André Vreugdenhil stopt definitief met wedstrijdschaatsen

andre_vreugdenhil_005
André Vreugdenhil bij de Mercedes cabriolet voor aanvang van de sprintwedstrijd in de Lier

André Vreugdenhil is vanaf augustus 2006 geen schaatsbelg meer. De inwoner van Honselersdijk heeft definitief een punt gezet achter het wedstrijdschaatsen. Momenteel is de Westlander nog actief als wielrenner bij de trimmers. Dit jaar maakt Vreugdenhil het seizoen op de fiets nog af. Volgend jaar wordt eerst bekeken of er nog tijd over blijft om de trainingsrondjes te volbrengen.

Hoofdzaak voor de 28-jarige Vreugdenhil om te stoppen met schaatsen is de mislukte zoektocht naar een sponsor. “Het feit dat ik sinds enkele maanden een relatie heb weegt eveneens mee”, verduidelijkt Vreugdenhil zijn, beslissing. “Mijn maatschappelijke carrière staat momenteel voorop. Voorlopig blijf ik bij mijn vader en broer in de tuin werken. Ik ben bezig met een andere baan en als dat lukt en het bevalt ga ik daar in verder. Dan bekijk ik of er nog tijd over blijft om te fietsen. Ik wil het graag blijven doen als ik er de tijd voor vrij kan maken.” Het grote struikelblok voor de Honselersdijker blijft het gemis van eeri of meerdere sponsors om de schaatsloopbaan voort te zetten. “Een trainingskamp met het schaatsen kost gauw 1500 euro en je hebt er meerdere in een seizoen nodig om in goede conditie te geraken. Dat is zonder sponsor niet meer op te brengen. Ik ben een zelf de bedrag kwijt aan gederfde inkomsten en dat kan ik tegenover mijn vriendin niet verantwoorden.

Ik heb er goed over nagedacht en kon voor mijn gevoel niet anders dan tot dit besluit komen”, aldus André Vreugdenhil. De ex-schaatser kon vorige week zijn vriendin verblijden met een weekend toeren in een Mercedes cabriolet. Vreugdenhil won deze prijs vorige week bij de sprintwedstrijden voor trimmers in De Lier. Vreugdenhil toonde zich in de series en de finale de sterkste over 300 meter sprint. Mercedes Benz Westland had deze prijs beschikbaar gesteld voor de winnaar.

André Vreugdenhil “over zichzelf”

André Vreugdenhil

“Bij de junioren heb ik heel goed gereden. Vier keer nationaal kampioen, tweede op het WK junioren, alles gaaf en geweldig. Toen heb ik een stap gemaakt naar de Sanex-ploeg van Rintje Ritsma. Mooie ploeg, erg naar mijn zin gehad en heel veel geleerd.

Maar in die twee jaar kwam er niet uit wat ik had gehoopt: de stap maken naar de World Cups, naar de grote jongens. Geert Kuiper ging met Rintje mee, André bleef thuis in Nederland. Ik miste technische aanwijzingen, het optrekken met de groep. In 1999 heb ik een eigen ploegje gehad. Liep als een speer, tot ik eind oktober een achillespeesblessure kreeg. Vijf weken stilgelegen, weg seizoen. In die periode heb ik contact gehad met Conrad en Bart, die ik al kende van De Uithof. We kwamen op het idee van een postadres in België. Zo kan ik voor dat land mijn carrière vervolgen. Daar keken een hoop mensen wel van op, die dachten dat ik al was gestopt. Wehkamp wilde alles vergoeden en ik heb er zelf een privé-sponsor bij gezocht. Nu zie je hoe goed het gaat: ik heb alweer persoonlijke records gereden en in februari 2001 mocht ik gaan starten in de World Cups. Technisch gezien leer ik nog zoveel, Bart is een echte leermeester. Ik kan nu een grote stap maken.

André Vreugdenhil “Ik wil naar de top en weet dat het kan”

André Vreugdenhil

SCHAATSEN
Hoogte- en dieptepunten volgden elkaar dit jaar in rap tempo op voor schaatser André Vreugdenhil. Aan de ene kant was er euforie vanwege het uitstekend verlopen EK en een prima contract bij DSB. Aan het WK mocht de Honselersdijker echter niet meedoen en momenteel is hij geblesseerd. Een terugblik op een bewogen schaatsjaar.

