van het machinekamerpersoneel en zat, na nog bij de Nederlandse consul een scheepsverklaring te hebben afgelegd, ’s avonds met de hoofdmachinist en de eerste stuurman aan de haard in een hotelletje ergens bij de kade, dat op de haven uitzag. Toen pas drong het tot mij door wat er gedurende de laatste twee dagen was gebeurd. Ik had een telegram vanaf de jager naar mijn rederij gezonden en één naar mijn verloofde, wier portret het enige was dat ik nog had gered en in mijn binnenzak droeg.

Het was zondag en in alle sigarenwinkels hing het bericht voor de ramen dat de “Salland” was getorpedeerd en gezonken, maar dat alle 38 opvarenden waren  gered.  Die  zondag  was er niemand op het  kantoor geweest en daarbij kon de directie het torpederen van één van haar schepen het eerst achter de vensters van de sigarenwinkels lezen. Voortaan werd er een mannetje  aangewezen om eventueel op  zondag aangekomen telegrammen te ontvangen.

Door bemiddeling van onze Londense agent, de heer Wainwright, kon ik mijn mannen in twee zeemanshuizen onderbrengen. De Noordzee werd aan ieder schip door de Duitsers verboden te bevaren en het laatste schip, dat nog toegestaan werd over te varen, een schip van de Batavier Lijn, was al volgeboekt. Zo kwam het dat ik wel vier maanden in Londen verbleef, waar ik in een zogenaamd “temperance hotel” logeerde, waar ik al spoedig met het personeel van het agentschap ging meewerken, alsof ik er deel van uit maakte en ik vond het ook héél prettig.

In mei kreeg ik de gelegenheid om met een schip van de K.N.S.M. over te varen. Dat was een heel risico, want dat schip was door zijn lange ligtijd te Falmouth, erg aangegroeid en kon niet meer dan zeven à acht mijl per uur lopen, maar door met een sierlijke boog over de Noordzee te varen en uit de buurt van de Nieuwe Waterweg te blijven, kwamen we midden op de dag om circa 11.00 uur te IJmuiden aan.

De overige opvarenden van de “Salland” bleven in Londen onder toezicht van de Eerste officier. Op die riskante reis naar Nederland ben ik geen ogenblik bang geweest voor mijzelf, maar wel voor die koffer met mooie dameskleding-spulletjes, die ik van tijd tot tijd in Oxford Street had gekocht, want in Nederland was niet veel meer te koop. Wat waren mijn verloofde en mijn toekomstige schoonmama dol van vreugde toen die koffer met textiel werd geopend.”

Kapitein Vreugdenhil.

Tot zover het boeiende en persoonlijke verslag van de kapitein Vreugdenhil over de ondergang van de”Salland”, werd toegezonden door L.L. von Münching, samensteller van het boek over het”Wel en wee van de Amsterdamse rederij ‘de Koninklijke Hollandsche Lloyd’ “.

Arend Vreugdenhil maakt de zorg nog veiliger

anton_vreugdenhil_00VieCuri Medisch Centrum heeft vrijdag 7 november op een groot aantal afdelingen/specialismen het patiëntendossier van ChipSoft in gebruik genomen.

VieCuri heeft gekozen voor een gefaseerde overgang, daarom volgen overige afdelingen in een later stadium. ‘Met dit nieuwe, geïntegreerde patiëntendossier maken we de zorg nóg veiliger en dus beter voor de patiënt’, aldus Arend Vreugdenhil, lid Raad van bestuur van het ziekenhuis.

Afdelingen
VieCuri nam het volledig geïntegreerde patiëntendossier onder meer in gebruik op de afdelingen Cardiologie, Chirurgie, Gynaecologie, Kindergeneeskunde, Psychologie, Interne Geneeskunde, Hartrevalidatie, Kaakchirurgie, Vaatchirurgie en Oogheelkunde. Ook op de Mammapoli, de Maag-, Darm- en Leverafdeling en op het gebied van diabeteszorg worden de zorgverleners nu ondersteund door dit nieuwe systeem.

Geïntegreerd systeem
Een geïntegreerd systeem wil zeggen dat alle patiënteninformatie, zoals afspraken, opnamen, onderzoeken, uitslagen, medicatie, diagnoses, medisch beleid en andere relevante patiëntinformatie overzichtelijk beschikbaar is in één applicatie. Vreugdenhil: ‘Voorheen werkten wij met meerdere applicaties. Door al onze professionals met één geïntegreerd systeem te laten werken, nemen de efficiëntie en patiëntveiligheid toe.’

