Dick Vreugdenhil “Een pluim voor zwarte scholen”

Leerlingen Prinses Ireneschool, Den Haag

Leerlingen Prinses Ireneschool, Den Haag

Prinses Ireneschool
Dick Vreugdenhil is een tevreden directeur van de Prinses Ireneschool. Hij heeft net de uitslag van de Cito-toets bekeken. “Onze ene groep 8 heeft een score van 525 gehaald, de andere van 519”. Een score rond het gemiddelde voor Haagse ‘zwarte scholen’. meldt het slechts, omdat hem ernaar wordt gevraagd. Want belangrijk, nee, dat vindt hij het absoluut niet. Hij is tevreden en trots, omdat hij dagelijks ziet hoe zijn leerkrachten onderwijs geven en wat zijn leerlingen allemaal oppikken. “Wij doen altijd onze stinkende best. Daar heb ik het Cito niet voor nodig om dat te weten”.
Zelfs de pluim die het Cito ditmaal in petto heeft voor ‘zwarte scholen’ in de Randstad – zoals de Prinses Irene – doet hem niets. Basisscholen met overwegend allochtone leerlingen hebben de toets, die een indicatie vormt voor de verdere schoolloopbaan, ditmaal beduidend beter gemaakt.
En? Het zijn alleen maar cijfers, maakt Vreugdenhil duidelijk. Die zeggen hem weinig over de werkelijke schoolprestaties. Want wat vertelt dat nu over het onderwijs aan de 380 leerlingen bij hem op school. “Soms”, zo legt hij uit, “krijg je in groep 3 kinderen binnen die onaanspreekbaar zijn, zelfs analfabeet. Wat kan je dan in groep 8 helemaal verwachten van een Cito-toets”.
Meester Lammert en Juf Carla, de twee leerkrachten van de Prinses Ireneschool die groep 8 onder hun hoede hebben, hebben de envelop met de scores tussen de middag gewoon gelaten voor wat die was. Eerst de echt belangrijke zaken en dat is lesgeven.

Buitenwacht 
Alleen op verzoek heeft directeur Vreugdenhil ernaar gekeken. Waarom, zo vraagt hij zich af, heeft de buitenwacht altijd zoveel belangstelling voor getallen? “Laten we de Cito-toets niet belangrijker maken dan-ie is. Waar zijn de getalletjes voor hoe het kind toneel speelt, aan gymnastiek doet, thuis is? Dat komt allemaal niet tot uitdrukking. Iedereen doet gewoon zijn stinkende best”.
Dat hij trots op zijn school is, ligt heus niet aan een hoge of lage score bij de test. “In 2001 zaten we iets lager, het jaar daarvoor weer iets hoger. Je kunt er geen peil op trekken. Soms is het een goed wijnjaar, soms niet”, relativeert hij.
In januari namen 6300 scholen en 160.000 leerlingen deel aan de Cito-toets. Kinderen die goed scoren, zien hun puntentotaal richting 550 gaan. Tegenvallende scores ontstijgen slechts moeizaam de vijfhonderdpuntengrens.
Vreugdenhil over de score van zijn school: “We hebben acht kinderen die eigenlijk niet mee hadden hoeven doen. We hebben ze de toets toch laten maken om te kijken hoe ze ervoor staan. Daarom ben ik trots op ons resultaat”.
Want voor het beeld van de school was het beter geweest om hen juist niet te laten testen. Dan was het gemiddelde hoger uitgekomen. “Dat zou inderdaad beter zijn geweest”, erkent de directeur. Tenminste, laat Dick Vreugdenhil niet na te onderstrepen, als je meer waarde hecht aan cijfers dan aan kinderen.

Integratie
Pierre Heijnen is wel heel erg in zijn nopjes. “Het gaat langzaam maar zeker beter met zwarte scholen. Die waarneming hebben we zelf ook”. Kon het Cito daarvoor nog geen verklaring geven, de Haagse wethouder van onderwijs durft met enige voorzichtigheid wel wat argumenten op een rij zetten. “Er zijn betere taalmethodes gekomen; misschien beginnen die vrucht af te werpen. We hebben de verlengde schooldag ingevoerd. Er zijn ook scholen die veel meer zijn gaan trainen op de Cito-toets”. Of het zo is, weet hij niet zeker, maar Heijnen hoopt op nog een oorzaak: “Dat de tweede en derde generatie Turken en Marokkaantjes kleine stapjes voorwaarts maken met de integratie. Ik kan het niet bewijzen, maar ik hoop dat dit de belangrijkste verklaring is”. Uit Cito-toetsen van de vier voorgaande jaren was hem al gebleken dat de Haagse basisscholen met hun ‘achterstandsjongeren’ op de goede weg waren. “Dat is een trend, waar ik blij mee ben”. Anderzijds wenst ook hij de Cito-toets te relativeren. “Het zegt lang niet alles over de kwaliteit van een school”. ‘Zwarte scholen’, altijd een beetje met de nek aangekeken, doen het steeds beter. Dat is de belangrijkste uitkomst van de Cito-toets. Maar bij de basisscholen ging de vlag gisteren niet in top: ‘We doen altijd onze stinkende best, ook zonder Cito’. En de Haagse onderwijswethouder: ‘Het zegt lang niet alles over een school’.