Bij God is het licht. En bij ons?


Hij mag - via ongeveer tachtig lezingen per jaar - duizenden reformatorische jongeren bereiken met een radicale boodschap over de noodzaak tot bekering en levensheiliging. Een portret van iemand die een intense relatie met God heeft en met beide benen in de wereld staat: Johan Vreugdenhil.



ij ziet er zachtjes gezegd een tikkie anders uit dan de sommige ‘gergemmers’. Geen driedelig zwart pak, maar een spijkerbroek en een sportieve blouse. En dat valt op. Zeker als hij een lezing houdt op bijvoorbeeld een reformatorische school. Zo vroeg een meisje onlangs aan haar juf of deze meneer wel bekeerd was, want hij zag er zo anders uit. Zoiets raakt Johan pijnlijk, want hij heeft ervaren dat juist de bínnenkant zo belangrijk is. Vreugdenhil werkt drie dagen per week als bouwkundig adviseur. De rest van z’n tijd vertelt hij anderen over zijn God van nabij die met ons een relatie wil hebben. Hij spreekt op scholen, in kerken, op thema-avonden over popmuziek, levensheiliging en noem maar op. Omdat hij lid is van de één van de kerken van de Gereformeerde Gemeenten, heeft hij vele ingangen binnen reformatorisch Nederland en bereikt hij duizenden jongeren met een boodschap over levensheiliging en bekering. Beter gezegd: Gód bereikt deze jongeren via hem. Want, zo benadrukt Johan keer op keer, het gaat niet om hem maar om God.

Bekering
Johan Vreugdenhil is opgegroeid in de Gereformeerde Gemeente, zonder tv, radio of internet. Op zeventienjarige leeftijd gaat hij bij de ouders van z’n toenmalige vriendin wonen. Daar ziet hij de noodzaak om bekeerd te worden, vooral via de vader van z’n vriendin. ,,Ik heb hem heel vaak ootmoedig op zijn knieën zien bidden. Dat heeft een onvergetelijke indruk om me gemaakt.’’ Johan werd er zo door aangesproken dat hij de Here om bekering heeft gevraagd toen hij zeventien was. Niet zo maar even, maar drie weken lang, van minuut tot minuut. Er gebeurde echter niets. Sterker: Hij vergat z’n gebed en werd doormiddel van radio en tv enorm aangetrokken door de seculiere artiestenwereld. Later speelde hij in een bandje en ze hadden succes. Ze speelden op feesten, partijen, soms wel vier avonden per week. Johan zegt nu: ,,Je kunt beton om je hart gieten, als je dat wilt. Hoe meer je zondigt, hoe meer beton er om je hart komt en hoe minder het Evangelie door kan dringen. Je komt helemaal in een cocon te zitten, zodat je menselijk gezien nooit uit die cocon kan komen en zo eeuwig verloren gaat. Ik keek naar ongelooflijk gore rotzooi op de tv. Ik ben verslaafd geweest aan seks en porno, ik heb er in gezwommen. De satan heeft mij volledig door de wc gespoeld, zo moet je het zien. Ik zwom in een smerige rivier richting de hel.