Frans Vreugdenhil is penningmeester van de Stichting Mwanawaleza

frans_vreugdenhil_001
Frans Vreugdenhil

Mijn naam is Frans Vreugdenhil. Naast vader en schoonvader van Mariska en Marcel ben ik penningmeester van de Stichting Mwanawaleza.

Voor ons als Europeanen is het de gewoonste zaak van de wereld elke dag kennis te kunnen vergaren, om van daaruit onze levenstandaard op peil te houden en zo mogelijk te verbeteren. Ook al wordt dit door velen hier als een recht gezien… wereldwijd blijkt het niet meer dan een voorrecht te zijn.

Voor mij is het vanzelfsprekend dat iedereen, waar ook ter wereld, in de gelegenheid moet zijn kennis te vergaren om zich zodoende te ontwikkelen. Omdat wij het voorrecht hebben gehad dat onze wieg op één van de welvarendste plekjes op aarde heeft gestaan, hebben wij de morele plicht kennis te delen met onze minder bedeelde medemensen, zodat ook zij dezelfde kansen krijgen die wij hebben. Om dat te kunnen realiseren, wil ik graag mijn steentje bijdragen.

Rob Vreugdenhil wint Woodschallenge

rob_vreugdenhil_006.png
Rob Vreugdenhil

 Rob Vreugdenhil (20)
“Ik hoop dat mijn houten bijzettafel in productie genomen kan worden”
Berkel en Rodenrijs – Rob Vreugdenhil maakte zo’n bijzonder ontwerp van hout, dat hij de eerste prijs heeft gewonnen in de Woodchallenge 2014. Een wedstrijd waar studenten een vernieuwend idee voor een ontwerp, toepassingsvorm, product of techniek insturen waarin hout de hoofdrol speelt. “Tof dat ik als Mbo’er heb gewonnen; de rest kwam allemaal van de universiteit.”

Het liefst brengt Rob iets dat eigenlijk onmogelijk lijkt, in de praktijk. Daarin zit de uitdaging voor deze student van het Hout en Meubel College in Rotterdam. Volgend jaar studeert Rob naar verwachting af in de richting meubelontwerp. “In mijn opleiding leer ik ambachtelijke meubels te maken. Maar het allerliefst ontwerp ik en laat ik de ander mijn ontwerp uitvoeren.” Toch bedacht én creëerde Rob zelf The Hocker; het examenstuk dat hij instuurde voor de Woodchallenge.

rob_vreugdenhil_005Bijzondere bijzettafel
Nooit had de meubelmaker gehoord van de Woodchallenge. Het was een jurylid die langskwam bij de tentoonstelling van de examenstukken, die hem erop attendeerde.
“Als schoolexamen moest ik een meubelstuk produceren. Het werd The Hocker, een bijzettafel geïnspireerd op het vloerkleed bij mijn ouders thuis.” Het idee achter het ontwerp was om het kleed na te maken in houtvorm. “Ik wilde de flexibiliteit van het kleed in het hout verwerken. Met hout, rubber en staal bouwde ik de bijzettafel.” Grappig element in het ontwerp is dat het ook als stoel gebruikt kan worden. Door de veringen kun je erop zitten en ‘buigt’ de tafel, sta je weer op, dan veert de tafel in zijn oorspronkelijke staat terug.”

rob_vreugdenhil_001Te hoog gegrepen
Ondanks de lovende woorden van het jurylid van de Woodchallenge twijfelde Rob om mee te doen aan de houtwedstrijd. “Ik was bang dat het te hoog gegrepen was. Het zijn vooral de studenten van de universiteit die zich aan deze strijd wagen.” Desondanks besloot de Berkelaar de gok te wagen. Niet geschoten is altijd mis. In totaal werden er zeventien ontwerpen ingediend. Slechts één kon de winner zijn. Tenminste, dat dacht Rob. “De andere twee genomineerden en ik verschilden ontzettend in de ontwerpen. Het was niet met elkaar te vergelijken. Daarop besloot de jury drie prijzen in drie verschillende categorieën uit te reiken.” Rob en de anderen wonnen een bedrag van € 1.000 en een bokaal van de Woodchallenge 2014. “Met het gewonnen geld wil ik mijn product meer verfijnen en het zou gaaf zijn als het in productie genomen kan worden!”

Het examenstuk van Rob stond in september al in de Woonmall Alexandrum in Capelle aan den IJssel. Vanaf half oktober tot maart is zijn ontwerp in Las Palmas in Rotterdam te zien. Hij is gevraagd voor het project ‘Rotterdammers, wat maken we nou?’.
Interesse in een ontwerp van Rob? Mail naar vreugdenhil_rob@live.nl.