Op de ijsbaan mag André Vreugdenhil dan Belg zijn, in zijn doen en laten is en blijft hij een echte Westlander. De 24-jarige schaatser wordt momenteel gekweld door een knieblessure en kan slechts met fietsen zijn conditie op peil houden. Om de tijd door te komen assisteert hij zijn vader op diens bedrijf. Vreugdenhil kijkt het grootste gedeelte van de dag naar chrysanten in plaats van naar blinkend kunstijs.

“Er zit een scheurtje in een pees boven mijn knie”, verklaart Vreugdenhil, zittend aan de eettafel in zijn ouderlijk huis in Honselersdijk. “Ik ben er eerder door teruggekomen uit Erfurt, waar we met de ploeg in trainingskamp zaten. Fietsen op een home-trainer was het enige dat ik daar kon doen, dus dat schoot totaal niet op. Ik zat maar een beetje op mijn hotelkamer naar films te kijken en daar werd ik gek van. Kan ik beter thuis mijn conditie op peil houden en mijn vader helpen in de tuin. Dat werkt ontspannend voor me.”
Alsof André Vreugdenhil afgelopen jaar al niet genoeg ellende over zich heen heeft gekregen, komt er nu weer een blessure bovenop. Nieuw is de kwetsuur echter niet, want de onwillige knie speelt hem al sinds de zomer parten. “De pijn komt in fasen”, verduidelijkt hij. “Soms voel ik het een tijdje niet en een paar weken later speelt het weer op. Het werd in Erfurt steeds erger en verhinderde me om pijnvrij te schaatsen. Ik heb geen idee hoe lang het nog gaat duren, maar ik moet voorlopig rust houden.”
Het afgelopen schaatsseizoen was er voor Vreugdenhil een met hoge pieken en diepe dalen. Het kalenderjaar 2002 was nog geen week oud of de Honselersdijker, toen nog uitkomend voor de Wehkamp-ploeg van Bart Veldkamp, eindigde op het EK Allround in Erfurt op de zesde plaats in het eindklassement. Op de 500 meter pakte hij zelfs het brons, waardoor hij plotsklaps flink steeg in de hiërarchie van het mondiale schaatsen. De ‘schaatsbelg’ hoorde erbij en tegenstanders beseften dat met Vreugdenhil niet te spotten viel.

Verrassing
“Die derde plaats was top, maar die zesde plaats in de eindrangschikking was natuurlijk ook super”, zegt Vreugdenhil. “Niemand had het verwacht. Het kwam ook voor mij als een verrassing, al wist ik dat ik voor een allrounder over een goede sprint beschik. Het was bovendien een goede voorbereiding op het WK allround in Heerenveen.”
Maar dat avontuur liep voor Vreugdenhil uit op een regelrechte nachtmerrie. Met zijn zesde plaats voldeed hij ruimschoots aan de gestelde eisen, maar omdat Bart Veldkamp in Erfurt als dertiende eindigde, en België maar een startbewijs voor Heerenveen in de knip had, moest er een keuze worden gemaakt. Veldkamp gunde aanvankelijk het startbewijs aan zijn ploegmaat, omdat de Hagenaar niet alleen op het EK teleurstellend presteerde, maar op de Olympische Spelen in Salt Lake City opnieuw geen potten kon breken.
Die Olympische Spelen mocht Vreugdenhil overigens niet rijden, omdat hij niet tijdig over het benodigde Belgische paspoort beschikte. Over het missen van ‘Salt Lake’ kon de Westlander, die over een postadres op het grondgebied van onze zuiderburen beschikt, zich redelijk eenvoudig heen zetten. Aan de bureaucratie valt immers niet te tornen en het document was er nou eenmaal niet.
Maar over het feit dat Veldkamp het startbewijs voor het WK toch nog opeiste en de Belgische schaatsbond hem vervolgens nog steunde ook, is Vreugdenhil lange tijd verbolgen geweest. “Ik hield er een enorm rotgevoel aan over. Op het EK reed ik immers veel beter dan Bart. En op de spelen presteerde hij ook niets”, zegt Vreugdenhil nu. “Maar ik heb het zou gauw mogelijk naast me neer gelegd. Vergeten doe ik het nooit, maar ik heb Bart optimaal gesteund in zijn voorbereidingen. We hebben samen getraind en dat was verder geen enkel probleem. Ik spreek Bart nog regelmatig en we gaan nu gewoon goed met elkaar om.”