Naar huis
Het tij keerde. Nadat Johan op z’n zeventiende om bekering had gebeden, was dat ongeveer vijfentwintig jaar later. ,,Op nieuwjaarsdag werd ik wakker en ik dacht: laat ik de radio eens aandoen. Er was een preek op Radio 5, dus ik dacht: meteen uitzetten. Maar ik hoorde aan de intonatie dat de predikant aan het einde van de preek was, dus ik liet ’m aan staan. Ik hoorde toen de volgende zinnen: Als er geen liefde is tot God, als er geen liefde is tot Jezus Christus en als er geen liefde is tot de mens, dan is er niks! Amen. Ik werd totaal gebroken en verbroken en moest ontzettend huilen. Daarvoor huilde ik nooit. Mijn vrouw vroeg wat eraan scheelde. Het enige wat ik kon uitbrengen was: ‘Ik wil naar huis, ik wil naar huis’, hoewel ik niet wist wat ik zie.
Precies een jaar later (tijdens de oudejaarspreek) heeft God mij teruggebracht naar die drie regels van die dominee en mij duidelijk laten zien dat op dát moment de liefde van Jezus Christus in mijn hart was uitgestort die morgen. Toen begreep ik ook wat ik bedoelde met ‘ik wil naar huis’. Ik kon het uur en de dag van mijn bekering aanwijzen. Wát een God dat Hij mijn gebed vijfentwintig jaar later daadwerkelijk verhoorde. Maar - dat vertel ik ook altijd tijdens mijn lezingen - dát is niet het fundament. Weet je wat wél het fundament is? Dat ik geen uur zonder de Here Jezus kan. En dat ik een bewogenheid heb om mensen bij de Here Jezus te brengen. Ik wil mensen opwekken om Dié God te dienen, Die voor mij een God van vergeving en nabij is.
Johan is door Gods wonderlijke ingrijpen erg radicaal geworden. En juist dat radicale spreekt veel kerkelijke jongeren aan. Hij mag achteraf wel eens horen dat jongeren zich tijdens een lezing bekeren, hij ontmoet huilende ouders, die intens dankbaar zijn dat hun zoon of dochter zich weer naar God toe heeft gewend. Maar altijd verwijst hij naar God, Hij is het Die het doet. Wél heeft Johan eens gevraagd of er in zijn gemeente vanaf de preekstoel voor hem gebeden mocht worden, omdat het gebed zo’n krachtig middel is. Het was blijkbaar te veel gevraagd, want een ouderling zei tegen hem dat hij vooral niet moest denken dat hij bijzonder was. Weet u hoé bijzonder ik ben?, had Johan gezegd. Ik ben zó bijzonder dat de Here Jezus stierf voor mij, zó bijzonder vindt Hij mij. ,,Natuurlijk ben ikzelf niet zo bijzonder, maar Jezus Christus is in mij en dan wordt alles anders.
De Here Jezus in mij? Dat mag je helemaal niet zeggen, vinden velen uit de Gereformeerde Gemeenten. Je moet eerst je zonde en ellende kennen. Eerst dit, eerst dat, vóórdat je naar de Here Jezus kunt gaan. Johan: ,,Maar dat is niét waar, dat is een valse leer! Je moet éérst naar de Here Jezus toe. Ik zal een voorbeeld geven: Stel, je woont 25 jaar in een huis en je hebt in de loop van de tijd heel veel rotzooi opgebouwd in je kelder. In de kelder hangt een klein lampje, dus de rommel en de spinnenwebben zie je niet goed. Maar als je een lamp van 5000 watt ophangt, dán zie je in één klap álle rommel, spinnenwebben, rotzooi, enzovoort. En zo is het met de Here Jezus ook, want Hij is het Licht der wereld. Als je naar Hem toegaat en in Zijn licht bent, dán ga je pas je zonde zien. Kijk, prediken over het feit dat we bagger en ellendig zijn, is best wel een keertje belangrijk voor de mensen die Jezus hebben aangenomen en in hun zak hebben gestopt om vervolgens weer door te gaan met hun dagelijkse leven. Voor dié mensen is het belangrijk om te zeggen: Wie ben je eigenlijk ten opzichte van God? Maar aan de andere kant zijn er te veel mensen bang dat er mensen in de hemel komen die er niet horen. Maar wij zijn de poortwachters toch niet
Rotzooi
Tijdens lezingen benadrukt Johan dikwijls het gevaar van de radio en de tv. ,,Negen van de tien keer gaat het over dingen die God niet wil: overspel, gaan voor geld, leegte enzovoort. En de duivel wéét dat! Wij doen vaak wat lacherig over de duivel, maar hij is gewoon realiteit. Het maakt hem niet uit wat we doen of waar we naar kijken, als we maar niet aan Christus denken. Als we maar langzaam verder van God verwijderd raken, dan vindt hij dat prachtig en ik spreek uit ervaring.
Hij vindt het erg pijnlijk en jammer dat er zo ontzettend veel mensen die zich christen noemen ‘gewoon’ naar Goede Tijden Slechte Tijden kijken of helemaal verslingerd zijn aan films (‘één vloek moet toch kunnen?’). ,,Echt, je wordt ingepakt waar je bijstaat. Maar God ziet het en Hij háát het, want Hij kán zonde en halfslachtigheid niet verdragen. Dat kán Hij gewoon niet. Ik weet het: het is een opgave om God écht te dienen, maar je krijgt er ontzettend veel voor terug. We mogen in deze donkere en stinkende wereld naar het kruis van Jezus gaan, waar het licht ons tegemoet straalt en we wedergeboren kunnen worden tot een levende hoop, verlangend uitziend naar de wederkomst van Christus.
Ronald Koops