Het project
Voor mijn afstuderen op de Hout en Meubel college Rotterdam had ik de mogelijkheid dit ontwerp te maken en te  realiseren. Wat begon als een wild idee bleek uitvoerbaar. Sterker nog; na veel tekenen en herberekenen bleek het naast uitvoerbaar ook te voldoen aan alle vooraf gestelde eisen. Omdat ik de veelzijdigheid van hout heb willen benadrukken ben ik op zoek gegaan naar een toepassing die ik nog niet eerder ben tegengekomen. Mijn inspiratie vond ik in een vloerkleed, de flexibiliteit en zachtheid wilde ik met hout creëren. Mijn doel was drie materialen te combineren die in essentie ver van elkaar lijken te staan; hout, rubber en staal. De materialen werken in dit ontwerp perfect samen om zo aan de flexibiliteit en zachtheid van het kleed te voldoen. Door het gebruik van de vier verschillende houtsoorten teak, essen, eiken en beuken wordt optisch de inspiratie van het vloerkleed echt duidelijk. Naast de kleurencombinatie heb ik voor deze houtsoorten gekozen omdat het duurzaam, slijtvast en krasvasten soorten zijn wat de gebruikzaamheid bevorderd. Pas echt duidelijk wordt het ontwerp wanneer je er op gaat zitten. Door de werking van de verticale veren en het horizontaal geweven rubber buigt het ontwerp mee. Ieder afzonderlijk blokje is voorzien van een holling en bolling waardoor ze altijd weer op de juiste plek  schuiven. Zo vormt wat eerst een stevige tafel leek zich tot een goed zittende hocker.  Associaties met een vliegend tapijt werden dan ook snel gemaakt.

Motivatie
Het project heeft mij op elk vlak uitgedaagd en is in uitvoering en toepassing uniek en “out of the box”. Allereerst was het ontwerpen van een juiste constructie voor de bewegelijkheid van het blad een ware challenge. Het blad moest stevig genoeg zijn om een dienblad te kunnen dragen, maar flexibel genoeg om mee te vormen wanneer je er op zit. De toepassing van hout, rubber en staal werken goed samen om tot de bewegelijkheid te komen en het ontwerp zijn unieke uitstraling te geven. De meervoudige toepassing van het ontwerp, het gerecycled rubber en het gebruik van duurzaam eiken, essen, beuken en teak maakt dit ontwerp honderd procent cradle to cradle en geeft de hocker bestaansrecht in een maatschappij waar we met ruimte en materialen spaarzaam moeten zijn.

Daan Vreugdenhil heeft een survivalschool ‘Bosbeweging’

daan_vreugdenhil_002Voordat ik kon lopen werd ik al in de draagzak meegenomen op trektochten naar de bergen van Noorwegen, de hooglanden van Schotland en het groene strand van Schiermonnikoog. Vogels kijken werd een excuus om dagenlang buiten rond te zwerven. Na de middelbare school heb ik een jaar met een rugzak door Australië en Nieuw Zeeland gereisd. Ik liep er ongeveer elk mogelijk voetpad en beleefde vele bijzondere avonturen. Aan het Van Hall in Leeuwarden studeerde ik natuurbeheer. Samen met Jurjen maakte ik verschillende reizen naar de Noordpool.. Daarna gidste ik 6 jaar op Spitsbergen en Antarctica, gaf er lezingen en leerde mensen over de ongerepte wildernis. Nu werk ik bij Natuurmonumenten, waar ik me inzet voor mens en natuur.

De afgelopen tien jaar ben ik steeds primitiever gaan kamperen. Ik merkte dat het thuis laten van kampeerspullen niet resulteerde in discomfort maar in vrijheid. De vrijheid ontstaat door de kennis over het woud maar ook omdat ik me veilig voel in het bos. De afgelopen jaren heb ik me verder verdiept in survival door het volgen van cursussen o.a. door het maken van primitieve gereedschappen en me te verdiepen in eetbare planten. Hierdoor werd survival in ‘enkel’ de vakantie verheven tot een levensmotto.

Survival geeft mij een goed gevoel. Ik kom erdoor tot rust, kan het leven beter relativeren en het biedt mij de mogelijkheid om de natuur beter te leren kennen. Ik wil de kennis niet voor mezelf houden, maar mijn passie overbrengen, anderen enthousiasmeren en uitnodigen de natuur opnieuw te ontdekken.

Desirée Vreugdenhil is de grondlegger van “INZICHT”

desiree_vreugdenhil_001Desirée is de grondlegger van INZICHT en staat bekend om haar effectieve wijze van coachen van zowel personen als groepen. Met een gespecialiseerde achtergrond in de zorg heeft zij altijd oog voor de mens in verandering en weet zij fijntjes de ander mee te nemen in de gewenste verandering op cognitief en emotioneel vlak.