Geldschieter
Na het missen van het wereldkampioenschap ontbrak het Vreugdenhil vervolgens ook nog eens aan een ploeg. Sponsor Wehkamp hield het voor gezien en omdat er zich geen andere geldschieter aandiende, ging Veldkamp alleen door en kwam Vreugdenhil samen met de Russen Sajoetin en Kibalko, de Noor Storelid en Marnix ten Kortenaar (uitkomend voor Oostenrijk) op straat te staan. “Dat waren even spannende tijden”, blikt Vreugdenhil terug. “Want ja, waar moet je naartoe? Ik ben toen zelf op zoek gegaan en kwam via een vriend bij DSB terecht. Daar heb ik in juni een eenjarig contract getekend. Een goed contract, vind ik zelf. Dat, én het uitstekend verlopen EK zijn mijn hoogtepunt van het afgelopen jaar.”
Vol goede moed keek Vreugdenhil de afgelopen tijd alweer uit naar het nieuwe schaatsseizoen. Hij was standvastig om te gaan vlammen in het pak van DSB. Totdat de pijn in zijn knie ondraaglijke vormen ging aannemen. Maar ondanks alle lichamelijke en andersoortige ongemakken, heeft de 24-jarige Honselersdijker (zondag wordt hij 25) het gevoel dat hij langzaam naar de top kruipt.

André Vreugdenhil “Mogelijk Belgische skate off”

André Vreugdenhil (l) en Bart Veldkamp moeten wellicht in een skate off uitmaken wie er namens België naar de WK mag. (fotomontage Hans Fresen)

Hij zocht zijn heil in België omdat hij in Nederland niet ten onder wilde gaan aan de moordende selectie wed-strijden. Een skate off hier, een noodzakelijk ingelaste piek daar. Nooit eens lekker echt kunnen toeleven naar één enkel groot evenement. Toch bestaat de mogelijkheid dat Bart Veldkamp straks in Inzell na jaren weer zo’n vermaledijde extra wedstrijd moet aangaan. Met zijn Westlandse ploeggenoot André Vreugdenhil als tegenstander.

De schaatser uit Honselersdijk, die aan de hand van Veldkamp c.s. zo is opgebloeid, plaatste zich ruim een week geleden bij het EK in Erfurt met vlag en wimpel voor het wereldkampioenschap allround op 15, 16 en 17 maart in Heerenveen. De meester zelf haalde het net niet en keerde teleurgesteld terug naar een trainingskamp in Davos. In eerste instantie werd geroepen dat Vreugdenhil het enige Belgische WK-startbewijs mocht invullen. Hij had het immers zelf ook verdiend.

Later werd echter enig voorbehoud ingebouwd. Mocht Veldkamp straks in Salt Lake City alsnog schitteren tijdens de Olympische Spelen en Vreugdenhil vormverlies hebben, dan komt er een extra wedstrijd tussen de twee. Een Belgische skate off derhalve. Met als inzet het WK-ticket. wedstrijden in Heerenveen liet hij afgelopen weekeinde zien dat er nog heel wat rek zit in zijn prestaties. Gisterochtend tilde hij op de 1000 meter zijn persoonlijke toptijd van 1.14,84 naar 1.14,04. En dat op een baan die toen nog behoorlijk vuil was. Dat leidde tot maar liefst vier valpartijen, waaronder eentje van Ids Postma, die op dat moment verreweg de snelste tijd had.

Vreugdenhil ondervond ook veel hinder van de piste. “Het ijs was vies je kon er amper druk op zetten. Zonde, want ik had nog veel sneller gekund. Nu werd ook mijn voorbereiding verstoord. Na elke val werd de wedstrijd weer even stilgelegd. En ik maar wachten. Daardoor zakte de concentratie een beetje weg”. groep. De Westlander reed slechts één keer sneller.