Johan Vreugdenhil spreekt in zijn lezing vaak over popmuziek en de gevaren daarvan. Een aantal specifieke vragen op dit gebied.
Is popmuziek eigenlijk gevaarlijk?
"Supergevaarlijk zelfs, denk ik. Want allerlei zaken die door God verboden worden, worden in de popmuziek vaak met voeten getreden: ontbloting van het lichaam, zeer prikkelende scènes in videoclips en teksten die tegen het Woord van God ingaan. Om de popsene hangt vaak een sfeer van drugs, drank en tijdroof."
Wat bedoel je met tijdroof?
"God wil zo graag dat we met Hem leven. Zolang je je voedt met muziek die niets met God te maken heeft, denk je ook niet aan Hem. Voor veel mensen geldt dat muziek een veel grotere impact op hun leven heeft dan de Here God. Daarnaast wil muziek steeds maar weer een nieuwe kick geven, met nieuwe hits, nieuwe clips, nieuwe cd’s, zodat je wel mee moet blijven gaan, anders ‘raak je eruit’, het is dus erg verslavend."
Maar onschuldige popliedjes zijn toch niet zo erg?
"Er is een smalle en brede weg. Bij God is het altijd zwart/wit, dat lees je steeds in de Bijbel. Jezus zegt: Wie niet voor mij is, is tegen mij. Juist bij de christenen wil de satan invloed hebben door ons te laten geloven dat popmuziek niet zo erg is en dat je er dus best naar kunt luisteren. Maar als je bij de Here Jezus hoort, hoor je toch niet bij de vijanden van de Here God? Natuurlijk zijn er ‘onschuldige’ nummers van bepaalde groepen. Maar hoe zit dat met de rest van hun muziek? Als zo’n groep ook nummers maakt waarin God belachelijk wordt gemaakt, dan geloof ik niet meer zo in dat ene ‘onschuldige’ nummer. Daarnaast moet de vraag gesteld worden: Waar brengt popmuziek je? Veel cd-winkels zijn het voorportaal van de hel, ga daar maar eens met je bijbel staan, dan sta je zo weer buiten. Of bedenk je - als je daar staat - dat de Here Jezus plotseling terugkomt, dan vlieg je toch meteen onder de bakken? En wat te denken van popconcerten en discotheken, met alle goddeloosheid die zich daar afspeelt."
Hoe zit het dan met gospelmuziek?
"Het woord ‘gospel’ betekent Evangelie, dat wil zeggen: het goede nieuws. Alles wat buiten geloof om gedaan wordt, is per definitie zonde. Bij christelijke muziek moet je altijd naar de bron kijken: wie maakt deze muziek? Hoe staat een christelijke artiest in het leven? Dat heeft alles te maken met het kindschap Gods, of iemand wedergeboren is. De Bijbel staat vol met voorbeelden van mensen die wél geloofden, maar zich niet omkeerden op de weg van hun zonden. Er zijn dus goede en slechte christelijke artiesten."
Hoe weet je dan wat voor vlees je in de kuip hebt?
"Als een artiest een kind van God is, blijkt dat uit de manier van leven, liedjes schrijven en optreden. Als God op een concertavond door de artiest aanbeden wordt, als hij zijn eigen eer afwijst en God de eer geeft en als het Woord op zo’n avond spreekt, dan is het duidelijk dat deze christen de muziek gebruikt om goed te doen. Niet de liedjes, niet de artiest, maar het Woord doet het uiteindelijk."


Andre Vreugdenhil
Winkel Westlands Museum