Sjoerd Vreugdenhil als choreograaf

Sjoerd Vreugdenhil

Sjoerd Vreugdenhil

Stelt zichzelf vragen over richting van de dans
Abstracte dans zegt mij vaak niets”, zegt de Nederlandse choreograaf Sjoerd Vreugdenhil (1971). Het kan nog zo knap zijn uitgevoerd, maar als je er niet warm van wordt, is het niet interessant.” Ik ben niet geïnteres seerd in dans als het puur gaat om bewegingen of ‘passen maken’. Voor mij is het totaalbeeld belangrijk: twintig procent dans, twintig procent tekst, twintig procent toneelbeeld, twintig procent muziek en twintig procent licht. Dat levert hopelijk een honderd procent goede voorstelling op. Met de onderwerpen heb ik steeds een persoonlijke band of relatie.

In de drie jaar dat de ex-Ballet Frankfurt-danser Vreugdenhil in Nederland als choreograaf opereert, heeft hij alle ogen op zich gericht gekregen met een verfrissende mix van theater, multimedia, vormgeving en dans. Inventief citerend uit Hollywoodklassiekers roert hij ‘zware’ thema’s aan als eenzaamheid, isolatie en afhankelijkheid.
Nog voordat hij het stempel kon krijgen van ‘die jongen van de zware kost’ verraste Vreugdenhil vorig seizoen met de humoristische productie ‘Volle Melk Disneyfied’. In deze gastchoreografie bij Dansgroep Krisztina de Châtel, gaf hij een gedanst commentaar op de mierzoete burgerlijkheid uit ‘The Sound of Music’ waarbij hij en passant de toenemende Nederlandse drang om alles tot entertainment te bombarderen op de korrel nam. Het Julie Andrews-personage haalde in een door Vreugdenhil geschreven monoloog fel uit naar de ‘staat’ waarin de Nederlandse dans zich momenteel bevindt: in Vreugdenhils ogen te veel op ‘safe’ spelend waardoor er nauwelijks enige zeggingskracht vanuit gaat. Vreugdenhil: Met ‘Volle Melk’ stelde ik mezelf de vraag welke richting dans dan wél op moet. Daarmee creëerde ik een nulpunt van waaruit ik nu verder wil werken. Ik zal nu zelf al míjn ‘safe’ scenario’s overboord moeten gooien.”
Zijn nieuwe productie ‘Ironing Madonna’, die eind september bij Korzo in première gaat, kan in dit licht als een ommekeer in Vreugdenhils nog zo prille oeuvre worden gezien. Ik heb het liever over een nieuw begin. Ik kom uit de klassieke dans en was nooit vies van mooie ‘sexy’ lijnen, maar zal deze niet ‘zomaar’ meer gebruiken. Met mijn dansers en performers keer ik terug naar onze guts; een combinatie van esthetiek en instinct, noem het ‘instinctiek’.” Vreugdenhils gewenste ‘instinctiek’ komt in ‘Ironing Madonna’ thematisch tot uiting door Edward Elbee’s toneeltekst ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf?’ als uitgangspunt te nemen. In een salon waar een uitslaande brand heeft gewoed, verbrokkelen alle opgetrokken façades waarachter de personages zich krampachtig staande proberen te houden.
Als rode draad fungeert de Afro-Amerikaanse performer Chucky Denis. Een lopend manifest voor de zeepbel waar wij met onze religie, ons materialisme en onze schoonheidsidealen zo halsstarrig in willen geloven,” aldus Vreugdenhil. Chucky was als visagist verbonden aan modehuizen van Issey Myake en Versace. Met zijn voortschrijdende huidziekte werd hij de personificatie van de illusies binnen de wereld waarin hij verkeerde. Als hofnar van de modescene heeft hij nooit een echt mens kunnen zijn. In ‘Ironing Madonna’ streef ik naar dat alles relativerende punt van stilte; de leugen voorbij. Wat gebeurt er als wij zoals Martha en George uit ‘Who’s Afraid’ onze eigen ‘baby’s’ vermoorden? Dat wil ik laten zien. Nu heb ik voor mijn gevoel nog iets te melden. Als ik mijn stem over tien jaar niet meer dwingend in het theater kan laten klinken, word ik liever begeleider van blindengeleidehonden”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*