“Ik bewijs nu toch wel meteen dat ik geen eendagsvlieg ben. Technisch reed ik hier zelfs beter dan tijdens het EK in Erfurt. Ik voel me ook heel goed, al heb ik een rare week achter de rug. Mijn prestaties bij het EK hebben nogal wat reacties tot gevolg gehad. Veel telefoontjes en kaartjes. Zoiets moet je toch verwerken, een plek geven. Ik denk dat me dat goed is gelukt. Over het WK-allround maak ik me geen zorgen. Ik ga er vanuit dat ik daar straks gewoon rijd”.

André Vreugdenhil grote surprise

andre_vreugdenhil-004Verrassing in Erfurt
Bij het ingaan van de tweede dag van het Europees kampioenschap schaatsen in Erfurt vormen twee Nederlanders de top van het klassement, maar slechts de leider werd daar ook verwacht. Jochem Uytdehaage legde gisteren op de 500 meter en vijf kilometer een solide basis voor de eerste Europese titel in zijn carrière, maar de grootste surprise was André Vreugdenhil, Westlander in Belgische dienst. Vreugdenhil verraste in de nieuwe Gunda Niemann-Stirnemann Halle in Erfurt vriend en vijand. De Wehkamp-rijder, net 24 geworden, had een pikstart op de 500 meter en finishte in 37.15. Goed voor een nieuw Belgisch record en een podiumplek (derde). Ook de 5000 meter reed hij naar behoren, waardoor hij in het tussenklassement na twee afstanden warempel op de tweede plaats staat.

Diep dal
Vreugdenhil, woonachtig in Honselersdijk, is een nieuwe naam op het internationale podium, maar niet volledig onbekend. Jarenlang was hij immers één van Nederlands grootste talenten. Vier jaar geleden werd hij – toen als lid van Jong Oranje – Nederlands allroundkampioen bij de junioren en eindigde hij op de tweede plaats op het WK voor junioren, net achter Jelmer Beulenkamp. Hij werd onder contract genomen door Sanex, maar in de ploeg van Rintje Ritsma kwam hij nooit tot wasdom. “Ik stond stil en ben in een diep dal beland”, vertelde hij gisteren.

Veldkamp
Na een seizoen in het klein North Face-team van trainer Luud Augustinus kwam hij twee jaar geleden in contact met Bart Veldkamp. Vreugdenhil nam net als de Wehkamp-kopman een Belgische licentie en kreeg een plaatsje in de ploeg, het begin van een fraaie opleving. “Iedereen had me al ver weggestopt of helemaal afgeschreven, maar ik ben in een hele goede ploeg terechtgekomen. Dankzij Bart ben ik nu waar ik ben.”
Het lijkt op voorhand onwaarschijnlijk dat hij zich zal handhaven in de top. Bart Veldkamp: “Hij heeft een goede 1500 meter in de benen, de tien kilometer moet hij nog leren rijden.”

Veredelde training
De routinier zelf – Veldkamp is bezig met zijn elfde EK – staat na de eerste dag dertiende en doet normaal gesproken niet meer mee in de top van het klassement. Veldkamp kwam pas donderdagavond laat vanuit Davos in Erfurt aan en gaf daarmee aan dat het EK voor hem niet meer dan een veredelde training is in de aanloop naar de Olympische Spelen.
Hetzelfde geldt voor Jochem Uytdehaage en Carl Verheijen, die met veel trainingsarbeid in de benen aan het toernooi zijn begonnen. Desondanks zit Jochem Uytdehaage na twee afstanden in een zeer luxe zetel met een glorieus uitzicht op goud.
Met een voor zijn doen goede 500 meter (vierde in 37.29) legde hij een stevig fundament, een gedegen 5000 meter (tweede in 6.37.63) deed de rest. Hij leidt de dans voor Vreugdenhil, Kibalko en Shepel.

Geen gevaar
Coach Gerard Kemkers deed er gisteravond niet moeilijk over. “Nee, ik zie in principe geen gevaar meer voor hem. Als hij een 1500 meter rijdt zoals hij dat kan, dan kan hij de tien kilometer op controle rijden.” De metrische mijl staat voor vanmiddag op het programma. Voor Uytdehaage geldt die rit ook als generale voor de skate-off in Heerenveen, waar hij vrijdag met Martin Hersman en Erben Wennemars gaat strijden om het laatste 1500 meter-ticket voor de Spelen.
Uytdehaage onderkent het gevaar van onderschatting, gezien zijn florissante perspectief. “Vooraf zei iedereen al dat ik Europees kampioen kon worden als ik naar behoren zou rijden. Dat klopt, maar je moet het eerst even doen. Vandaag lukte dat, de 1500 meter staat daar los van. Als ik morgen begin met de gedachte ‘We worden vandaag even Europees kampioen’, dan kan dat dodelijk zijn.”