Met haar visie op bewustwording en persoonlijk leiderschap is zij voor veel mensen een inspiratiebron qua persoonlijke ontwikkeling en leiderschap. De balans tussen denken en gevoel, het werken met kernemoties en het uitwerken van diepere kernprocessen behoren onder andere tot haar specialisme.

Geboren en getogen in de wereldstad Rotterdam is zij op jonge leeftijd gaan werken in binnen en buitenland en groeide zij al snel door naar leidinggevende functies in dienstverlenende profit en non-profit organisaties. Op geheel eigen wijze is Desiree via leidinggevende functies in het coachvak gerold. De kracht van haar begeleiding, de significante ontwikkeling en persoonlijke groei van haar klanten en de groeiende vraag vanuit organisaties, leidden tot haar keuze om haar visie op bewustwording verder te ontwikkelen vanuit haar eigen onderneming: INZICHT Coaching & Communicatie, nu 10 jaar geleden.

In de afgelopen jaren is zij als specialist veel gevraagd om het ondernemerschap en kwaliteitswerken binnen zorginstellingen op de kaart te zetten en naar het gevraagde kwaliteitsniveau te brengen. Daarnaast is zij een van de vaste docenten van diverse (coach)opleidingen, coacht zij individuen op intra- en interpersoonlijke sensitiviteit en teams op het vlak van professionaliteit op de werkvloer.

Rob Vreugdenhil groeide toe naar het ambt van predikant.

rob_vreugdenhil_002
Van links naar recht staand: Rob Vreugdenhil, Anne Vreugdenhil, Wilbert van den Born, Elja van den Born-Vreugdenhil, Arjan Vreugdenhil en zittend Jenny Vreugdenhil-Vermeer, Inge Vreugdenhil op haar knie ??? en Renée Lieffijn.

Laatst vroeg een jongere aan me wat destijds mijn motivatie was om theologie te gaan studeren. Of ik één of andere roeping had gevoeld? Ik moest hem teleurstellen. Toen ik 18 was, had ik niet een heel sterk roepingsbesef. Ik maakte nuchter de afweging dat ik er wel wat in zag om die studie te doen. En zo groeide ik toe naar het ambt van predikant.

rob_vreugdenhil_003
Ds.Rob Vreugdenhil, sinds 24 april 2005 predikant van Leleystad. Daarvoor was hij predikant in Langeslag (9 januari 1994) en IJmuiden (4 juni 2000).

Nu, 11 jaar later, weet ik het veel stelliger: de Heer heeft me een aantal gaven gegeven die ik mag gebruiken in zijn dienst. Mijn liefde voor Hem is gegroeid. Ik heb Hem beter leren kennen, door al het lezen in de bijbel. Maar ook door wat ik mee heb mogen maken, in m’n eigen leven, in ons gezin en in het leven van veel mensen bij wie ik betrokken ben geweest. Ik ben onder de indruk gekomen van het geduld en de liefde van onze God. Hij is niet vooral de strenge God, maar de Vader van Jezus Christus, vol genade. Die genade mag ik doorgeven in preken en gesprekken. En ik ben er van overtuigd dat die genade je leven verandert.

Het predikantswerk is heel gevarieerd. Het belangrijkste is voor mij tegelijk het mooiste: preken. Of liever: voorgaan in de eredienst. Want het is heel die eredienst waarvan we mogen geloven dat de Heer dan op een bijzondere manier bij ons is. Ik vind het heerlijk om daarin voor te gaan. Als mensen na een dienst reageren met ‘mooie preek, dominee’, kan ik vaak vanuit m’n hart zeggen ‘mooi evangelie – en ik ben blij dat ik het mag doorgeven’.

Boeiend in het werk is ook de omgang met mensen. Vooral de verborgen problemen van mensen raken me vaak. Achter mooie buitenkanten zit soms heel wat pijn en moeite. Het zijn bijzondere ervaringen als gemeenteleden me een eerlijke blik in hun binnenkant gunnen. Graag help ik dan, hoewel dat vaak niet makkelijk is.

Het belangrijkste in alle contacten is dat ik mensen mag helpen om dicht bij Christus te leven. Ik merk daarbij dat ik mezelf ook steeds weer moet aanpakken. Gelukkig mag ik veel lezen in de bijbel. En steeds weer is het m’n ervaring: die bijbel, Gods woord, is een eindeloze rijkdom. Als je tijd neemt om daarin rond te dwalen, leer je God steeds meer kennen. En Hij is oneindig goed!