Ds. Kees Vreugdenhil “Zijn pastorie is in de fik gestoken”

kees_vreugdenhil_001

Ds. Kees Vreugdenhil (Gereformeerde Gemeenten): ‘Ik heb nog een paar jaar en mag dan eeuwig met emeritaat. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar God.’ |beeld Dick Vos

De Gereformeerde Gemeenten verrechtsen. Er is weinig ruimte voor verschillen, merkt ds. Kees Vreugdenhil. Hij pleit voor acceptatie. Zelf kreeg hij bezwaren aan zijn broek en zijn pastorie werd in brand gestoken.

Ds. Kees Vreugdenhil (68) valt binnen de Gereformeerde Gemeenten een beetje uit de toon. Zijn preken zijn anders dan gemiddeld. Hij is gunnender, zo heet dat. Geen voorwaarden om tot geloof te komen. ‘Waarom zou je met kinderen over de uitverkiezing moeten praten? Spreek over Jezus die wil dat kinderen naar Hem komen en die kinderen zegent.’ Die woordkeuze typeert Vreugdenhil.

De predikant uit Houten staat niet op de barricades om misstanden aan de kaak te stellen. Maar met zijn nieuwe boek De lofzang van Dordt (Uitg. Groen, Heerenveen), dat donderdagavond in Dordrecht is gepresenteerd, probeert hij wel de karikatuur die volgens hem in zijn kerkverband leeft over de uitverkiezing te corrigeren.

Hoe ziet die karikatuur eruit?
‘Verkiezing en verwerping zijn daarin de kernwoorden. Het beeld is dat slechts een select groepje mensen naar de hemel gaat en God mensen uitzoekt om naar de hel te sturen. Dit denken verlamt mensen en stimuleert onverschilligheid. “Het heeft toch weinig zin om naar de kerk te gaan, dominee”, hoor ik dan. Of: “U kunt praten wat u wilt, maar die binnen zijn, zijn binnen. En die buiten staan, staan buiten”. Kortom, je kunt op je kop gaan staan, maar er is niets meer aan te doen. Alles staat al vast.’

Hoe zit het wel?
‘De verkiezing is een troost. De zonde kan trekken, maar dan weet je: “Mijn zaligheid ligt gelukkig vast in Gods hand”. Als je Christus liefhebt, als je wilt strijden tegen de zonde, dan is dat een bewijs dat God je heeft verkoren.’

In de Gereformeerde Gemeenten is de uitverkiezing vaak een belemmering om tot geloof te komen. Waardoor is die ontstaan?
‘Van de verkiezing is te veel een systeem gemaakt. De verkiezing gaat heersen over de preek, zou je kunnen zeggen. De verkiezing wordt vooraf gebruikt en niet achteraf. Dan ontstaat spanning en sla je mensen lam. Praat er niet te veel over. Als je er dan toch iets over wilt zeggen, doe het voorzichtig en als troost. Ik preek dat God de mens wil redden. Dat wil Hij echt. Wie zich niet overgeeft aan Hem, wordt door eigen schuld niet gered.’

Die uitleg komt u op kritiek vanuit de Gereformeerde Gemeenten te staan. De manier waarop u het evangelie brengt, zou te ruim, te gemakkelijk zijn.
‘Ja, er zijn binnen de kerk klachten tegen mij ingediend. Toen ik tien jaar geleden voor de tweede keer naar Vlissingen ging, is de pastorie in de fik gestoken. Ik kreeg briefjes dat ik een dienstknecht van de duivel was. Dat doet ontzettend pijn. Ik was er wel op voorbereid. In geen van de gemeenten waar ik predikant ben geweest, heb ik tegenstand ervaren. Alleen in Vlissingen waar een klein groepje mijn preken niet wilde. Toen ik het beroep aannam, wist ik dat er gegarandeerd kritiek zou komen. God heeft mij tot twee keer toe sterk getroost door Filippenzen 1: En dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een duidelijk teken van verderf, maar voor u van zaligheid, en dat van God uit. Uit het land krijg ik af en toe kritische reacties. Als je niets zegt, hoor je niks. Als je een boek schrijft of een interview geeft, komen er brieven. Dat is nu eenmaal zo.’