Feestje
Het feestje van Kemkers kan morgenavond extra leuk worden als Carl Verheijen zich nog voorin meldt. De Leusdenaar won de vijf kilometer in 6.37.54 en staat na twee afstanden achtste, één plaatsje voor Jelmer Beulenkamp. Verheijen heeft echter veel rijders voor zich die een tien kilometer veel te lang vinden. Indien Verheijen zich alsnog bij de topdrie rijdt, maakt hij een goede kans om ook op het WK in Heerenveen uit te komen. Daaraan doen maximaal drie Nederlanders mee.
Als er geen wonderen gebeuren zal EK-debutant Rutger Elsinga, 21e na twee afstanden, zich immers niet bij de beste twaalf rijders voegen.

André Vreugdenhil schaatst zich tussen de internationale

André Vreugdenhil, de Westlander in Belgische dienst, wuift naar het publiek na zijn succesvolle optreden op de 5.000 meter. De schaatser neemt na de eerste dag op het EK een tweede plaats in. (foto Reuters)

Podiumplek
Erfurt – De ‘groten’ stonden plots voor hem in de rij. Om hem de hand te schudden. Te feliciteren. De familie Veldkamp stond erbij en keek er glunderend naar. Die gekke André Vreugdenhil naar het Europees allround kampioenschap in Erfurt komen om een stabiel toernooi te rijden. Om zich, als het allemaal heel erg mee zou zitten, eventueel te plaatsen voor het wereld-kampioenschap straks in Heerenveen. En dan zomaar opeens op het podium staan. Brons op de 500 meter, tweede zelfs na twee afstanden. “Lachen”, bulderde de Westlander. “Dit is gewoon te gek, 37,15 op de sprint, een nieuw Belgisch record, een medaille, als debutant, wie had dat nou verwacht? Niemand”. Toch droomde Vreugdenhil stilletjes al dagen van zo’n uitschieter. En toen zijn Russische ploeggenoot Kibalko tijdens het ontbijt ijskoud tegen hem zei ‘Jij wordt derde op de 500 meter, achter Andersen en Breuer’, lag hij er zelfs wakker van. ‘”Lul toch niet zo stom joh’, zei ik tegen hem, maar ik bleef er aan denken. En die mafkees kreeg nog helemaal gelijk ook”. Dat André Vreugdenhil een sterke jongen is, was bekend. Dat hij aanleg voor het schaatsen had ook. Niet voor niets werd hij in 1997 op het WK voor junioren tweede, achter Jelmer Beulenkamp. Maar daarna verdween hij weer in de anonimiteit. Vreugdenhil kwijnde weg bij Rintje Ritsma, zocht zijn heil in de ploeg van Luud Augustinus, maar telkens weer waren er blessures of ander ongemak.

Hij droomde pas weer zijn oude dromen van schaatsgoud, toen hij terug ging naar de basis. Naar Hans en Bart Veldkamp, naar de familie die hem vroeger, als kind, op de Haagse Uithof leerde schaatsen. De sporter uit Honselersdijk, die in de tuin van zijn vader een prachtig krachthonk heeft gebouwd, volgde in het internationale Wehkamp-team de weg van Bart. Hij werd schaatsbelg, mocht meedoen aan de World Cup-wedstrijden, internationale ervaring opdoen. Het EK moest zijn hoogtepunt worden. En kon na één afstand dus al niet meer kapot. “We hadden heel stilletjes gehoopt dat hij een uitschieter zou hebben en op de sprint de eerste vijf zou halen”, zei Bart Veldkamp. “Hij is het hele seizoen al de meest stabiele en beste sprinter van ons team. Maar wat hij nou heeft gedaan, is natuurlijk wel héél erg leuk”.

