Abraham Vreugdenhil “Het tweede leven van de aardappelklok”

In de toren van de Dorpskerk hangt de hergoten klok uit 1634. (foto Richard Hogeveen)

In de toren van de Dorpskerk hangt de hergoten klok uit 1634. (foto Richard Hogeveen)

‘S-GRAVENZANDE

De steigers zijn afgebroken, op de gerestaureerde koepel schittert weer de gouden engel. De gerenoveerde toren van de Dorpskerk in ‘s-Gravenzande kan weer jaren mee. De opgefriste toren laat ook weer van zich horen: de luidklok, de zogenoemde ‘aardappelklok’ van ‘s-Gravenzande, hangt weer stevig in zijn klokkenstoel en het luidmechanisme is vernieuwd. Het is het zoveelste luid-mechanisme. “Maar de klok is dezelfde, de gebeurtenissen 1952 niet meegeteld”, zegt Abraham Vreugdenhil terwijl hij op het stevige eikenhout van de klokkenstoel klopt.

Hij is vanuit de Kerkenraad betrokken bij de restauratie van het bijna twee eeuwen oude monument aan de Langestraat. Na het dak zijn nu de muren en de ramen aan de beurt voor restauratie. Ook het interieur krijgt een opfrisbeurt. “Als we het geld bijeenkrijgen”, zegt Vreugdenhil. Op een A4’tje in zijn hand staat de eeuwenoude geschiedenis van de aardappelklok opgesomd, opgeschreven door kerkarchivaris Jan Boogaards.

Het leven van de aardappelklok begint in november 1634 als de Haagse klokkengieter Willem Wegewaert ruim vijfhonderd kilo kokend brons in een mal giet. Natuurlijk liet hij zijn naam achter in het brons: ‘Willem Wegewaert me fecit Hagae ten behoove der stede sgravesandt anno 1634 den 3 november’, staat er op een band halverwege de klok te lezen.

Het bronzen gevaarte werd in een kleine toren van de voormalige kerk aan de Langestraat gehangen, en niet bij twee oudere grotere klokken die in de hoge toren hingen: een uit 1457 en een uit 1553. Bij het instorten van de grote kerk zijn ze kapotgevallen.
De klok van Wegewaert overleefde de instorting en kreeg in 1816 een plek in de nieuwe kerk aan de Langestraat. Het koepeltje op de Dorpskerk bleek een veilige plek, tot 1944. In heel Europa waren de Nazi’s op zoek naar metalen voor hun oorlogsindustrie. De Duitsers haalden ook de ‘s-Gravenzandse luidklok naar beneden. De klok bereikte nooit de smelterijen omdat de boot waarmee de klok werd vervoerd zonk op het IJsselmeer. Na de oorlog is de klok weer teruggehangen in de toren van de Dorpskerk, staat op het A4’tje.

Toch is dit niet meer de orginele klok, zegt Vreugdenhil. “In 1950 ontdekt de firma Eijsbouts dat de klok niet zo mooi meer klinkt. De kerk gaat akkoord met het bijstemmen. Tijdens dat karwei in de klokkengieterij in Asten gaat er iets verkeerd. Smelten en opnieuw gieten is de enige oplossing. Wat de Duitsers niet is gelukt, gebeurt begin jaren vijftig alsnog. In augustus 1952 wordt de hergoten klok opgehangen.”