Voelt u zich gesteund door collega’s, door het kerkverband?
‘Ik sta nu in Houten en proef op de classis een goede sfeer. Er zijn predikanten met wie ik als vriend omga. Ik sta niet helemaal alleen. Dat merk ik ook uit reacties vanuit het hele land. Er is een hele groep mensen die mij laat weten dat ze achter mij staan. Anders had ik met ziekteverlof kunnen gaan om uit te rusten. Maar ik weet dat ik deze mensen help door trouw te blijven aan de Gereformeerde Gemeenten en zo goed mogelijk mijn bijdrage te leveren.’

Met collega-predikanten als Kattenberg, Van der Net en Harinck vormt u toch een aparte groep binnen het totale predikantencorps van de Gereformeerde Gemeenten?
‘Ja, dat is wel zo. Maar wat geeft dat? Laten we meningsverschillen accepteren en als broeders met elkaar omgaan. We hoeven niet allemaal precies hetzelfde te denken, als het past binnen de bandbreedte van de Bijbel en de gereformeerde belijdenis. In de kerk mag er ruimte voor verschillen zijn. Ik vind dat niet zo moeilijk, maar van de andere kant wordt dat moeilijker geaccepteerd. Ik probeer me dit niet te veel aan te trekken. Ik heb nog een paar jaar en mag dan eeuwig met emeritaat. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar God.’

De Gereformeerde Gemeenten kennen een hoge uitstroom van kerkleden. In een interview zei uw collega ds. Rinus Golverdingen dat mensen die vertrekken juist daardoor het behoudende karakter van de Gereformeerde Gemeenten versterken.
‘Daar heeft hij gelijk in. Ik ben nu veertig jaar predikant en zie verrechtsing. Toen ik begon waren er milde predikanten zoals Van Stuijvenberg, Hakkenberg en Van Vliet. De laatste twintig jaar treedt een jongere generatie predikanten aan die een fanatieker instelling heeft. De sfeer in de kerk verandert daardoor. Er is een gebrek aan acceptatie en daar heb ik moeite mee. De neuzen moeten allemaal dezelfde kant op staan, maar dat is helemaal niet nodig. Juist met een verschillende benadering kun je elkaar voor eenzijdigheid behoeden.’

U hebt veel contact met jongeren uit uw kerkverband. Hoe staan zij in de kerk?
‘Een deel voelt zich niet begrepen en niet aangesproken. Zij stappen weloverwogen over naar een andere kerk. Een ander deel verlaat de kerk definitief. Anderen zijn overtuigd gelovig. Deze jongeren moeten we een taak in de gemeente geven. Voor hen heb ik diep respect. Ze zijn de kerk van de toekomst.’

Begrijpt u dat elk jaar duizenden kerkleden het niet volhouden in de Gereformeerde Gemeenten en vertrekken?
‘Je bent geplaatst binnen een bepaalde traditie. Het is mooi als je daar trouw kunt blijven, maar dat moet dan wel kunnen. In sommige gevallen, als de prediking benauwd en eenzijdig is, kan ik een overgang wel begrijpen.’
geplaatst

auteur: Daniël Gillissen

Een bedenking op “Ds. Kees Vreugdenhil “Zijn pastorie is in de fik gestoken”

  1. Ik ken ds. Vreugdenhil en de familie persoonlijk vanuit Lelystad. Een bijzonder ‘Godsmens’, die heel wat heeft meegemaakt, tijdens zijn dienen in Irian, maar met name daarna terug in Nederland, in de gevestigde gemeenten. Maar hij kan wel tegen stootje. Soms moet en gaat hij er even tussenuit en dan gaat hij er weer voor. Een echte herdershond, die het behoud van de verschillende schapen in die ene kudde op het oog heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*