Inhaalrace
De routinier gunde het zijn 24-jarige ploeggenoot van harte. Ook al was hij zelf met 38,96 niet verder gekomen dan de vijfentwintigste plaats. Een plek, die we van de Hagenaar op de 500 meter kennen. Meestal begint hij daarna aan een indrukwekkende inhaalrace, die hem bij het EK vorig jaar (tweede) in Baselga di Piné op een haar de titel opleverde. Zover zal het nu niet komen weet Veldkamp zeker, al liet hij op de vijf kilometer (derde achter Verheijen en Uytdehaage) zien dat hij de weg naar boven weer heeft ingeslagen. “Op buitenbanen kun je op de tien kilometer nog wel eens een halve minuut goed maken, in overdekte hallen als hier in Erfurt niet. Bovendien staat mijn hele seizoen in het teken van de Olympische Spelen”. Voor André Vreugdenhil is dat laatste niet het geval. Hoewel hij op een Belgische licentie schaatst, heeft hij, in tegenstelling tot Bart Veldkamp, nog geen Belgisch paspoort. Het is ook niet de verwachting dat dat er nog voor de Olympische Spelen gaat komen. “Ik heb dat in elk geval uit mijn hoofd gezet”, zei Vreugdenhil gisteren. “Het is zinloos om me daar nog druk over te maken. Dat kost alleen maar energie, die ik beter op het ijs kan gebruiken. Lukt het alsnog met dat paspoort, dan zien we dan wel weer verder. Voorlopig was dit EK mijn hoofddoel dit seizoen”. Wat niet weg neemt dat het brons van gisteren naar meer smaakt. De ambities van Vreugdenhil zijn groot. Alles moet bij hem wijken voor het schaatsen en hij droomt alleen maar van het allerhoogste. Dat keert zich soms tegen hem. Omdat hij zo gefixeerd is op het doel en niet genoeg bezig is met de weg náár dat doel toe. Na de sprint van gisteren was het daarom vooral zaak om hem weer ‘klaar te stomen’ voor de vijf kilometer. Dat lukte wonderwel. Hans Veldkamp stuurde hem terug naar het hotel. Om zijn schaatsen te slijpen. Eventjes met zijn broer te praten. Vreugdenhil kwam terug en verbaasde zichzelf tenslotte ook op de tweede afstand (twaalfde), waarbij hij voor het eerst voelde hoe het is om ‘gedragen’ te worden door het publiek. “Tijdens de 500 meter was het nog stilletjes toen ik in actie kwam. Maar na die medaille kenden ze me opeens. Heerlijk was dat”.

Kwalificatie
Vreugdenhils volgende doel is nu kwalificatie voor het WK-allround in Heerenveen. Daarvoor moet hij bij de eerste twaalf eindigen. Dat lijkt gezien zijn tweede plaats in het klassement na twee afstanden een gemakkelijke opgave, maar is het zeker niet.

André Vreugdenhil op tijd genezen van achillespeesblessure

Pieter Adriaan André Vreugdenhil (K XII l c)

André Vreugdenhil heeft nog hoop

Het was een wat merkwaardige samenloop van omstandigheden gisteren op De Uithof in Den Haag. Terwijl de leden van de kernploegen trainden op het Zuid-Hollandse schaatscentrum als voorbereiding op de Nederlandse kampioenschappen van komend weekeinde prepareerde André Vreugdenhil zich op zijn eigen testsessie. Waarna er even later een opmerkelijke ontmoeting plaatsvond.

In de hal naar de uitgang van het complex liepen leden en een oud-lid van de Sanexploeg elkaar bijna tegen het lijf. De begroeting bleef, bijna passend bij een sport als schaatsen, ietwat onderkoeld.

Sponsorploeg
Tot ruim een half jaar geleden maakte de tegenwoordig in Monster met vriendin Jenny samenwonende André Vreugdenhil deel uit van genoemde sponsorploeg. Hij werd twee jaar geleden aangetrokken als sparringpartner van Rintje Ritsma. Tot dat moment was de Westlander een wat ingetogen, bijna verlegen jongen, die evenwel onbetwist over schaatsaanleg beschikte. Nu is Vreugdenhil bijna 22 jaar, is sterk veranderd en rijdt weer voor het gewest Zuid-Holland. Tot gisteren was het nog onzeker of André Vreugdenhil komend weekeinde zou deelnemen aan de nationale titelstrijd op De Uithof. Vijf weken geleden, een dag voor de Utrecht City Bokaal op 29 oktober, trapte hij bij een proefstart met een schaatsijzer in de eigen hiel. Een wond, die met vier hechtingen moest worden gedicht was het resultaat.
De genezing verliep aanvankelijk gunstig. “Maar na twee weken trad er een ontsteking op”, vertelt de neo-Monsternaar. “Dat vertraagde het herstel, waardoor ik pas veertien dagen geleden weer serieus met de training kon beginnen”.

Zonneklaar
Het is zonneklaar dat de seizoensopbouw van André Vreugdenhil daardoor een stevige stagnatie opliep. “Natuurlijk had ik wel een behoorlijke basis. Maar ten opzichte van je concurrenten loop je een achterstand op”.
Een nadelige marge, waarvan Vreugdenhil niet zegt dat die hem op onoverbrugbaar nadeel heeft gezet. Maar hij wekt wel sterk de indruk dat door deze eerste serieuze kwetsuur in zijn schaatsloopbaan zijn interesse in de sport enigszins is verflauwd. In het vraaggesprek beantwoordt hij vragen enigszins obligaat; van de ongedwongen, redelijk spontane uitstraling van enige jaren geleden is hij nogal wat kwijtgeraakt.
Verbaal houdt hij zich wel groot. Gevraagd naar zijn verwachtingen omtrent de toekomst stelt hij: “Proberen mijn persoonlijke records scherper te stellen. En dan maar zien wat er zich dit seizoen nog aan wedstrijden aandient”.
” Mijn voorseizoen ging met trainingen in Inzell en Hamar behoorlijk goed. Vandaar dat ik wel wat van dit seizoen verwachtte. Maar door die verwonding liep het anders. Maar wat doe je er aan? Martin Hersman loopt een rugblessure op. Kan-ie ook niks tegen ondernemen. Je moet dat gewoon accepteren. Maar een ding is zeker: ik kan natuurlijk niet in twee weken doen waar anderen drie maanden mee bezig zijn”.

Kantine
André Vreugdenhils ogen dwalen door de kantine van De Uithof, waar een tafeltje verder door toeval enige bekenden zitten. Misschien zoekt hij ook vroegere tennismaatjes, met wie hij ooit dacht de sportieve toppen te gaan beklimmen. Wat rest is een betrekkelijk anonieme rol in het gewestelijke peloton en optredens in het landelijke B-marathoncircuit.
“Dat ging aanvankelijk ook heel redelijk. Ik reed in Haarlem naar de tweede plaats. Maar in dat opzicht gooide die blessure ook roet in het eten. Ik was van de zomer overigens ook weinig gelukkig. Tijdens een wielerwedstrijd reed ik met mijn been tegen een paal. Als gevolg daarvan was ik ook een maand uitgeschakeld”.
Pas gisteren besloot André Vreugdenhil dus dat hij weer fit genoeg is om dit weekeinde aan de start te verschijnen van het NK. Hij reed een aantal trainingsrondjes en stelde vast dat hij nauwelijks tot geen last meer hinder ondervindt van die achillespees.
“Er doen 24 rijders mee”, aldus Vreugdenhil. “Ik heb een startplaats gekregen, omdat ik een doktersverklaring heb overlegd en ik gezien mijn status recht had op deelneming. Wat ik er van verwacht? Ik probeer gewoon zo hard mogelijk te gaan. Ik ben een keer zesde geweest en vorig jaar stond ik derde toen een kapotte veer van mijn schaats me parten speelde en ik als achtste eindigde. Dat was pech”.
“Maar om nu over een mislukte schaatscarrière te spreken gaat me te ver. Ik ben nog steeds maar 21 en pas vanaf 29 december 22. Op je 25ste kun je je top bereiken. Ik heb er dus nog alle hoop op die stap nog te kunnen zetten”.
André Vreugdenhil kijkt een andere kant op. In de richting van de weglopende Sanex-ploegleden.

Programma NK op De Uithof
Den Haag – De beide dagen van de strijd om de Nederlandse schaatstitels op De Uithof beginnen om 10.30 uur. Zaterdag worden de 500 meter dames en heren, 3000 meter dames en 5000 meter heren afgewerkt; zondag achtereenvolgens de 1500 meter dames en heren, de 5000 meter dames en de 10.000 meter heren. Entree is tien gulden voor een staanplaats en 25 gulden voor een zitplaats.